Eerste beelden van ruimtetelescoop Herschel

De Europese ruimtetelescoop Herschel heeft voor het eerst beelden (foto rechts) doorgestuurd. De beelden van het melkwegstelsel M51 hebben nog een ongelijke beeldscherpte maar zijn toch al veel duidelijker dan die van de Spitzer-ruimtetelescoop van de NASA (foto links).
De ruimtetelescoop Herschel is op 14 mei gelanceerd en hangt nu op 1,4 miljoen kilometer van de aarde. De foto's zijn genomen op 14 en 15 juni, onmiddellijk na het openen van het beschermend schild van de Herschel. Het gaat om beelden van het melkwegstelsel M51, het "draaikolkstelsel", in drie infrarode golflengten. De drie beelden zijn dan over elkaar gezet, wat toelaat de "spiraalarmen" en de opeenhoping van sterren te zien. 
"Dit beeld, dat genomen is terwijl nog geen enkel van de gebruikte instrumenten precies geijkt is, biedt goede vooruitzichten voor de werkelijke prestaties van de Herschel, die bereikt zullen worden zodra het geheel van de systemen optimaal werkt", zo zei de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

Het is de bedoeling dat de camera en de spectrometer, - een toestel dat de golflengten van licht kan bepalen -, van de Herschel afkoelen tot -272,85 graden Celsius, 0,3 graden boven het absolute nulpunt. Op die manier hebben de instrumenten die infrarode of warmtestralen opvangen, geen last van hun eigen warmte en kan de Herschel sterrenstelsels observeren die tot 10 miljard lichtjaar verwijderd zijn. Een lichtjaar is de afstand die het licht in een jaar aflegt, zo'n 9.400 miljard kilometer.

Die ver verwijderde melkwegstelsels zijn ook nog erg jong (hoe verder men kijkt, hoe verder in de tijd men ook reist) en het is de bedoeling om met de Herschel meer te weten te komen over het ontstaan van sterren en sterrenstelsels.

De Herschel-ruimtetelescoop is gelanceerd samen met de Planck-satelliet die de variaties moet bestuderen in de kosmische achtergrondstraling. Dat is een overblijfsel van de Big Bang, het ontstaan van het heelal.