Paul Lembrechts: 'Elke euro voor de VRT rendeert'

Integrale overname van een interview van Bart Haeck en Sebastien Rousseau met VRT-CEO Paul Lembrechts dat verscheen in De Tijd van 7 juli 2018.

Beelden van fotoshoot op de plaats waar het nieuwe VRT-gebouw komt

Kritiek op de reclame voor gokbedrijven, discussie over het nut van eigen fictie, tumult over de terugkeer van Lisbet Imbo.

De openbare omroep ligt onder vuur. VRT-topman Paul Lembrechts gaat in de verdediging. 'Niemand begrijpt Vlaanderen beter dan de VRT. We bieden maatschappelijke en economische meerwaarde.'

Hebben we de VRT nog nodig? We stellen de vraag geen enkele keer als we op de negende verdieping van het VRT-gebouw aan de Reyerslaan CEO Paul Lembrechts spreken naar aanleiding van het jaarverslag van de openbare omroep. Maar de helft van het interview lang lijkt hij de vraag toch te willen beantwoorden.

De redenen zijn niet ver te zoeken. De voorbije weken zei Luc Van den Brande, de voorzitter van de raad van bestuur, dat de openbare omroep niet kan blijven besparen zoals hij doet, tenzij hij vier fictiereeksen schrapt. Het riep de vraag op of de VRT wel fictie moet maken, in deze tijden van overaanbod op Netflix.

De openbare omroep ligt ook onder vuur omdat hij via reclame rond de door miljoenen Belgen bekeken wedstrijden van de Rode Duivels gokken op sportwedstrijden aanmoedigt. Daardoor rijst de vraag of de VRT een mediabedrijf is als een ander, of net niet.

En de komst van Lisbeth Imbo naar 'De zevende dag', nadat ze als hoofdredactrice van De Morgen de VRT fel bekritiseerd heeft en volgens sommige VRT-medewerkers te dicht bij de N-VA zou staan, deed de discussie intern nog meer oplaaien: wat voor bedrijf is de VRT en waar dient de openbare omroep voor?

Van in zijn kantoor kijkt Lembrechts uit op de iconische zendtoren van de VRT. Ooit was die cruciaal, omdat de openbare omroep als enige programma's maakte én uitzond. Vandaag maken productiehuizen, talloze andere tv-zenders, Telenet, Proximus, Netflix en zelfs YouTube-sterren die inhoud. Ze geraken bij de kijker via de internetkabels van Telenet en Proximus, zodat de zendtoren van de VRT nog tot weinig dient, tenzij voor enkele antennes van de politie.

Is de VRT nog relevant? Lembrechts stelt de vraag na een kwartier zelf. En beantwoordt ze. Vorige week was hij in de Albanese hoofdstad Tirana voor een bijeenkomst van de EBU, de vereniging van Europese publieke omroepen. De nieuwe voorzitter, BBC-baas Tony Hall, hield er een toespraak die Lembrechts wel kon smaken. 'Hoe vecht je tegen nepnieuws? Wie bouwt mee de identiteit van een volk? Wat is het beste antwoord op polarisatie op sociale media? Wie maakt fictie die een band heeft met de lokale bevolking? Wie geeft jong en nieuw talent kansen? Op al die vragen is een sterke openbare omroep, die vaak de kwaliteitsnorm bepaalt en de bakens uitzet, een belangrijk deel van het antwoord, zei Hall. 'Ik vind me daarin terug', zegt Lembrechts.

'De VRT heeft de opdracht wekelijks 85 procent van de Vlamingen te bereiken, ook in doelgroepen die onderverdeeld zijn op basis van geslacht, leeftijd, afkomst en opleidingsniveau. We halen die doelstellingen. Ik ben ook fier dat VRT NWS, Radio 1 en Radio 2 vorige maand bij de betrouwbaarste nieuwsmedia waren, overigens samen met De Tijd. We hebben dus vertrouwen opgebouwd. We proberen er dingen mee op de kaart te zetten: 'Down the road', een programma over mensen met het syndroom van Down. 'Move tegen pesten' op Ketnet. Of de Marathonradio van MNM tijdens de examens. Dat is meer dan plaatjes draaien tijdens de blok. De programmamakers volgen de studenten, praten over stress en halen de ouders erbij. We verbinden. Dat doet de VRT.'

En de privémediabedrijven doen dat niet?

Paul Lembrechts: 'Er zijn uiteraard overlappingen in wat we doen. Maar tegelijk vind je bij ons nogal wat dingen die je nergens anders vindt. Neem Ketnet. Je ziet zo'n jeugdzender niet bij commerciële media en zelfs weinig in het buitenland tout court. Wie maakt programma's als 'De dokter Bea show', 'Karrewiet' en 'Helden'? Allemaal lokale producties en reclamevrij.'

