Algemeen Nederlands is: vijfdaagse werkweek.
Afleidingen die een duur aangeven, worden als volgt gemaakt:
1. bij uur hoort -urig:
- een achturige werkdag
- een zeventigurige werkweek
2. bij dag hoort -daags:
- een vierdaagse reis
- een vijfdaagse werkweek
3. bij week hoort -weeks:
- een drieweeks verblijf
- een tweeweeks project
4. bij maand hoort -maands:
- een driemaandse cursus
5. bij jaar hoort -jarig:
- een vierjarige opleiding
- een tweejarige overeenkomst
Driedelige samenstellingen van een hoofdtelwoord, een tijdaanduiding en een zelfstandig naamwoord komen weinig voor in het Nederlands. Wel algemeen Nederlands zijn:
- vijfjarenplan
- veertigdagentijd
- vierentwintiguurseconomie


