His master's voice? Barroso in het nauw

In Brussel vergaderen vandaag de leiders van de 27 lidstaten van de Europese Unie. Het dreigt een rumoerige, halfjaarlijkse top te worden van de EU. Het aanstellen van een nieuwe Commissievoorzitter, aanpak van de crisis en een evaluatie van de voorbije Europese verkiezingen: er staat heel wat op de agenda.
De boeren zijn opnieuw verontrust door hun verlies aan koopkracht en door de geplande besparingen in hun sector. Het aandeel van de landbouwsteun is nog altijd groter dan 40% in de Europese begroting. Maar de regerings- en partijleiders hebben andere zorgen aan hun hoofd. Er is nu net een nieuw Europees Parlement gekozen, dat kleiner is -736 in plaats van 785 zitjes-, maar wel veel meer bevoegdheden krijgt. En dan rijst de vraag of dit parlement nu mee moet oordelen over de aanstelling van een Commissievoorzitter -zoals het Verdrag van Lissabon stipuleert- of dat hij nu al aangeduid wordt; volgens de regels van het Verdrag van Nice.
Op vraag van het Tsjechische voorzitterschap heeft José Manuel Barroso zich officieel kandidaat gesteld om zichzelf voor opnieuw vijf jaar op te volgen. De grote lidstaten, Frankrijk en Duitsland, zijn daar volledig voor gewonnen. De grootste partij in het Europees Parlement, de centrumrechtse en christendemocratische EVP, staat ook achter hun partijgenoot. Maar socialisten en groenen zijn radicaal tegen, Barroso loopt aan het handje van de nationale lidstaten, zeggen ze. En ook de liberale parlementsleden zijn, anders dan hun regeringsleiders, niet erg ingenomen met een hernieuwd mandaat voor Barroso.

De top kan drie wegen uit. Ofwel stelt hij Barroso onmiddellijk aan, en riskeert hij een forse wrijving met het parlement. Ofwel krijgt de nieuwe voorzitter, Zweden, een verzoeningsopdracht die alsnog een stemming in juli mogelijk maakt. Ofwel komt er een verdaging. Maar hoe dan ook zal de huidige Commissie nog een tijdje als zakenkabinet moeten optreden, zolang onduidelijk is of de regels van Lissabon kunnen gelden.

En de crisis?

Nog een reden om vaart te zetten achter de stroomlijning van de Europese instellingen is de moeizame strijd tegen de economische crisis. Europa verliest terrein op andere grootmachten, omdat de Unie in verspreide slagorde de crisis heeft aangepakt. Frankrijk beschermde snel zijn energiesector, Groot-Brittannië pompte geld in zijn banken, Duitsland zet zich schrap om de autobouwers boven water te houden.

Een nieuwe Commissie zou in elk geval het nu vaak verhulde, maar onmiskenbare nationalisme fnuiken en een stap zetten naar een gemeenschappelijker buitenlands beleid. Ook de betonnering van het parlement maakt een vlottere aanpak van de uitbreiding (misschien al met Kroatië en, wie weet, IJsland in 2011, later met de Westelijke Balkanlanden en dan Turkije) mogelijk. Dat parlement krijgt medezeggenschap over vrijwel alles en kan zo als echte whip fungeren tegenover Raad en Commissie.

Het meest dringend om tot herstel en vernieuwde groei te komen, is het afslijpen van het wilde liberaliseren. Toezicht op de speculatieve lemmingpolitiek van de grootbanken gebeurt liever gisteren dan morgen. De Unie staat achter het plan van de groep De Larosière, een groep van wijzen, om controle uit te oefenen op financiële instellingen, en hun transacties doorzichtiger te maken.

Maar daar wringt nog altijd het schoentje: de landen van de eurozone staan tegenover Londen, dat het grootste financiële centrum van Europa is. Een Europese aanpak betekent een versterking van de rol van de Europese Centrale Bank, ECB. Toegeven aan dergelijke europeanisering (en dus zeggenschap over de nationale aanpak) kan eerste minister Gordon Brown zich niet veroorloven. Hij is al aangeschoten wild door de schandalen in zijn regering en zeven ontslagen, met een herschikking als gevolg. De top zal wellicht daarom niet meer doen dan wegwijzers uitzetten.

Lukas De Vos