"Evenveel klasse als een roze limousine"

Het zijn, volgens de website, 's werelds beroemdste en sjiekste paardenrennen. "Royal Ascot is een sportieve en sociale gelegenheid waar traditie, mode en stijl elkaar vinden in een glorieuze omgeving". Maar dat was vroeger. Dat was toen Ascot voornamelijk bevolkt werd door bezoekers in moeder-van-de-bruid-achtige gewaden en kristallen accenten. Tegenwoordig is het er druk, duur en heeft het evenveel klasse als een roze limousine.
Ascot staat voor absurde hoeden, royals, drank, gokken en, voor een enkeling, paarden. Er is geen plaats waar de Engelsen zo openlijk uiting geven aan hun obsessie met seks en klasse als hier. De paardenrennen zijn een vijf dagen durende ode aan ’s lands sociale hiërarchie. De tegenstellingen zijn er op hun scherpst, terwijl het doel, "een gezellig dagje uit", hetzelfde is.
Donderdag is traditiegetrouw D-Day, met D voor Dames. De hoeden zorgen ieder jaar weer voor evenveel commotie als toen Eliza Doolittle er haar paard aanspoorde zijn luie kont in gang te zetten.

Voor de Britten in de goedkope zitplaatsen is Ascot een minivakantie. Zij, meestal groepjes van vier, vijf vriendinnen, arriveren met hun eigen boterhammen, een fles Cava ieder, uitbundige decolletees en de hoop "een man te strikken". "En hopelijk een rijke", zoals er één enkele jaren geleden tegen me zei.

Volgens een vriendin die regelmatig Ascot doet, sta je versteld van het aantal vrouwen dat nog voor het middaguur hun alcoholconsumptie in hun hoeden staat uit te braken.
Ver verwijderd van de bruingespoten vrouwen in lycra en de pizza- en hamburgertenten is de koninklijke loge. Het is het heilige der heiligen. Hoge hoeden en jacquets voor de heren zijn hier verplicht. Blote schouders, mini-jurken en bruine schoenen verboden.
De royal enclosure is bestemd voor het Britse establishment; een combinatie van oude adel, nieuwe miljonairs, popsterren en entrepreneurs. Ieder jaar wordt er geklaagd over hoe makkelijk het geworden is de loge binnen te komen, maar dat wordt door een woordvoerder van Ascot ontkend.

"De voorschriften zijn nauwelijks veranderd. En dat kan ook niet anders. Anders zou er geen Royal Ascot zijn", luidt het. Voor toegang moet je een pas hebben (euro 100 per dag) en geïntroduceerd zijn door iemand die tenminste vier jaar de koninklijke loge bezocht heeft.
Met diverse "corporate"-kaartjes zou je echter ook binnenkomen. "Vroeger voelde ik me hier veilig", zei eens een middelbare vrouw met duur geblondeerd haar en een arm vol rinkelende juwelen.

"Maar sinds ik in de koninklijke loge tegen de bierdrinkende massa’s aan loop, doet Ascot helemaal niet bijzonder meer aan. Het voelt alsof ieder moment de sieraden van mijn nek getrokken kunnen worden."
Tegen de tijd dat de Britse majesteit, een van de weinigen die het enkel om de paarden te doen is, weer in haar open koets vertrokken is, is D-Day voorbij.

Voor de bezoekers die nog tot een discussie in staat zijn rest de brandende vraag of het de enorme hoeden met roze struisveren waren, de breedgerande zwart-witte modellen of de stijl van Audrey Hepburn, die de stemming van 2009 het best vertegenwoordigden.
Lia van Bekhoven is correspondent in Groot-Brittannië