Een mirakel gevraagd

CD&V wou niet kiezen tussen een regering met vier of drie en in het laatste geval tussen mogelijke coalitiepartners. Omdat elke keuze voor- en nadelen heeft.
Een grote coalitie was gunstig voor de federale stabiliteit. Bovendien is het soortgelijke gewicht van de drie overige partijen beperkt in een vierpartijenregering. De dominante regeringspartij CD&V kan elke partij die de komende jaren moeilijk doet op de uitgang wijzen, er is toch een partij op overschot.

Dat is vooral voor de andere drie vervelend. Die konden de hele tijd tegen elkaar uitgespeeld worden. Geen wonder dat de N-VA en de SP.A elkaar vonden in de weigering van die verdeel-en-heersstrategie.

Binnen CD&V waren er ook die begrepen dat dit de samenhang niet ten goede komt en een driepartijenregering slagkrachtiger was. Omdat Open VLD er echt niet af te rijden was en CD&V de keuze niet wou en kon maken om Open VLD in Van Rompuy I niet te bruskeren, knapten anderen het vuile werk op.

Niet eens zo moeilijk

De voorbije dagen werd gedaan alsof de nota-Peeters zeer duidelijk in het voordeel van de ene en in het nadeel van de andere partij geschreven werd. Vooral Open VLD moest uitleggen waarom ze ondanks die nota nog wou onderhandelen. Die analyse is wat gemakkelijk en wordt beïnvloed door het – nu bevestigde – vermoeden dat iedereen Open VLD liever kwijt dan rijk was.

Maar de nota-Peeters was niet overduidelijk tegen Open VLD gericht. Natuurlijk waren enkele liberale breekpunten er niet in te vinden. Maar dat viel vooral op omdat Open VLD in de campagne zo duidelijk en hard gecommuniceerd had. De verliezer heeft altijd ongelijk, maar Verhofstadt kon terecht naar een aantal voor hem aantrekkelijke punten in de nota-Peeters verwijzen.

Wie in die nota even kritisch naar de grote SP.A-programmapunten zou zoeken, zal wellicht ook concluderen dat de SP.A nog heel veel werk in de onderhandelingen heeft. De Wever blijft zeggen dat hij bevoegdheden wil usurperen (inlijven, toeëigenen, annexeren). De vraag is ook hoe (grond)wettelijk zo’n Vlaamse hospitalisatieverzekering en kinderbijslag is en wat de "Belgische" fracties in en rond de SP.A daarover en over de assertieve Vlaamse regering denken. Daar zitten nogal wat moeilijkheden voor de Vlaamse socialisten. Dat betekent niet dat besturen met de NV-A onnatuurlijk zou zijn.

De N-VA heeft een rechts imago, maar dat klopt niet altijd met de inhoudelijke keuzes van die partij. Hoe raar het ook moge klinken, de samenwerking tussen de N-VA en de SP.A hoeft niet eens zo moeilijk te zijn. Een aanvullende kinderbijslag of collectieve zorgverzekering: nationalistische partijen willen bij de uitbouw van hun staat graag een collectief gefinancierde sociale zekerheid uitbouwen en dat laatste is niet tegen de socialistische gedachte, zolang die aanvullend blijft en de federale interpersoonlijke solidariteit maar niet verbroken wordt.

Toch zal de SP.A het nog moeilijk krijgen om straks met overtuiging te kunnen zeggen dat het regeerakkoord, ondanks de dramatisch slechte kiesuitslag, naar rode hand gezet is. De SP.A moet dringend hervormd worden. Dat is moeilijk vanuit de meerderheid. Dus moet er in het regeerakkoord iets moois tegenover die hindernis voor de toekomst van de partij staan. Als het regeerakkoord het feit dat de partijhervorming door regeringsdeelname moeilijker is niet compenseert, heeft de SP.A een dubbel probleem.