'Je moet de discussie trouwens niet uitsluitend in termen van concurrentie zien. Een goeddraaiende publieke omroep helpt net een ecosysteem uit te bouwen waarin ook andere mediabedrijven en activiteiten kunnen floreren. Jaarlijks worden op de radiozenders van de VRT 17.000 muzieknummers gedraaid die je niet op andere Vlaamse radiozenders hoort. 7.000 artiesten hoor je dus uitsluitend op de VRT, vooral op Radio1 en Stubru.

Zonder die zenders geen Pieter Embrechts, Buurman of Yevgueni. Ook dat is onze rol: die mensen met hun talent een publiek geven.'

Dat zou ook kunnen via YouTube of Spotify.

Lembrechts: 'Dat klopt, maar ik zou het vliegwiel van de VRT niet onderschatten. We promoten en steunen die artiesten impliciet.'

Hoe komt de VRT nog aan het geld voor die ruime opdracht? Hoopt u dat in de volgende beheersovereenkomst, na 2020, de omroep meer advertentiegeld mag binnenhalen?

Lembrechts: 'Het plafond voor reclame-inkomsten laten stijgen is moeilijk, om de eenvoudige reden dat het gros van de inkomsten uit de digitale advertentiemarkt naar Amerikaanse spelers als Google en Facebook vloeit en de klassieke advertentiemarkt in Vlaanderen krimpt. Eén uitzondering is de radiomarkt. We zijn een uitschieter in Europa, volgens mij omdat we heel goede radio maken. Dat is ook voor de commerciële zenders een pluim. Luister op reis in het buitenland eens naar de lokale radio, je hoort meteen het verschil.'

Hoe hoopt de VRT aan inkomsten te blijven komen?

Lembrechts: 'We moeten vooral naar het globale plaatje kijken. Voor mij is het belangrijk dat er een voldoende groot draagvlak blijft voor een openbare omroep die een ruime opdracht invult. De overheid moet beseffen dat elke euro die ze in de VRT investeert, niet alleen maatschappelijk maar ook economisch meerwaarde oplevert. We laten een heel systeem draaien dat buiten ons staat: zoals de artiesten die ik net vernoemde, de productiehuizen die tv maken of andere bedrijven die ons technische tv-diensten leveren.'

'We verkopen fictie aan het buitenland, zoals 'Tabula rasa', 'Gevoel voor tumor' of 'Beau Séjour'. Dat betekent dat er ook geld van die fictie terugvloeit naar de Vlaamse creatieve sector. En net door die internationale successen willen we de lat voor Vlaamse fictie nog hoger leggen.'

'Ik hoop dat de Vlaamse overheid blijft inzien dat een euro in de VRT investeren geen euro 'à fond perdu' is. Zo'n euro levert meerwaarde op. Ik hoop in het najaar met nog meer data te kunnen aantonen dat die economische meerwaarde bestaat.'

De VRT zou met dit besparingstempo vier fictiereeksen moeten schrappen. Mogen we die waarschuwing zien als een schot voor de boeg voor de onderhandelingen over een nieuwe beheersovereenkomst die na de verkiezingen van mei 2019 beginnen?

Lembrechts: 'Je kan een euro maar één keer uitgeven. Daarom is het onze opdracht elke dag te bewijzen wat de openbare omroep kan betekenen voor Vlaanderen. En ik denk elke dag weer dat wij een belangrijke partner zijn voor de Vlaamse overheid op een manier die breder gaat dan media. We proberen in alle bescheidenheid van Vlaanderen een betere plek te maken. We geven de gemeenschap mee vorm. We proberen er mee voor te zorgen dat de Vlamingen fier kunnen zijn op Vlaanderen.'

Maar is dreigen met minder fictie dan een goed idee? De kijker, die ook Netflix heeft, krijgt het toch allemaal niet meer bekeken.

Lembrechts: 'Het is onze opdracht - ook in fictiereeksen - relevant te blijven en impact te creëren. Als we daar niet in slagen, ga ik akkoord dat we beter minder fictie maken. Maar we zitten niet in die situatie. We halen al onze doelstellingen qua bereik en kijkerswaardering. Neem opnieuw het voorbeeld van de radio: we bereiken daar dagelijks 3 miljoen Vlamingen.'

'Maar u hebt gelijk dat het aanbod immens groot is geworden. Er is niet alleen Netflix. Er komen ook nog andere spelers, zoals Disney en Amazon. De grote vraag voor de VRT is hoe je in zo'n context relevant genoeg blijft.'

En hoe blijf je relevant?

