kaderen *

Leenvertaling uit het Frans. Algemeen Nederlands zijn:

  • ergens in passen
  • ergens bij passen
  • ergens bij aansluiten
  • ergens mee in overeenstemming zijn
  • een onderdeel zijn van
  • deel uitmaken van
  • in het kader passen van

Voorbeelden:

  • Die maatregel past in het crisisplan.
  • De actie is een onderdeel van een allesomvattend plan.
  • Deze stellingname houdt verband met de strijd om de opvolging van de minister.
  • Het schandaal viel samen met een politieke crisis in de partij.
  • Het streven van mijn land past in het kader van de inspanningen van de Europese Unie.
  • Dit onderzoek sluit aan bij ontwikkelingen binnen de samenleving die om kwaliteitsverbetering vragen.

Deel op FacebookShare on Twitter