Van grote rijkdom naar diepe armoede in De Panne

De olifanten van Botha lokten in 2006 duizenden naar De Panne, de honderd menselijke figuren van Antony Gormley wisten in 2003 duizenden te boeien. Dat waren Beaufort 02 en 03. Vandaag is het in De Panne armoe troef.
Een dvd van Marijke Van Warmerdam werkt niet, een andere installatie is een ommetje niet waard en het derde kunstwerk verblijdt alleen het strand. En daarmee is het gezegd.

Gelukkig is het culturele erfgoed van De Panne rijk en interessant. En dat ontgoochelde ons niet. Beaufort03 in De Panne daarentegen…

Dit is de achtste en laatste aflevering van onze grote tocht van Oost naar West, van Knokke-Heist naar De Panne.

Anno 1869

Adinkerke anno 1869: de stoomtrein uit Gent arriveert in het station.

De eerste badgasten en schilders worden per koets naar De Panne gebracht waar ze per brief een kamer hebben gereserveerd in Hotel Mon Bijou, Hotel du Cheval Marin of misschien Hotel de la Plage.

Bij de eeuwwisseling komt er een paardentram die de bijna vier kilometer van het station naar het centrum van De Panne aflegt in 21 minuten. En vanuit Veurne rijdt er al een stoomtram naar De Panne

In 1912 telt de kustgemeente drieduizend inwoners, zestig hotels en driehonderd villa’s. In het hoogseizoen melden er zich tienduizend zomergasten.

Koning Leopold I

Wij hebben net een boekje gekocht met fraaie prentbriefkaarten uit lang vervlogen dagen.

En wij denken aan 17 juli 1831. Eén dag daarvoor was Prins Leopold Van Saksen-Coburg-Gotha (1790-1865) in Dover op het jacht Crustader gestapt dat koers zette richting Calais.

Daar begeleidde de Franse cavalerie de toekomstige vorst tot aan de Belgische grens. Via een lamentabele kasseiweg ging het verder naar De Panne en daar stond een kleine schare hoogwaardigheidsbekleders klaar om hem in te halen als eerste koning van het nieuwe land België.

"Hier is Leopold de eerste koning van België op de 17 dag van de maand juli anno 1831 binnengekomen op Belgische grond en plechtig ontvangen", zo lezen we op de gedenkplaat.

Het monument naar een ontwerp van René Clicquet (1899-1977) is uit Belgische hardsteen en brons.

Voor het monument ligt een ruime esplanade, achteraan een werk van Beaufort03. De Amerikaan Jason Meadows (1972) liet zich inspireren door het nabijgelegen Plopsaland.

Hij bouwde drie huisjes die hij als een paardenmolen monteerde. De monumentale constructie bestaat uit drie kleurrijke, veelzijdige kiosken.

De kunstenaar had de bedoeling dat de kinderen tijdens het strandspelen het kunstwerk zouden ontdekken. En dat doen ze ook.

Maar door dit werk in de schaduw te plaatsen van het Leopold I- monument kan het ook een politieke interpretatie krijgen: drie huisjes staan voor drie gemeenschappen ( Vlaanderen, Wallonië en de Duitstalige Gemeenschap) en deze drie kiosken houden elkaar met moeite in evenwicht, elk ogenblik kan door een windstoot de constructie in mekaar klappen.

Als dat geen symbool is voor het wankele evenwicht waarop ons koninkrijk rust!

Wandelen in de Dumontwijk

Albert Dumont (1853-1920) was afkomstig uit het Ardense Neufchâteau. Zijn familie telde vele advocaten en letterkundigen. Hij volgde de studie rechten maar op het einde koos hij voor de Schone Kunsten. In de tweede helft van de negentiende eeuw bestonden er geen architectenscholen: de praktijk was de studie.
Zijn hart ging echter naar de zee, mogelijk ook ingegeven door zijn astma. Grootgrondbezitter Ollevier en industrieel Bronzel hielpen Dumont aan de slag in De Panne.

Al snel ontpopte de familie Dumont er zich tot een hechte kunstenaarskolonie. Zoon Alexis tekende tussen 1902-1904 het ontwerpplan voor de wijk, vader berekende plannen voor villa’s en cottages, bij dochter Myriam en haar man architect Gustave Remy lagen de schetsen voor enkele modernistische villa’s op de tekentafel en tot slot was zoon Francois kunstschilder en organiseerde hij tentoonstellingen.

Deze familie heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op De Panne.
Wij stallen onze wagen aan het stadhuis en bestijgen meteen de Kykhill of Kijkheuvel. We struinen de duinen op en af, steegje in steegje uit, en we kijken goed rond. Wat een schakering aan architecturale stijlen: een stempel drukken, lukt hier niet.
We zien modernisme, cottage, Normandisch imitatiestukwerk, invloeden van Art Deco. Een wonderbaarlijke potpourri want alles lijkt hier wel wonderwel met alles te accorderen.

