"Hopen op inzinking Merckx, is als geloven in Sinterklaas"

Hij kwam, hij zag, en hij overwon. En hoe. In de zomer van 1969 begon Eddy Merckx, op dat moment net 24 geworden, aan zijn eerste Ronde van Frankrijk. Met zijn grootse prestatie dompelde hij België in een echte wielergekte. Zijn tegenstanders op het terrein werden er moedeloos van...
Merckx wordt rondgevoerd op de wielerbaan van Vincennes, na zijn eerste Tourtriomf. Links ploegleider Lomme Driessens op de fiets.
We kunnen het ons nu nog amper voorstellen: een Belg die de Tour wint. Het is intussen 33 jaar geleden, met Lucien van Impe in 1976.
Als er tegenwoordig al een Belg een rit wint, laat staan de groene trui, is hij al een halve wielergod. Merckx won in 1969 naast de gele trui ook de groene puntentrui en de bolletjestrui van beste klimmer, en uiteraard de combiné.

Merckx was ook de beste jongere, en won met zijn team het ploegenklassement. Onze landgenoot mocht na de slottijdrit maar liefst zeven keer het podium op (foto).

Na 30 jaar wachten

Logisch dus dat Merckx in 1969 een echte wielergekte deed ontstaan in ons land. De rondekrant, die toen nog op straat werd verkocht op de dag van de rit zelf, verkocht als zoete broodjes.

De mensen waren in de ban van Merckx' Tourzege, ook al omdat het 30 jaar geleden was dat er nog eens een Belg de eindzege had kunnen pakken, Sylveer Maes in 1939.

Merckx heeft er de benen voor

Bovendien maakte de aanloop naar de Tour '69 het nog iets specialer. Merckx had eerder dat jaar, op 23-jarige leeftijd, al de rittenkoers Parijs-Nice op zijn naam geschreven en de klassieker Milaan-Sanremo,  net als de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik.

Hij was er dus klaar voor, en had in de Giro van 1968 al bewezen dat hij het rondewerk aankon. Voor alle duidelijkheid: Merckx had die Giro in '68 met panache gewonnen. In de Ronde van Frankrijk van 1968 startte hij toen niet, al had het eventueel al gekund.

De Tour van '69 hangt aan een zijden draadje

Ongeveer een maand voor die Ronde van Frankrijk van 1969 gebeurde er echter iets onverwachts: Merckx werd in Savona betrapt op doping.

Er hangt nog altijd een waas over die positieve controle: vooral Merckx-fans hebben altijd beweerd dat het een Italiaans complot was. Merckx zelf was zo overstuur dat de mensen geneigd waren om te geloven dat hij effectief onschuldig was.

Merckx kreeg een maand schorsing, maar dat betekende dat hij de Tour aan zich voorbij zou moeten laten gaan. De Tour, waar hijzelf en de Belgische wielerfans zoveel van verwachtten.

Savona geeft Merckx extra energie

Uiteindelijk werd de schorsing "herbekeken" en kon Merckx eind juni 1969 toch van start gaan, extra geprikkeld door de hele affaire.

De goede benen, zijn natuurlijk temperament van winnaar en de verbetenheid na de zaak-Savona vormen een mix die Merckx naar geweldige prestaties zou stuwen. De dopingkater zou vrij snel doorgespoeld worden in drie dolle weken.

De Kannibaal

Merckx walst over de tegenstand heen, al betekent dat niet dat hij alles wint. Zo wordt hij geklopt in de proloog en haalt hij bij de passage door België pas de gele trui dankzij de ploegentijdrit, om die een dag later weer af te staan.
Vooral in de bergen is de suprematie van Merckx enorm. Zijn prestaties, en het feit dat hij altijd en overal wil koersen, leveren hem al snel de bijnaam "Kannibaal" op.

Vooral bij de Fransen, niet gespeend van enig chauvinisme, groeien de frustraties met de dag. Het is niet toevallig dat zijn bijnaam hem toebedeeld wordt vanuit Franse hoek. "Geloven in een inzinking van Merckx, is als geloven in Sinterklaas", klinkt het bij de renners.

Merckx laat het niet aan zijn hart komen. In de Ronde wil hij echt de puntjes op de i zetten. Niet enkel sportief, trouwens: hij biedt zich spontaan aan bij de dopingcontrole om alle twijfels uit te wissen. Hij heeft de dopingverantwoordelijke van de Tour, dokter Pierre Dumas, een lijst gestuurd met wat hij neemt.

