Gemeende gastvrijheid in adembenemend landschap

Onze reporter Loutfi Belghmidi bezoekt van de zomer zijn land van origine, Marokko. Op deredactie.be brengt hij verslag uit van zijn rondreis.
Ik ben in Erfoud, in het oosten van Marokko, niet ver van Algerije. Het is warm. Wat zeg ik, het is snikheet. Proberen te slapen hoeft niet. Telkens schiet ik zwetend wakker. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. De thermometer van mijn auto staat op 43 graden! Toch wil ik deze streek zien. De rit van Marrakech, via Ouarzazate naar Erfoud is de moeite waard. De landschappen zijn adembenemend en telkens kom ik een totaal andere vegetatie tegen.
De mensen in Erfoud lijken op het eerste zicht gesloten. Niet zoals in Ouarzazate, waar iedereen zeer toegankelijk is. Eerst dacht ik dat ik niet welkom was, de Belgische nummerplaat op mijn auto heeft een tegenovergesteld effect als in andere steden. In Ouarzazate bijvoorbeeld trekt zo’n nummerplaat tal van would be-gidsen aan. Mensen die van het toerisme leven.

Hier in Erfoud is de gastvrijheid ook gemeend. De nachtwaker van het hotel, die jaren als soldaat gediend heeft in de Westelijke Sahara, biedt me aan om de volgende dag bij hem thuis te komen. “Ik ben geen gids”, zei hij. Bij hem mocht ik eten en drinken. Ik mocht zelfs blijven overnachten.
Deze gastvrijheid zie je bij mensen in de woestijnstreek en bij dorpelingen. Het is een overblijfsel van de nomadencultuur . Ook zijn ze niet beïnvloed door het materialisme dat voorkomt in de steden. Ze leven meestal van landbouw of zoals in Erfoud van toerisme. Onderweg kom ik nog echte nomaden tegen. Op de weg tussen Midelt en Meknes leven ze samen met hun honderden schapen en runderen op de grasvlaktes langs beekjes en rivieren.

Voor ik in Meknes aankom, waar ik mijn ouders ga zien, stop ik even in Ifrane, de "Marokkaanse Alpen". In Ifrane heerst er een microklimaat. Hier zie je planten die ergens anders in Marokko niet voorkomen. In de verte zie ik een skipiste. De Marokkaanse bourgoisie heeft hier een tweede huis en springt er tijdens de winter op de latten.
Op het terras van café "Chamonix" zie ik hoe een straatveger elk blaadje dat van bomen valt opraapt en in de vuilbak gooit. Ik vraag me af: waarom kan dit niet in andere steden? Al jaren lopen op de Marokkaanse televisie campagnes om mensen bewust te maken van netheid op de openbare weg. Ik vrees dat sommige Marokkanen op dit moment vooral wakker liggen van hun job en wat morgen brengt dan van netheid.

Ik stop in Zaida om meshwi (gegrild vlees) te eten. Een jongetje vraagt of hij mijn schoenen mag poetsen. Ik zeg dat het niet nodig is omdat ik sandalen draag. Ik geef hem een broodje gehakt. Verrast bedankt hij mij en gaat hij weg.

Dit zijn de jongeren waarin koning Mohammed VI dezer dagen in Nador investeert. Dit is de jeugd die in gammele bootjes naar Europa wil (vluchten). Om daar in de illegaliteit te leven. Daarom heeft de koning de strijd tegen armoede één van zijn prioriteiten gemaakt. Zodat de jeugd niet vlucht voor de armoede. Nu is het noorden van het land aan de beurt, daarna de rest.

Meest gelezen