"They fucked us, this government"

donderdag 18/06/2009 - 06:21 - Geen toegang tot Facebook, geen Twitter, geen BBC. Geen gsm-verbinding meer. Enkel een vaste lijn op mijn kamer die het een keer op de vijf doet. Ik ben in Teheran geraakt, maar de rest van de wereld lijkt zich beetje bij beetje te verwijderen.

Het leven in de Iraanse metropool lijkt vanmorgen haar gewone gang te gaan. Alles draait op volle toeren: de straten zijn geblokkeerd met stinkend, toeterend verkeer. De stoepen lopen vol met winkelende mensen. Alleen de drukte bij de krantenstalletjes verraadt dat er iets in de lucht hangt. Niet dat er veel in de kranten staat over de gebeurtenissen die het land al dagen in de greep houden. Voorpagina's staan vol met sportuitslagen, en grote foto's van president Ahmadinejad op staatsbezoek in Rusland. Een enkele krant toont een grote foto van straatprotesten: de aanhangers van Ahmedinejad.

Ik wandel door de brede straten die gisteren nog het toneel waren van honderdduizenden mensen in zwart en groen, in stilte voortschuifelend met foto's van hun held: Mir Hossein Mousavi. Vandaag is er van onrust niets meer te merken. Of toch, op een hoek staan meer mensen verzameld dan bij de doorsnee krantenkiosk. Er hangt een soort illegale muurkrant: cartoons van de president, hele pagina's teksten met een zwarte rouwband in de bovenhoek, foto's van bebloede jongens en meisjes in zwart en groen.

Een grote straat die uitgeeft op het Vali Asr-plein is met betonnen blokken afgesloten voor alle verkeer. Politiemannen hangen rond hun busjes, sigaretten rokend, niet bepaald in opperste staat van paraatheid. De overheid lijkt er uiterlijk nogal gerust in te zijn dat de situatie onder controle blijft. Maar schijn bedriegt: 's nachts worden er mensen opgepakt, op de universitaire campus wordt een razzia gehouden, de communicatiekanalen worden afgesneden. Enkel geruchten verspreiden het nieuws nog. Niemand weet hoeveel mensen er zijn opgepakt, wie ze zijn, waar ze zijn. Terwijl de opperste geestelijke leider, Ayatollah Ali Khamenei, verkondigt dat de betwiste stemming gedeeltelijk herteld zal worden, wordt er achter de schermen grote kuis gehouden.

Tot de absolute prioriteiten behoort het buitenwerken van de internationale media. Wij worden openlijk beschuldigd van het aanzetten tot burgerlijk ongehoorzaamheid. Het zijn de Amerikanen, de Britten, en hun slaafse volgelingen die de mensen het hoofd op hol brengen, en ze de straat op sturen ... De voor de verkiezingen uitgereikte werkvisa zijn verstreken. Journalisten die betrapt worden op het stellen van een vraag of het nemen van een foto worden opgepakt en uit het land gezet. Ik probeer zo onopvallend mogelijk te blijven. Niet te veel op dezelfde plaatsen rondhangen. Niet zomaar mensen aanspreken op straat. Vooral geen camera bovenhalen.

Er doet een gerucht de ronde dat er opnieuw gemanifesteerd zal worden. Er wordt afgesproken aan "7th Tir Square". Ik neem een taximotor om sneller door het verkeer te komen. Op een kilometer van het plein zijn er plots meer en meer mensen die een groen polsbandje dragen, hier en daar iemand met een foto van Mousavi. De enkelingen worden groepjes, de groepjes een stroom. Het plein is in een uur tijd veranderd in een zee van mensen. Bijna geruisloos zijn de aanhangers van Mousavi er opnieuw in geslaagd elkaar te vinden. Zwijgend, een V-teken makend baant de stroom zich een weg van het plein naar het centrum van de stad. Meisjes met hoofddoekjes vormen hand in hand een ketting tussen het vastgelopen verkeer. Mensen lachen en beantwoorden de overwinningsgebaren. Het ziet er allemaal onschuldig uit: een zondags uitstapje. Maar dit is Iran. Dit is ongezien en vooral ook ongehoord. Een geestelijke uit Isfahan heeft er vandaag op TV nog op gewezen: op dit soort van onvaderlandslievend gedrag staat in de Islamitische Republiek Iran de doodstraf. Het enige wat de manifestanten beschermt, is de macht van het getal.

Een jonge man spreekt me aan: "they fucked us, this government". "Er moet een internationale reactie komen op wat er hier gebeurt". Wat de buitenwereld dan wel moet doen, weet hij ook niet. Hij loopt weg met een poster boven zijn hoofd: "This man is not my president".

Niemand roept hier om een revolutie. De fundamenten van de Iraanse moslimstaat worden niet in vraag gesteld. De massa vraagt om een nieuwe, eerlijke, verkiezing. Niet meer, niet minder. Een ietwat meer hervormingsgezinde Mousavi moet de plaats innemen van een wat te autocratische Ahmedinejad. Niemand die roept om het afschaffen van de religieuze oppermacht van de Ayatollahs. Niemand die vraagt om een scheiding van kerk en staat. Niemand die iets radicaals vraagt. De mensen vragen wel "change", zoals bij de vijand in Amerika, maar dan met mate en enkel op hun eigen voorwaarden.

Ik val op in de marge van de manifestatie. Er is geen buitenlander te bespeuren. De beelden worden gemaakt door de manifestanten zelf, met de GSM, hier en daar met een kleine camera. Via via vindt het materiaal een weg naar buiten. Om te bewijzen dat er nog steeds geprotesteerd wordt, ondanks de intimidatie, de grote kuis.

Ik ga terug naar mijn kamer. De GSM-operatoren zijn uit de lucht gehaald. Het internet doet het nog, voorlopig.

Robin Ramaekers

lees ook