Lembrechts: 'Door erover te waken dat niemand Vlaanderen beter begrijpt dan de VRT. Als je dat in de audiovisuele wereld hard kan maken, en creatieve mensen kan aantrekken, zullen de Vlamingen steeds terugkeren naar het aanbod van de VRT.'

'Dat is nu al zo, ook bij jongeren trouwens. Naar een programma als 'Taboe' keken elke week gemiddeld 555.000 kijkers jonger dan 45. Naar een fictiereeks als 'Gevoel voor tumor', waar we een moeilijk thema als kanker bespreekbaar maakten voor een breed publiek, zagen we daar hetzelfde. Dus het kan.'

Toch heeft de VRT moeite om jongeren te bereiken. Jan Callebaut, die u adviseert, zei vorige maand in De Tijd: 'Er is een storm op komst'.

Lembrechts: 'Er is na de Ketnet-jaren een breuk op twaalf jaar. Dan wordt het lastig om jongeren nog te bereiken met nieuws. Sinds vorig jaar proberen we daar een antwoord op te bieden met 'Klaar'. Drie keer per week bieden we leerkrachten een video over de actualiteit aan, zodat ze hun scholieren vertrouwd kunnen maken met nieuws. Met MNM NWS maken we nieuws op maat van jongeren.'

'In dezelfde logica hebben we de videosessies van 'Universiteit van Vlaanderen' opgenomen, een soort Vlaamse TED-talks, waarbij academici moeilijke dingen eenvoudig proberen uit te leggen. Die filmpjes zijn op vrtNU en YouTube 1 miljoen keer bekeken door vooral kijkers jonger dan 35. We koppelen ook terug naar Radio 1 en Radio 2 om de brug te slaan met het grote publiek. Het is een immense uitdaging om met ons nieuws Vlamingen te bereiken die jonger zijn dan 30 jaar. Ook de krantenwereld worstelt daarmee.'

Maar videoprojecten in de onderwijswereld volstaan wellicht niet om dat op te lossen.

Lembrechts: 'We hebben radiomerken die heel goed aansluiten bij jongeren: Stubru en MNM. We gaan nu journalisten van de nieuwsdienst - die nog altijd de journalistieke deontologie en onafhankelijkheid bewaken - bij de ploegen van StuBru en MNM zetten. Zodat we samen met die radiomakers nieuws kunnen brengen dat correct is én jongeren bereikt. Voor ons is dat heel belangrijk. Als we deze doelgroep verliezen, kan je op lange termijn écht gaan twijfelen aan de relevantie van een openbare omroep.'

Hoe zal dat jongerennieuws eruitzien?

Lembrechts: 'De BBC heeft dat onderzocht. We hebben het samengevat als BRAVO. Jongeren willen een Bondgenoot die hun het nieuws uitlegt zonder neerbuigend te doen. De R staat voor relevant, de A voor authentiek, de V voor Verrassing en de O voor optimisme. Dat laatste is echt belangrijk. We moeten tonen wat mogelijk is. We moeten voldoende successen tonen. Mensen moeten zien dat ondanks alle kommer en kwel waarover we terecht berichten, er ook reden is tot hoop.'

Dat is wat Björn Soenens, toen hij nog hoofdredacteur van 'Het journaal' was, constructieve journalistiek noemde.

Lembrechts: 'Dat is toen verkeerd begrepen als journalistiek waarbij wordt ingegrepen. Dat bedoel ik niet. Ik bedoel optimisme dat de hele VRT moet uitdragen.'

Hoe optimistisch bent u over de technologische omwentelingen die ook de VRT treffen? Blijven mensen op de klassieke manier naar tv kijken?

Lembrechts: 'Ja. Heel veel mensen kijken uitgesteld, maar de helft van de mensen die uitgesteld kijkt, doet dat nog dezelfde dag. Iemand is iets later thuis dan voorzien, wil nog wat eten en dan naar 'Thuis' kijken. Technisch is dat uitgesteld kijken, maar niet voor de consument. Het is comfortkijken.'

Wie beschouwt u eigenlijk als uw belangrijkste concurrent? Nog altijd Medialaan? YouTube? Netflix? De websites van kranten, die concurreren met vrtNWS.be?

Lembrechts: 'We kijken naar iedereen. En iedereen kijkt naar ons. De kranten spreken ons aan op het feit dat we zoveel tekst op onze website hebben. Maar wij zien hoe de kranten - de mensen van het geschreven woord - almaar meer video maken voor hun websites. Die evolutie is logisch en niet te stoppen.'

'Voor vrtNWS hebben we trouwens met de kranten afgesproken dat de helft van de site uit video moet bestaan. Van mij mag dat zelfs meer worden. We blijven een huis van beeld en klank. Dat is onze sterkte. Laten we die uitspelen.'

