Uitstekend beeld van Emile Verhaerens contacten

In het Emile Verhaeren museum in Sint-Amands-aan-de-Schelde loopt er een kleine maar boeiende tentoonstelling over de vrienden van de Vlaamse, maar in het Frans dichtende en essayschrijvende Emile Verhaeren. En die vrienden zijn niet van de minste: Theo Van Rysselberghe, Léon Spilliaert, Fernand Khnopff en de Oostenrijkse schrijver Stephan Zweig. Zweig schreef -zoals hij het werk zelf noemde- een biografisch boek over Verhaeren. Tot op vandaag is het nog steeds wachten op een diepgravende, wetenschappelijke biografie. Toch merkwaardig dat een dergelijk standaardwerk niet voorhanden is over een auteur die bijna de Nobelprijs had gekregen. Maurice Maeterlinck kreeg hem.
In 1855 werd in het Scheldedorp Sint-Amands Emile Verhaeren geboren. Hij volgde er les in de plaatselijke school. Hij was elf toen hij naar het Sint-Barbaracollege in Gent werd gestuurd. Het onderwijs bij de Jezuïeten was in het Frans.
Nadien ging hij rechten studeren. In Brussel liep hij stage bij meester Edmond Picard. Niet alleen een befaamd strafpleiter maar ook de drijvende kracht achter de progressieve kunstscène in Brussel. Picard was de man achter de les XX ( waartoe ook James Ensor behoorde), en van de tijdschriften L’Art Moderne en La Jeune Belgique.

Verhaeren kwam in contact met de belangrijkste schilders en literatoren van die tijd en in 1890 tekende hij een contract bij de uitgeverij Mercure de France in Parijs. Vanaf dan kenden zijn dichtbundels een grote verspreiding.

Een oplage van vijftigduizend exemplaren was geen uitzondering. De auteursrechten hiervan vulde Verhaeren aan met de royale erfenis van zijn vader. Verhaeren was een beroepsschrijver die naast poëzie, ook toneelstukken, kortverhalen en monografieën over kunstenaars schreef.

Stephan Zweig maakte hem internationaal

In 1902 leerde Stephan Zweig ( 1881-1942) Verhaeren kennen. Hij schreef hem een brief in stuntelig Frans.Geen antwoord. Zweig trok naar Brussel en had er afspraken met de beeldende kunstenaars Constantin Meunier en Charles Pierre van der Stappen. En het was Van der Stappen die in zijn atelier een borstbeeld van Verhaeren kapte.
Tijdens het middageten kreeg Zweig voor het eerst zijn held, zijn groot voorbeeld Emile Verhaeren te zien. De ontmoeting beschreef hij in "De wereld van gisteren":

“Een knokkel tikte op het kleurige glas, luid klingelend tegelijkertijd de bel. ‘Le voilà’ zei mevrouw Van der Stappen en stond op, en daar kwam hij binnen, met gedecideerde, zware stap: Verhaeren. (…) Voor het eerst voelde ik de stevige greep van zijn gespierde hand, voor het eerst voelde ik zijn heldere, vriendelijke blik. (…) Met het eerste woord raakte hij mensen in hun innerlijk, omdat hij zo overal voor openstond, toegankelijk was voor alles wat nieuw was, niets afwees, bereid was alles te onderzoeken."

En die levenshouding paste perfect bij die van Zweig die altijd zei dat hij eerst veel wilde zien, veel wilde leren en pas dan echt aan zijn vak als auteur wilde beginnen. In Verhaeren had hij een bondgenoot gevonden.

De vriendschap zou echter bekoelen

En er was meer. Stephan Zweig was bij de eeuwwisseling omstreeks 1900, ervan overtuigd dat België op cultureel gebied meer te bieden had dan Frankrijk met zijn bloeiende artistieke hoofdstad. In ons land bewonderde Zweig de schilders en beeldhouwers Khnopff, Rops, Minne, Meunier en bij de letteren onder meer Maeterlinck, Eekhoud en natuurlijk zijn held Verhaeren.
De vriendschap zou echter bekoelen wanneer de grote oorlog uitbrak. Verhaeren verdedigde het pacifisme en gaf lezingen over de waanzin van de oorlog en trok daarbij duidelijk de anti-Duitse kaart. Zweig die medisch was afgekeurd voor militaire dienst, werkte in het oorlogsarchief in Wenen.

