De knappe roman "De kleine vreemdeling"

Sarah Waters (1966) is de auteur van een reeks opgemerkte romans. Twee ervan, "Tipping the velvet" en "Fingersmith" werden met succes tot een televisieserie bewerkt. Zowel "Fingersmith" als "The night watch" haalde de shortlist van de Booker Prize. Haar nieuwe boek "De kleine vreemdeling" is de rijk gestoffeerde tekening van een land waar de schaarste en de dreiging van een atoomoorlog de roes van een oorlogsoverwinning overschaduwen.
We schrijven Groot-Brittannië 1947. Maar "De kleine vreemdeling" is ook een sfeervol en geheimzinnig spookverhaal zonder goedkope effecten. De dreiging komt uit het verleden en het onderbewuste van de personages. Dat levert fascinerende lectuur op.
Dokter Faraday wordt op een dag op Hundreds Hall ontboden. Een dienstmeisje is ziek. Niet echt, maar het afgelegen landhuis boezemt haar een vage angst in.

Voor de al wat oudere vrijgezel dr. Faraday is dit consult de inleiding tot een blijvende kennismaking met de familie en het 18e-eeuwse landhuis: de weduwe Ayres, zoon en oorlogsinvalide Roderick en Caroline, de 26-jarige plompe maar levendige en intelligente dochter.

Faraday is de zoon van een winkelier. Zijn moeder werkte als kindermeisje op Hundreds Hall dat bij de dokter zowel nostalgie als ressentiment oproept. Zijn gevoelens voor Caroline zijn niet te scheiden van het landhuis dat in dit na-oorlogse Engeland, waar de socialisten voor het eerst aan de macht zijn, net als de bewoners zelf, overbodig en bedreigd lijkt. De spanningen leiden tot een opeenvolging van crisissen die Sarah Waters met knappe dosering aanbrengt.

Geen sprake van uitgesproken lesbische personages

Behalve een knap en invoelbaar tijdsbeeld is "De kleine vreemdeling" een spookverhaal in de rijke Engelse traditie waartoe ook Henry James, M.R. James en Susan Hill behoren. Alles wordt echter gefilterd door het bewustzijn van dr. Faraday, een eerlijke mens maar die de bronnen van zijn eigen verlangens en ambities, afkeer en frustratie niet kent. Dat laat veel in het ongewisse, maar het versterkt ook de symbolische kracht van wat er met het huis en zijn bewoners gebeurt.
Sarah Waters schreef een roman waarvan de spanning door meer dan de verwikkelingen en de afloop wordt bepaald. De vaart en timing van het verhaal en het licht archaïsche taalgebruik (1947!) zijn zeer verzorgd.

Waters geldt in Groot-Brittannië als een icoon van de lesbische literatuur. Voor het eerst is er in dit boek geen sprake van uitgesproken lesbische personages. De door Faraday als "masculien" en "weigerachtig" beschreven Carolien kan als lesbisch worden “ingevuld”, maar ook niet. Deze onbepaaldheid zegt wat over de onzekerheid van mensen en gebeurtenissen die niettemin met grote precisie en zintuiglijkheid worden geschetst.

Vele mogelijkheden blijven open

Sarah Waters heeft de valstrikken van een modern spookverhaal slim omzeild. Neem al het onverklaarbare als bovennatuurlijk aan, en je bent de sceptische lezer kwijt.

Verklaar alles en het boek "spookt" niet meer. Bij Sarah Waters blijven vele mogelijkheden open, terwijl de zintuiglijke en psychologische werkelijkheid zeer reëel blijft. Dat maakt "De kleine vreemdeling" tot een heel knappe roman.

Johan De Haes


De kleine vreemdeling

van Sarah Waters
bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
Lees hier de literaire blog van Johan De Haes.