Kunstenaars zoeken geen Utopia in Nieuwpoort

Telkens als wij Nieuwpoort naderen willen we zo snel mogelijk naar de zeedijk. Die dwangmatigheid is bijna uitgegroeid tot een ritueel: onze groet aan Jan Fabre. Daar zit hij parmantig hoog op zijn blinkende reuzenschildpad, met rechte rug en met strakke blik op de zee gericht.

En al drie keer hebben wij gezien met hoeveel zorg en liefde de gemeentearbeiders dit prachtige monumentale werk en zijn omgeving onderhouden.

Fabre maakte Searching for Utopia voor de eerste editie van Beaufort in 2003. Het is de mooiste blijver van alle edities tot nu toe.

Kon hij zes jaar geleden voorgevoeld hebben dat de titel van zijn werk  "Op zoek naar Utopia" perfect zou aansluiten bij het verhaal dat Beaufort03 wil vertellen in Nieuwpoort?

In 1516 schreef Sir Thomas More het boek Utopia. Het gaat over een gefantaseerd eiland in de Atlantische Oceaan. Daar bevindt zich de ideale gemeenschap waar iedereen gelijk is.

In deze utopische staat zijn de maatschappelijke tegenstellingen verdwenen, bezit is eerlijk verdeeld of gewoon afgeschaft, er heerst geen armoede en alle burgers leven deugdzaam met elkaar.

Dat ideaal staat haaks op de onderwerpen die de kunstenaars vandaag aansnijden in Nieuwpoort: oorlog, armoede, de vlucht en het politieke spel.

"Dag Jan, goed je weer te zien".

Slenteren langs de dijk

We slenteren over de dijk en kijken naar de White Residence, het voormalige Grand Hôtel des Bains. In de tweede wereldoorlog was het een krijgshospitaal.

En zo’n vijftig jaar geleden werd het opgesplitst in flats en handelszaken. Dit gebouw uit 1924 is een typisch voorbeeld van Art Deco waarbij het decoratieve even belangrijk is als het functionele.

De talrijke verbouwingen aan het gelijkvloers hebben het fraaie gebouw meedogenloos gekwetst. We stappen meteen naar het westerstaketsel waar we de kleine overzetboot nemen.

Aan de overkant komen we in een andere wereld. Er is niet alleen het natuurreservaat de IJzermonding, de vuurtoren en het militaire domein van Lombardsijden, maar hier staat de Gaalgui of prauw, een werk van Philip Aquirre y Otegui (1961) die met dit kunstwerk een striemende aanklacht formuleert tegen de waanzin die bootvluchtelingen moeten ondergaan.

Naar Europa gaan of sterven

Philip Aguirre is een veelzijdige kunstenaar die zijn inspiratie zoekt in de politieke actualiteit.

“Ik ben in Vlaanderen geboren en opgegroeid. Mijn ouders zijn tijdens de Spaanse burgeroorlog naar Vlaanderen gevlucht en hebben hier een tweede vaderland gevonden, maar de band met het Baskenland is nooit helemaal doorgeknipt”, aldus Philip Aguirre.

En omdat zijn ouders zelf politieke vluchtelingen zijn, ligt die problematiek hem na aan het hart.

In 1996 maakte Aguirre kennis met de Gaalgui in Senegal. Als beeldhouwer was hij meteen getroffen door de vorm, de constructie en de versiering van de prauwen die voor de traditionele visvangst worden gebruikt.

In Senegal wilde hij samen met de bootbouwers aan de slag gaan. Het resultaat: in het Senegalese vissersstadje M’Bour staat nu een zesmeter hoge boot als hommage aan de vissers.

In Nieuwpoort pronkt een groter exemplaar waarvan de steven loodrecht naar de hemel wijst. We stappen in de boot en kijken naar een documentaire over het leven in Senegal.

Het zijn moeders die vertellen waarom hun zonen het land moeten verlaten “ want in dit land is er geen toekomst, geen hoop, en er zijn geen perspectieven”.

De boeren kunnen niet meer leven van de oogst, en de visvangst is niet meer rendabel. Zowel in de steden als op het platteland overheersen wanhoop en ontgoocheling. En dus willen de jongeren weg, naar een betere toekomst, want slechter kan het niet.

En dan vertrekken ze met de zegen van vader en moeder die de handen hoog naar de hemel brengen om te bidden tot de almachtige God dat de gevaarlijke overtocht van vijftienhonderd kilometers mag slagen. De maraboe heeft offers aanbevolen en heeft amuletten gegeven waardoor de reis voorspoedig zou moeten verlopen.

En bij nacht vertrekken ze dan met de mensensmokkelaar aan het roer, en zij geloven dat hun bootje zoals in een gevecht een kopstoot geeft aan de oceaan om haar te temmen.

Voor velen wacht de snelle verdrinkingsdood, anderen bereiken de Europese kusten waar hun het droeve lot van illegaal wacht. Of erger nog: teruggestuurd worden.

Het is deze dramatische problematiek die Philip Aguirre op een ijzersterke manier vorm geeft. We zien hoe jonge mensen minutenlang luisteren naar de serene getuigenissen van de moeders die hun kind - verslonden door de golven- in de hemel weten.

Het is stil rond dit kunstwerk dat nu al een monument is.

