"The great and the good" en het Irakonderzoek

Ze zijn de redders in de nood, diegenen op wie een premier in moeilijkheden graag een beroep doet. Ze zijn "the great and the good". Gerespecteerd door collega's, maar onbekend buiten hun vakgebied, bestaan ze uit oud-diplomaten, rechters, ex-legerofficieren, historici en professoren.
"The great and the good", doorgaans mannelijk, middelbaar, privégeschoold en wit, staan altijd klaar om ingeschakeld te worden als er een onderzoek gedaan moet worden naar een overzees avontuur dat verkeerd afliep.

In handen van "the great and the good" zal het resultaat van zo’n onderzoek zelden verrassen, laat staan regeringen ten val brengen. Geen wonder dus dat premier Brown op hen een beroep deed toen zijn lastige, linkse vleugel hem vorige week een onderzoek afdwong naar aanloop, uitvoering en gevolgen van de Irakoorlog.

Tony Blair wil zijn versie geven

Oud-premier Tony Blair heeft al laten weten graag voor de commissie te willen getuigen. De oorlog, die onder zijn leiderschap bevochten werd, kostte hem in 2007 het premierschap.

Of de Amerikaanse oud-minister van Defensie Donald Rumsfeld even happig is om in Londen aan de tand gevoeld te worden, moet nog blijken. Ervan uitgaand tenminste dat hij door de onderzoekscommissie zal worden uitgenodigd.

De commissie zal alle gebeurtenissen die leidden tot de oorlog onder de loep nemen, te beginnen bij de zomer van 200. Ze zal de voorbereidingen op het conflict, de inlichtingen, de operaties in Irak en wederopbouw tot 2009 bestuderen.

Geen publiek onderzoek

Maar het Irakonderzoek is geen publiek onderzoek. De zittingen zullen achter gesloten deuren plaatsvinden. Getuigen zullen niet bij machte zijn de versie van ministers, ambtenaren en woordvoerders te weerleggen.

De commissie zal geen documenten kunnen opeisen of betrokkenen dwingen op te draven. Of zelfs een eed af te leggen. De schuldvraag zal onbespreekbaar zijn.

De commissie is duidelijk gemaakt niet met de vingers te wijzen. En wat de uitkomst betreft van het onderzoek: enkel nadat "gevoelige informatie" verwijderd is, mag het publiek het inzien.

Namen en conclusies?

De Irakoorlog verdeelde Groot-Brittannië en het parlement. Een meerderheid van de Britten verzette zich er tegen. Aan de vooravond van de invasie protesteerden twee miljoen demonstranten in Londen.

Een deel van het kabinet had eveneens bezwaren tegen het besluit van de regeringsleider om president Bush te volgen. De Irakoorlog was Blairs oorlog. Het conflict zou het leven kosten aan honderdduizenden Irakezen en 179 Britse soldaten.

De verwachting was dat een onderzoek naar de "grootste buitenlandse miskleun die Groot-Brittannië beging sinds de tweede wereldoorlog", namen zou noemen en conclusies zou trekken.
Maar binnen de termen die premier Brown de commissie opgelegd heeft zal de legaliteit van de invasie vermoedelijk in het midden blijven, zal er niet veel loskomen aan nieuwe gegevens en zullen de belangrijkste vragen onbeantwoord blijven.

De conclusies zullen bovendien pas over een jaar gepubliceerd worden, na de parlementaire verkiezingen. Niemand, kortom, die zich aan het rapport een buil zal kunnen vallen. Laat dat maar aan "the great and the good" over.

Lia van Bekhoven is correspondente in Groot-Brittannië

lees ook