"Ik hoop dat we bondgenoten worden"

De kersverse Vlaamse minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) krijgt heel wat kritiek te slikken na haar eerste interview in "Terzake". Schauvliege spreekt tegen dat ze geen belangstelling zou hebben voor cultuur. "Ik sta daar heel open voor", zegt ze. Ze hoopt ook dat de hele sector haar bondgenoot wordt en dat ze samen het cultuurbeleid kunnen verdedigen.
Schauvliege bekende eergisteren in "Terzake" zich niet te kunnen herinneren wat het laatste boek was dat ze had gelezen. Het laatste toneelstuk dat ze bijwoonde, betrof een opvoering van een amateurgezelschap.

Daarmee maakte ze een beroerde eerste indruk op de kunstensector. Enkele bekende kunstenaars en opiniemakers waren niet mals voor haar in De Morgen.

Auteur Tom Lanoye kant zich tegen het feit dat keer op keer een minister van Cultuur wordt aangesteld die geen enkele ervaring in de sector heeft. De uitspraken van Schauvliege zijn voor hem ook een uiting van "grote minachting voor de kunsten". Jan Goossens, artistiek leider van KVS, is dan weer milder voor "de nieuwe minister die onbevangen staat tegenover een voor haar nieuwe sector". Hij vraagt wél intens overleg.

Erwin Mortier laat in zijn opiniestuk alvast weten dat "deze klucht al bij de première oudbakken is". Ook Yves Desmet is kritisch in zijn column: "Mogen we CD&V-voorzitster Marianne Thyssen smeken om haar Oost-Vlaams stemmenkanon (Schauvliege, red.) te omringen met een kabinet dat toch enig vermoeden heeft van de waarde en het belang van de culturele wereld?"

"Ik ben minister, geen kunsthistoricus"

De kersverse minister lijkt de kritiek sportief op te nemen. "Ik ben heel eerlijk geweest", zegt ze over haar uitspraken in het "Terzake"-interview. Ze spreekt echter tegen dat ze geen voeling zou hebben met cultuur. "Ik sta daar heel open voor."

Ze stelt de sector ook gerust door te zeggen dat ze in haar een bondgenoot zullen vinden. "Ik zal met hen de komende vijf jaar goed samenwerken en het cultuurbeleid sterk verdedigen. Men mag mij streng beoordelen, maar dan liefst na vijf jaar."

Ze vindt ook dat een minister van Cultuur geen kunsthistoricus hoeft te zijn. "Ik moet een goede beleidsminister zijn, die naar de sector luistert en beleidskeuze maakt en ik ben bereid om dat te doen."

Volgens Schauvliege is het de eerste keer dat er in het regeerakkoord zoveel aandacht besteed wordt aan cultuur. Ze beseft dat het in tijden van crisis en besparingen niet makkelijk zal zijn om het akkoord uit te voeren. "Ik hoop dat we samen schouder aan schouder het cultuurbeleid kunnen verdedigen", zegt ze.