Zal Netflix de televisiewereld nog meer op zijn kop zetten? Zijn aanbod is enorm, maar er is nauwelijks Vlaams aanbod.

Lembrechts: 'Nog niet. Maar dat komt. Je kan moeilijk voluit met Netflix concurreren omdat je nooit op kan tegen zijn financiële slagkracht en de breedte van zijn aanbod. Een reeks als 'The Crown' kost 100 miljoen dollar, 10 miljoen per aflevering. Daar kan geen enkel Vlaams bedrijf tegenop. Je kan wel op onze punten het verschil maken. Ik ga er nog altijd van uit dat mensen die in Vlaanderen wonen, willen weten wat in Vlaanderen leeft. In dat hier en nu moeten we onze relevantie verdienen. Vlaanderen zo goed kennen, dat niemand om ons heen kan.'

In de strijd tegen Netflix en co. roept uw voorzitter de andere Vlaamse media op meer met de VRT samen te werken. Hoe moeten we dat zien?

Lembrechts: 'We werken al samen met andere bedrijven - van kleine start-ups tot het Leuvense onderzoekscentrum Imec - in mediatechnologie. We kunnen dat grotendeels financieren dankzij Europese subsidies. Ook met Medialaan en SBS moeten we meer op die manier samenwerken. Ik heb dat geleerd in mijn twintig jaar in de banksector. De Belgische banken hadden heel goed door dat ze actief waren in een klein land, waar de grote opdracht was een technologisch systeem met bankautomaten, elektronische overschrijvingen en betaalautomaten uit te bouwen. Ze hebben besloten dat samen te bouwen, maar de voorkant van het systeem - het deel dat de klant ziet - deden ze apart.'

'Als wij SBS of Medialaan voorstellen het deel dat de klant ziet samen te doen, zal het evenmin werken. Iedereen wil zijn merk beschermen en uitbouwen. Maar we kunnen wel kijken hoe we de kosten van videoplatformen kunnen delen.'

Maar er is toch al vrtNU

Lembrechts: 'Die dingen opbouwen is één zaak. Ze updaten en aan de gang houden een andere. We zouden de kosten voor iedereen kunnen doen dalen. Ik ben bereid daarover meteen om de tafel te gaan zitten. Ik zie mogelijkheden.'

Is het een idee om samen te werken op de advertentiemarkt, zodat de Vlaamse mediaspelers een vuist kunnen maken tegen Google en Facebook?

Lembrechts: 'In theorie zou je dat kunnen proberen. Ik heb het enkele jaren geleden eens voorgesteld, maar er was geen applaus voor.'

Maar u werkt wel samen met Telenet voor digitale reclame, in het project Pebble.

Lembrechts: 'We moeten zien hoe dat verder loopt. Telenet is nu de eigenaar van de tv-zenders VIER, VIJF en ZES. We moeten nu eerst een helder zicht krijgen op hoe ze de verdere samenwerking zien.'

Welke openbare omroepen ziet u als een voorbeeld voor de VRT?

Lembrechts: 'Ik zou graag de BBC noemen, maar dat is een mastodont in vergelijking met ons. Het relevantst voor de VRT zijn Finland en Noorwegen, landen die qua grootte vergelijkbaar zijn met Vlaanderen: heel efficiënt en goed mee in digitale media. Ze hebben wel het comfort dat ze nog bijna helemaal met kijk- en luistergeld worden gefinancierd.'

Hebt u een Netflix-account?

Lembrechts: 'Ja, maar ik kom er nauwelijks aan toe. Ik ben er een jaar geleden mee begonnen, en ik zit nog maar aan aflevering zes van 'The Crown'.'

Wat voor kijker bent u anders?

Lembrechts: 'Ik kijk eigenlijk te weinig omdat ik veel weg ben. Maar ik ben een groot liefhebber van Vlaamse fictie. Voorts kijk ik veel naar de duidings- en nieuwsprogramma's, en ik ben sportliefhebber, eerder wielrennen dan voetbal.'

'Ik ga graag naar onze producties, naar Plage Préféréé van Radio 2 en naar het Klarafestival. Dit jaar ga ik eens naar de VRT-ploeg in de Tour de France. Pas als je het ter plekke ziet, als je met de mensen praat, weet je wat hun besognes zijn. Ik probeer eigenlijk vooral niet zo vaak in dit bureau te zitten.'

 

Licentie

Interview van Bart Haeck en Sebastien Rousseau in De Tijd van zaterdag 7 juli 

“ Dit artikel werd gereproduceerd met toestemming van de uitgever, alle rechten voorbehouden. Elke reproductie dient het voorwerp uit te maken van een specifieke toestemming van de beheersvennootschap License2Publish: info@license2publish.be

Licentie geldig 25/7/2019

Dit kan u misschien ook interesseren?