Vliegend door de Pyreneeën

Merckx slaat een eerste keer keihard toe in de Vogezen, waar hij in de rit naar de mythische Ballon d'Alsace, een van de oudste cols in de Tour, de tegenstand een eerste keer murw rijdt.

Maar zijn grootste exploot komt er pas later, in de Pyreneeën, in de etappe van Luchon naar Mourenx. De rit doet onder meer de gevreesde Tourmalet en de Col d'Aubisque aan. Na perfect werk van zijn ploegmaat Martin Van Den Bossche, demarreert Merckx net voor de top van de Tourmalet. Hij slaat vervolgens een kloof in de afdaling, maar er zijn nog 140 kilometer te rijden onder een loden zon.

Zijn ploegleider bij Faema, de flamboyante Guillaume "Lomme" Driessens, probeert hem in te tomen maar Merckx is vastberaden. Hij raakt vlot over de Aubisque en rijdt in zijn eentje de achterstand op minuten. Zelfs in de lange vlakke uitloop van de bergen, in een strijd van een tegen allen, geeft hij geen krimp. Zoiets was niet meer gezien sinds Fausto Coppi.

Koude rillingen

Zijn grote kippenvelmoment beleeft Merckx naar eigen zeggen evenwel pas later. De slottijdrit brengt de renners naar de wielerbaan van Vincennes, in de buurt van Parijs (pas sinds 1975 eindigt de Tour traditioneel op de Champs Elysées, nvdr).
Rond de piste zijn zowat 25.000 toeschouwers samengestroomd om het orgelpunt mee te maken. Onder hen ook een massa Belgen. Wanneer Merckx de piste opdraait, wordt zijn naam massaal gescandeerd. Het bezorgt onze landgenoot koude rillingen. "Veruit het mooiste moment uit mijn carrière", zegt Merckx nu nog.

Voor de statistieken: Merckx won die tijdrit met een gemiddelde van ruim 47 km/u, voor de "Eeuwige Tweede" en Franse "chouchou" Raymond Poulidor en Roger Pingeon. In de eindstand volgt Pingeon op bijna 18 minuten, Poulidor op ruim 22 minuten.

Faema, een sterk blok

Merckx had in de Tour 1969 ook veel te danken aan zijn sterke ploeg Faema, een Italiaanse fabriek die onder meer espressomachines produceerde.
De ranke Martin Van Den Bossche mende vaak tijdens de beklimmingen. De ploegen telden toen 10 renners. Voor Faema waren dat voorts nog Frans Mintjens, Guido Reybrouck, Jos Spruyt, Julien Stevens, Roger Swerts, Georges Vandenberghe en Vic Van Schil. De Italiaan Pietro Scandelli was de enige niet-Belg in het team.

De sterkte van de ploeg mag blijken uit de overwinning in de ploegentijdrit in Woluwe in het begin van de Tour (foto), die Merckx toen in het geel bracht.

Ook Stevens won een etappe, in Maastricht. Daar nam hij trouwens de gele trui van Merckx opnieuw over. Stevens zou later in 1969 heel dicht komen bij de wereldtitel, maar werd op het circuit van Zolder geklopt door de Nederlander Harm Ottenbros.

Guido Reybrouck zegevierde in La Grande Motte, na een fantastische rush. In de slotmeters stormde hij nog Flandria-spurter Eric Leman voorbij. Zoals het hoort, won Faema ook het ploegenklassement.

Roger De Vlaeminck: nooit de grote liefde

In de Tour van 1969 schreven ook andere Belgen hun verhaal. De piepjonge Lucien Van Impe maakt er zijn debuut op 22-jarige leeftijd. Hij is dan pas prof, maar laat mooie dingen zien in de cols en eindigt op een niet onaardige 12e plaats in de eindstand.

Roger De Vlaeminck, 21 pas, mengt zich als Belgisch kampioen in de massaspurten en draagt zelfs even de groene puntentrui. De zware beklimmingen lijken hem minder goed te liggen en het wordt geen grote liefde met de Tour. In de Ronde van Italië zal hij meer succes hebben.

Herman Vanspringel, de ongelukkige tweede van de Tour van 1968, doet dit keer niet mee voor de eindzege, maar graait wel twee ritten mee. Rik Van Looy ten slotte is al op zijn retour, maar slaagt er toch nog in om een rit te winnen, na een solovlucht. Het symboliseert in deze Tour mooi hoe Merckx de fakkel heeft overgenomen van Van Looy.

Michael Torfs