werkwoordelijke eindgroep - volgorde

In de werkwoordelijke eindgroep moeten de hulpwerkwoorden altijd bij elkaar blijven. Het voltooid deelwoord staat ervoor of erachter. In de spreektaal staat het voltooid deelwoord bij voorkeur voorop. 

  • Ik hoor dat het werk op tijd uitgevoerd zal worden.
  • Ik hoor dat het werk op tijd zal worden uitgevoerd. 

Als het voltooid deelwoord als een bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt, staat het altijd voor de hulpwerkwoorden. 

  • Elke vogel zingt zoals hij gebekt is.
  • Hij zei dat ze al vier jaar getrouwd zijn. 

Zet altijd het voltooid deelwoord voorop, dan is het nooit fout.

Deel op FacebookShare on Twitter