"Het leek alsof hij 3 violen bespeelde"

Tijdens de zesde en laatste finaleavond van de Koningin Elisabethwedstrijd was de jury erg onder de indruk van de prestaties van de 20-jarige Ray Chen (foto). De Rus Nikita Borisoglebsky kon Rudolf Werthen, Henry Raudales en Otto Derolez veel minder bekoren.
Nikita Borisoglebsky (foto in tekst) opende de avond met de sonate nr. 10 in G op. 96 van Ludwig von Beethoven. Otto Derolez van het Canvaspanel loofde de "onwaarschijnlijke beheersing" van de Rus, "maar elke vorm van drama ontbreekt", voegde hij eraan toe. Ook Henry Raudales vond de klank mooi, "maar voelde geen emotie in de uitvoering".
Derolez zag dat de Rus geen affiniteit had met het opgelegde werk "Agens" van Cho Eun-Hwa. Borisoglebsky, die nooit naar popmuziek luistert, kreeg van Werthen goede raad. "Luister ook eens naar iets anders. Have fun. Ik heb die jongen geen enkele keer zien lachen", voegde hij eraan toe.

Ook met zijn concerto in D op. 35 van Peter Tsjaikovski kon de Rus de jury niet overtuigen.  "Hij is op veel vlakken tekortgeschoten en liet steken vallen", stelde Derolez.

Werthen probeerde een fysiologische verklaring te geven voor het probleem. "Door de stand van zijn hand moet hij grijpen naar de hals van de viool, daardoor verliest hij soms snelheid en intonatie. Zijn techniek speelt hem parten. Raudales was het daar volledig mee eens: "Het stuk ligt boven zijn techniek".

"Chen is een echte uitschieter"

In tegenstelling tot Borisoglebsky, is de 20-jarige Ray Chen uit Australië wel geïnteresseerd in andere genres. Zo speelt hij onder meer blue grass jazz en ziet hij het ook wel zitten om iets met popmuziek te doen. Hij begon zijn finale met de sonate in A van César Franck en kon de jury meteen overtuigen.
"Hij is een echte uitschieter, prachtig, magnifiek", vatte Derolez het samen. Ook Raudales was "onder de indruk". "Hij maakt een palet van kleuren en beleeft de muziek maximaal."

Ook het opgelegde werk "Agens" bracht hij tot een goed einde. "Het valt op dat hij veel met andere muziekstijlen bezig is", zei Derolez. "Op een bepaald moment leek het dat hij wel 3 violen aan het bespelen was, 3 stemmen door elkaar". "Hij is een van de 2 violisten voor wie ik een ticketje zou kopen", stelde Werthen. "Hij heeft een continue smile en straalt dat ook uit naar de zaal."

Na zijn uitvoering van het concerto in D op. 35  van Tsjaikovski kreeg hij een staande ovatie. Derolez zag in hem een kanshebber voor de hoofdprijs, Raudales vond zijn concerto dan weer "iets minder". Volgens Rudolf Werthen was hij "geweldig".