"Paniek in het dorp": creatief met weinig centen

“Weet je wat het geniale is aan "Paniek in het dorp"", legde Steven De Beul me een paar weken geleden uit. "Dat Stéphane Aubier en Vincent Patar, de geestelijke vaders, hun handicap in een grote troef hebben omgedraaid." De handicap waar De Beul (die als co-kopstuk van het Brusselse Beast Animation trouwens zelf ook aan de film heeft meegewerkt) het over heeft, is financieel. De budgetten waarmee Belgische animatiefilms hun ding moeten doen, bedragen in het beste geval nauwelijks een tiende van de middelen die vergelijkbare Amerikaanse of Britse producties ter beschikking krijgen.
Zo een kloof kan je niet wegmoffelen door je medewerkers minder te betalen of minderwaardig materiaal te gebruiken. Wat je ook probeert, het zal zichtbaar zijn. Dus besloten Aubier en Patar om dan maar voor het andere extreem te kiezen.
In plaats van de visuele weelderigheid en het intrigerende verhaal van bijvoorbeeld "Coraline" krijgen we iets wat veel chaotischer en anarchistischer is. "Paniek in het dorp" (of liever "Panique au village", want dit is een oorspronkelijk Franstalige productie) speelt zich vaak af tegen een zo goed als kaal decor, niets is levensecht en de monden van de figuurtjes bewegen nauwelijks als ze praten.

Tegelijk bevinden de personages zich in een universum waar alles mogelijk lijkt en de mafste humor regeert. De drie hoofdpersonages heten bijvoorbeeld Paard, Cowboy en Indiaan en ze wonen samen in een huis. Het is bijna de verjaardag van Paard, en als verrassingscadeau willen Cowboy en Indiaan hem een barbecue cadeau doen. Indiaan bestelt daarvoor online de nodige bakstenen maar door een domme tikfout worden er geen 50 maar 5.000.000.000.000 stuks geleverd. Hoe moeten ze die fout rechtzetten voor Paard het merkt?

Goede Nederlandstalige versie

Als "Paniek in het dorp" klinkt als iets wat een kind zou verzinnen, is dat geen toeval. De hele film geeft je het gevoel alsof iemand voor je neus met speelgoedfiguurtjes zit te spelen, maar dan wel iemand met een hilarische verbeelding.
Paard slaapt rechtop met een kussen tegen het hoofd, iedereen praat met hoge snelle stemmetjes, suikerwafels zijn er zo groot als een tennisraket, de tractor danst mee als er gefuifd wordt en boosaardige wetenschappers rijden rond in een grote mechanische pinguïn die met reusachtige sneeuwballen gooit.

Als Kabouter Wesley, de cartoonfiguur uit Humo, ooit een animatiefilm kreeg, zou die op "Paniek in het dorp" lijken. Je kunt het de film aanwrijven dat hij naar het einde aan metaalmoeheid begint te lijden en dat de stijl waarschijnlijk beter geschikt is voor kortere tv-afleveringen, maar dat is eigenlijk detailkritiek.

Tot slot nog dit: in principe heb ik een afkeer voor anderstalige films die in het Vlaams/Nederlands gedubd worden. "Paniek in het dorp" is echter een voorbeeld van hoe je zo een opdracht toch met enthousiasme en inspiratie kunt aanpakken. Met dank aan (stem)regisseur Jan Eelen en zijn acteurs.

Ruben Nollet

Paniek in het dorp (Bel)

regie Stéphane Aubier & Vincent Patar
stemregie Jan Eelen (Nederlandse versie)
met Bruno Vanden Broecke, Jelle De Beule, Tom Van Dyck, Frank Focketyn, Tanja Van der Sanden, Jonas Geirnaert, Wim Opbrouck, Sien Eggers, An Miller (Nederlandse versie)
release woensdag 17 juni