Flaneren langs een prachtige promenade

We wuiven naar de schippers van de overzet. Ze wachten op ons. “En of we het mooi vonden”, willen ze weten. We knikken bevestigend maar vinden geen woorden.

Terug aan de wal zijn we besluitloos. Eerst de kunst ofwel de boulevard afstruinen richting jachthaven, heel chique novus portus genoemd, en zo naar het monument van Albert I.

We nemen de boulevard, een prachtige promenade zoals er nergens anders aan de Belgische kust er een is. Meer dan twee kilometer flaneren en fietsen langs het water.

Geen auto’s, alleen boten en het geweeklaag van zeurende meeuwen, met steeds in de verte de mooie nieuwe jachthaven.

En -zo uitzonderlijk aan onze kust- grote lappen grond liggen braak of hebben een parkstructuur gekregen. En we geloven het bijna zelf niet maar wij wandelen langs traditionele akkers. Wat een verademing. Niet aan raken. Houden zo.

Ode aan Nieuwpoortenaar Dansercoer

Aan het einde van de promenade kijken we naar het beeld van Dixie Dansercoer, de Nieuwpoortenaar die in 2007 op Zuidpoolexpeditie trok.

Beeldhouwer en stadsgenoot Freddy Cappon beeldt Dansercoer uit als langlaufer die een slee met materiaal trekt. Het beeld troont tegen de zware, blauwe hemel: de ontdekkingsreiziger is alleen met zichzelf en het hogere.

We stappen door tot aan de oude vismijn, zo tot aan het monument voor Albert I. Het beeldhouwwerk is van Temsenaar Karel Aubroeck (1894-1986) die ook voor de boekentoren in Gent een beeld maakte.

Dit monument herdenkt de eerste wereldoorlog. In de nacht 29 op 30 oktober 1914 besloten de militairen over te gaan tot de inundatie van de IJzervlakte. De sluizen werden kort na elkaar zes keer geopend en gesloten. Het water sijpelde het land binnen.

Omdat het water slechts heel langzaam steeg, hadden de Duitsers de list niet door. Uiteindelijk liep het gebied tussen IJzer en de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide onder. Daardoor kon het Belgische leger stand houden.

Holiday in Melsbroek

De kusttram brengt ons terug naar Nieuwpoort-Bad. Terug op het strand worden we geconfronteerd door drie grote speeltuigen uit polyester. Ze staan tussen een hoge,dubbele afsluiting.

Dit is een sterk confronterend werk: de onvrijheid van de opsluiting en de oneindige vrijheid van de zee-einder. En waar kunstenaar Sven ’T Jolle (1966) met dit sculpturale ensemble naar toe wil, daar laat hij geen twijfel over bestaan: Holiday in Melsbroek (127).

Daar staat de installatie volkomen wereldvreemd te zijn en dat moet wel reacties losweken. We luistervinken. “Bompa , waarom staat dat hier?”, wil het knaapje met schopje weten.

Bompa kijkt minzaam naar zijn kleinzoon. Ze staan beiden stil voor de prikkeldraad. Bompa tikt tegen zijn witte pet:

“Op de televisie heb je de beelden al dikwijls gezien. Hoe moeilijk politiek vluchtelingen hier kunnen overleven. Hoe sommigen van pure ellende in hongerstaking gaan en dood willen. Dit werk moet de mensen daarvan bewust maken ”.

We zien het knaapje denken, het dringt tot hem door en de speeltuigen hebben alle aantrekkelijkheid verloren.

’T Jolle wil via zijn kunst de tere plekken van de samenleving blootleggen en aanklagen. Zijn carrière als artiest is er een van sociaal engagement.

Vroeger maakte hij kunstwerken uit protest tegen onder meer de sluiting van Renault Vilvoorde, de uitwassen van het economische liberalisme en de globalisering.

En helemaal niet verwonderlijk dat ’T Jolle een grote bewonderaar is van de fel geëngageerde Franse Fernand Léger ( 1881-1955) en de Duitse pacifist en ecologist Joseph Beuys ( 1921-1986).

Kindjes omkleden zich in amfitheater

Op een duinpan bouwde Tim Segers (1983) met betonbalken een klein amfitheater, symbool van een parlementair halfrond. Hier kan het volk discussiëren over het lot van de politieke vluchtelingen.

Een camera registreert wat er gebeurt. Segers wil via internet ( www.youtheater.com) een interactief kunstwerk creëren. Een best aardig en interessant opzet, helaas is de technische kwaliteit van zowel beeld als geluid ondermaats.

Tim Segers begon zijn jonge carrière als tekenaar maar na een verblijf aan een Griekse academie concentreert hij zich meer en meer op installaties. Ook intervenieert hij graag in bestaande toestanden. Uit een luifel van De Singel in Antwerpen zaagde hij een aardappel.

Of hij voegde onverwachts iets toe zoals geluid dat weerklinkt uit een stel laarzen. Of hij bouwde een logement na in een galerie.

En het strandpubliek weet het amfitheater best te appreciëren als leeshoek, picknick of omkleedplek voor de kindjes.

We turen naar de zee. Aan de einder dobberen tientallen witte puntzakjes; de zeilschool is buitengaats. Bijna waren we het vergeten: de zee, dat is ook pure ontspanning.

Yves Jansen

Info

Beaufort, triënnale voor hedendaagse kunst
Mu.ZEE, Romestraat, Oostende

www.kunstmuseumaanzee.be
www.beaufort03.be