Te midden van de Dumontwijk is er hotel Het Park. Vroeger was het een hotel van De Post, nu zijn er kamers voor nostalgische reizigers. Rondom is er een mooi terras en een tuin en daar drinken we -in de prille ochtendzon- koffie.

De dienst Toerisme van De Panne is bijzonder goed uitgerust: handige kaarten onder meer voor de boeiende erfgoedwandelroute, een architectuurgids en zelfs een brochure met alle beeldhouwwerken. En met kennis van zaken en met de glimlach gegeven.

En zo lezen we dat het straks honderd jaar geleden is – om precies te zijn op 10 augustus 1909 – dat de allereerste wedstrijd voor zeilwagens in Europa werd georganiseerd in De Panne.

Het ruim vierhonderd meter brede strand zonder golfbrekers is zeer geschikt om de snelheid en behendigheid van zeilwagens uit te testen.

En de familie Dumont was er bij betrokken: in 1898 knutselden zij de eerste zeilwagen in mekaar. Willy Coppens (1892-1986) maakte de zeilkar mobieler door er fietswielen onder te zetten.

Bij het begin van de eerste wereldoorlog behaalde Coppens op eigen kosten een vliegbrevet in Groot-Brittanië. In de oorlog was hij de specialist om Duitse observatieballonnen naar beneden te halen. Van de Duitsers kreeg hij de bijnaam: De Blauwe Duivel.

Beaufort01 Revisited

In onze Beaufort03 gids hadden we gelezen dat er voor de tramremise uit 1936 Matt Mullican (1953) vijftien gietijzeren tegels tussen de kasseien had gelegd. We lezen over zijn wereldsystemen of kosmologieën, klappen de gids dicht en moedeloos kijken onze ogen naar de tegels, het fototoestel laten we in de tas, en we stappen verder richting Franse grens.

In de duinen staat er ‘een restant’ van de eerste editie: goed werk van de Nederlander Gerhard Lentink (1956).

Een wadende jongeling gebaseerd op de traditionele Oudgriekse Kouros: een adolescent, een baardeloze jongen, maar geen kind meer. Ook de bij Grieken werden de eerste beelden uit hout gemaakt, Lentink bouwde zijn metershoge figuur uit vurenhout of fijnspar.

De torso is echter een gigantische ruststoel en verwijst daardoor naar de reus Christophorus die pelgrims over een wijde, gevaarlijke rivier droeg. Het beeld maakt nog steeds indruk.

Via het brede strand stappen we naar de ruime esplanade voor het monument van Leopold I.
We wandelen dan naar het cultuurhuis De Scharbiellie in het centrum. Daar is een beperkte fototentoonstelling van Alberto Piovano, een Italiaanse fotograaf die ruim dertienhonderd zwart/wit foto’s maakte.

In een serie probeert hij de evolutie en/of de beweging te vatten, zoals bij het binnenvaren van het grote vrachtschip Lyra Leader in de haven van Zeebrugge.

Of de zee op verschillende tijdstippen en daarmee sluit hij aan op de video-installatie van Lili Dujourie in Fort Napoleon in Oostende.

De fototentoonstelling is niet meteen een must: idee, uitwerking en techniek zijn niet nieuw of innovatief en terecht moeten we ons de vraag stellen of een dergelijke, beperkte expositie thuishoort onder de Beaufortparaplu.

Met de strandcabine in zee

De Panne anno 1920: op strand spitten de jongens grote versterkte forten. Hoog op een kanteel planten zij een papieren vlag. Vol spanning schatten ze in hoe lang hun bouwwerk is opgewassen tegen de vernielende kracht van de zee.

De moeders en de gouvernantes houden een oogje in het zeil. Gekleed in hun lange zware rokken en jassen, een zonneparasol schemert voor hun ogen.

Wanneer de vesting bijna is verzwolgen door de zee, mogen de koene jongens een ritje maken op een ezel begeleid door een gepensioneerde visser, de pijp immer tussen de zoetbruine kiezen.

En wie toch in zee wil, stapt in een cabine op twee of vier wielen getrokken door paard of ezel, of geduwd en getrokken door sterke jongens strak in de kleren. Gluren zij door een spleetje in de cabine of is het de jonkvrouw die smachtend loert naar de bedwelmende torso’s en billen van die jonge krachtpatsers?

De cabine stopt een meter in het water: de jonkvrouw opent het deurtje, daalt het trapje af en waadt door de zilte zee en ze kirt wanneer een golfje schuimig opspat tegen haar been. Zwemmen hoort niet. De zee dat is gezondheid, geen sport.

Zo is het ooit geweest.

En vandaag flaneren we over de dijk, kuieren we door de stille, verkeersvrije straatjes.

We treffen er vier ruimtelijke structuren aan versierd met letters en verzen.

We lezen een Japans gezegde: “ Letters weerspiegelen de ziel van de schrijver”.

Durven wij onze bijdragen nog een keertje te herlezen?

Conclusies van een zomerse Beaufort-tocht aan zee: "We hebben genoten, al zal de curator zich toch wat moeten herpakken" 

Yves Jansen

Beaufort03