Op kamp en toch niets gemist

Wij vroegen onze lezers welke herinneringen zij hadden aan de maanlanding 40 jaar geleden. Sommigen waren net op dat moment op kamp.
(Pat Van de Werf): Op 21/7/1969 was ik als 13-jarige op scoutskamp met de jongverkenners van de 72° Roelandgroep (Antwerpen-Zurenborg). Die bewuste dag waren we op 24-urentocht, dat wil zeggen: met onze patrouille (een man of 7) met behulp van stafkaart en “noodrantsoenen” een behoorlijke overlevingstocht door Limburg maken (ik denk dat onze kampplaats Achel op Opglabbeek was).

’s Avonds moesten we ergens een slaapplaats vinden, bij een boer op de hooizolder. De vriendelijke landbouwer die ons slaapplaats gaf, nodigde ons (nadat we op een geïmproviseerd houtvuur onze maaltijd hadden gekookt) uit om bij hem in de woonkamer naar het tv-journaal te komen kijken.

En wij, een groepje 11- tot 14-jarigen, zaten sprakeloos te kijken naar een oude zwartwit-tv met schimmige beelden en veel storing, sneeuw en strepen, waarop je amper het onderscheid kon maken tussen de maanlander en de astronaut. Maar we hadden wel de eerste stappen van een mens op de maan gezien en waren zwaar onder de indruk!

Voor het raam van een café

(Marc Rummens): We waren met de chirojongens op kamp in Durbuy, niet ver van het stadscentrum (op een domein van de zusters Filles de la Sagesse). Ik was 20 en leider van de 10- tot 12-jarigen. Een van de afspraken onder de kampleiding (alle afdelingen) was dat niemand van de leiding op café zou gaan ’s avonds.

Toen mijn groep sliep, bleef mijn collega bij de groep terwijl ik de kampplaats verliet op zoek naar een café waar de televisie aan stond en waar je het scherm kon zien van op de straat. Dat café had ik vrij snel gevonden aan de rand van het centrale plein in het Ardennenstadje.

Om geen argwaan te wekken bij de uitbater - hij zou wel eens de gordijnen kunnen dichtdoen om mij te verplichten binnen te komen (dat dacht ik toch …!) - bleef ik in afwachting van het moment suprême niet voor zijn café staan, maar maakte ik verschillende wandelingen rond dat plein.

Hij moet mij toch in de gaten gehad hebben, want bij een van mijn doortochten kwam hij in het deurgat poolshoogte nemen. Hij heeft mij toen iets gezegd, maar ik weet niet meer precies wat. Ik liep verder, maar die tv-beelden wilde ik voor geen geld ter wereld missen. Ruimtevaart was mijn grote hobby.

Ik had gelezen dat Armstrong bij het afdalen langs het laddertje met zijn voet de tv-camera zou aanzetten. Om zeker voor het café te staan als de eerste man op de maan aan zijn wandeling zou beginnen, had ik een zakradiootje meegenomen (van Russische makelij! – ik heb het nog altijd, maar het is stuk) en volgde de uitzending op Radio 1 (toen BRT 1 ?).

Toen het eerste beeld van op de maan binnenliep (we zagen de ladder waarlangs Armstrong zou afdalen of een van de steunen van de maanlander) stond ik voor het caféraam en zag even later de schim van een dik ingepakte astronaut naar beneden zweven.

Naast het beeld had ik ook klank: de stem was van Johan Janssens, die vanuit de Verenigde Staten commentaar gaf bij de wazige beelden. Van deze historische gebeurtenis heb ik dus niets gemist! ’s Anderendaags ging ik ’s avonds nog eens langs dat café in de hoop nog meer beelden te zien tijdens het journaal. De gordijnen waren dicht.