Daar schreef hij verhalen over de oorlog, het wereldconflict dat hij later zou omschrijven als "de suïcidale razernij". Duidelijk een stap te ver voor Verhaeren die alle contacten verbrak. Kon hij vermoeden dat de boeken van de jood Zweig in 1933 publiekelijk zouden worden verbrand in de Oostenrijkse hoofdstad?

Neen, want op 26 november 1916 sukkelde Emile Verhaeren in het Franse Rouen onder een trein. Hij was 6 1jaar. In 1914 nam Zweig op hetzelfde station afscheid van Verhaeren:

"Hij omhelsde mij. Tot 1 augustus bij mij in Caillou-qui-Bique (klein dorp in Henegouwen aan de Franse grens, YJ). Ik beloofde het, want ik bezocht hem nog steeds een keer per jaar in zijn huis op het land, om samen met hem nieuwe gedichten te vertalen."

Zweig vluchtte richting Brazilië

Ondanks de breuk schreef Zweig in 1917 "Erinneringen an Emile Verhaeren", dat in 1931 een Franse vertaling kreeg. Later ging Zweig op de vlucht: naar Amerika om uiteindelijk in Brazilië te stranden. Hij voelde zich ontheemd, gebroken door het nazisme en het antisemitisme en hij was vooral moe.
En even oud als Verhaeren bij zijn overlijden, op zijn 61e - terwijl in Rio de Janeiro de carnavalgekte de harten deed versnellen - nam hij samen met zijn geliefde Lotte een overdosis medicijnen in. In zijn prachtige afscheidsbrief staat:

"Ik groet al mijn vrienden. Mogen zij na een lange nacht de dageraad zien! Ik ben te ongeduldig, ik vertrek voor hen."

"Pour les amis du poète" met hulp van Spilliaert

Voor de bibliofiel is deze tentoonstelling bijzonder interessant omdat hij enkele uitgaven en documenten te zien krijgt die zelden of nooit voor het publiek toegankelijk zijn.

Zo is er de bundel "Pour les amis du poète" (1896) geïllustreerd met tekeningen van Léon Spilliaert, gedrukt op één exemplaar. Dit kleinood werd zelfs niet getoond op de grote overzichtstentoonstelling van Spilliaert in 2007.

Daarnaast krijgt de bezoeker een uitstekend beeld hoe Verhaeren zijn internationale contacten uitbouwde en hoe schrijvers, vertalers en beeldende kunstenaars binnen Europa hechte contacten onderhielden.

De bezoeker ontvangt ook een gefotokopieerd bundeltje met nieuwe vertalingen van de gedichten van Verhaeren. Zeker de moeite.

Yves Jansen

Emile Verhaeren en vrienden

Provinciaal Museum Emile Verhaeren – Sint-Amands
Open tijdens het weekend of na telefoontje ( 052-33 08 05)
Tot 14 juni
website

Mijn dorp

Een nietig dorpsplein en enkele straten,
Met op het kruispunt een Christusbeeld;
En de grijze Schelde en dan de toren
Die zich spiegelt in het norse water;
En de wijk van de Dam, armoedig en ziek,
Als bij toeval bij de schorren neergesmeten;
En voor het kerkhof met de welige palmstruiken
De kapel aan de Maagd Maria toegewijd
Door een zeeman die ooit terugkwam,
God weet wanneer,
Van de Bermuden of van Ceylon;
Zo is, in mijn herinnering na zoveel jaren,
Het dorpje Sint-Amands,
Waar ik geboren ben.

"Mon village" in Les Tendresses premières, 1904
(vertaling: Julien De Mey)