All politics is personal

Natuurlijk ging het niet enkel om inhoudelijke en strategische overwegingen. "All politics is personal". Al jaren nemen de Vlaamse liberalen de N-VA onder vuur: het waren "caractériels" die plat op de buik moesten, het nationalisme was een gevaar voor onze welvaart, zei Europees kandidaat Verhofstadt. Dat herhaalde Patricia Ceysens nog eens na de verkiezingsdag: de N-VA is slecht voor de investeringen in Vlaanderen. En dus wilde de N-VA niet regeren met "een partij die zo met slijk gooit", aldus De Wever in De Morgen.

Met de SP.A waren de persoonlijke verhoudingen nooit zo verzuurd. Aan het verwijt van Frank Vandenbroucke, die een week voor de verkiezingen nog vond dat het N-VA-prgramma een recept voor een impasse is, tillen ze minder erg. Want diezelfde Vandenbroucke hoorde ook zichzelf praten als hij De Wever bezig hoorde. Met de regionale CD&V zijn de relaties altijd uitstekend gebleven. Bij de SP.A zijn ze ook niet vergeten hoe Open VLD de SP.A in 2007 uit de federale regering hield en vorige week de SP.A uit de Brusselse regering heeft gegooid. Die rekening moest vereffend worden.

Open VLD en Verhofstadt moesten vernederd worden. De Wever duwde Open VLD omver, de SP.A kwam de Vlaamse liberalen helemaal uit beeld duwen. Wraak is een gerecht dat koud geserveerd wordt. Het is in de Wetstraat niet anders dan elders: de persoonlijke verhoudingen zijn van groot belang. De Vlaamse liberalen oogsten wat ze jaren zaaiden.

Het echte werk

Vanaf maandag begint het echte werk. Het grootste verschil met de formatie in 2004 is niet de afwezigheid van Open VLD (of Spirit). Wel een andere coalitiepartner zal de komende weken en jaren zwaar gemist worden: de economische groei en vermeerdering van de Vlaamse overheidsmiddelen. Elke coalitiepartner is nu noodzakelijk en kan dus meer eisen. Maar om iedereen goed te bedelen, is er geen geld genoeg.

Ook het communautaire luik wordt moeilijk. Het overlegcomité is niet gemaakt voor onderhandelingen over staatshervorming. Het is een plek waar overlegd wordt over fricties in lopend beleid. Het overlegcomité is een centraal en cruciaal orgaan in onze federatie, maar het is niet daar dat de oplossingen gevonden zullen worden. Bovendien wegen de liberalen daarin te weinig door, wegens enkel in de federale en Vlaamse kant van de Brusselse regering. Open VLD en MR zijn nodig voor een communautair akkoord. Dus worden het wellicht ouderwetse onderhandelingen tussen partijbonzen, zoals Open VLD ook vroeg.

Die zullen zeer moeilijk verlopen. Hoe bijvoorbeeld Brussel-Halle-Vilvoorde geregeld moet worden met een MR (inclusief FDF) die uit de Waalse en Brusselse regering is geduwd, is een raadsel. En die problemen zullen wegen op Van Rompuy I.

In augustus-september moet de federale regering de moeilijke besparingsbegroting 2010 opstellen. Dat zorgt voor veel spanning op de sociaal-economische breuklijn en zet vooral socialisten en liberalen tegenover elkaar. Bijvoorbeeld over de groei in het budget van de sociale zekerheid. Als op hetzelfde moment de communautaire spanning toeneemt, kan dat een explosief mengsel opleveren. We zijn nog niet uit de problemen. De economische en communautaire crisis blijft aanslepen. Die laatste moet geregeld worden voor 1 juli 2010, als België voorzitter van de EU wordt.

Dat vraagt om een mirakel.
Politicoloog Carl Devos (Universiteit Gent) laat elke zaterdag zijn licht schijnen op het reilen en zeilen in de Belgische politiek.