Genieten van kunst en literatuur in West-Vlaanderen

Het mooie kasteel Beauvoorde ligt in Wulveringem, deelgemeente van Veurne, een stemmig klein dorp met een pittoreske dorpskern. En daar mag elk jaar een hedendaags kunstenaar zijn gang gaan in een historisch kader. Dit jaar was het de beurt aan Honoré d'O. Niet zo ver daar vandaan vindt de eerste editie van het kunstenproject Tussen Taal en Beeld plaats in Watou.
In 2006 genoten we intens van de beeldhouwer Johan Tahon in Wulveringem. Binnenkort mag Tahon de Nederlandse koningin Beatrix privéles mag geven. In de lente maakte hij voor een overheidsgebouw in Den Haag een monumentaal werk.

Dit jaar wordt het mooie weer gemaakt door Honoré d’O, pseudoniem voor Raf van Ommeslaege. Raf werd in 1961 in Oudenaarde geboren. In 1984 en in Gent vierde Raf zijn wedergeboorte als Honoré d’O.
Deze kunstenaar is een buitenbeentje in de Belgische kunstscène: zijn oeuvre valt niet meteen onder een - isme laat staan een school of stroming. Een poging tot omschrijving dan maar: Honoré d’O is een visueel kunstenaar die bij voorkeur gebruik maakt van installaties en objecten en mixed media voornamelijk video.

En hij verkiest het project boven het object, de evolutie is belangrijker dan het onveranderlijkheid van het kunstvoorwerp. Aan het object kan steeds iets worden toegevoegd of weggenomen al dan niet door de kunstenaar zelf of door een bezoeker.

Het resultaat is ondergeschikt aan het creatieve proces. Daarmee geeft Honoré d’O duidelijk aan dat een kunstvoorwerp geen sacraal object is en dat de kunstenaar geen verheven persoon is, hij is hoogstens een man met sterke intuïtieve, creërende en artistieke kwaliteiten.

En zoals bij het Italiaanse Arte Povera in de jaren zestig, zeventig, zijn alle voorwerpen goed om bij te dragen tot het kunstvoorwerp. In Kasteel Beauvoorde knutselde hij enkele objecten in mekaar waarbij oorstokjes of wattenstokjes een prominente rol krijgen. Hij combineert deze eenvoudige wegwerpvoorwerpen met plastic eendjes, een helm met daarin een Japans poppetje en dit alles verpakt in een halfopen kubus.

Dit zijn verrassende combinaties die de bezoeker frapperen: hij vindt ze mooi en geniet van de poëtische zeggingskracht die deze wonderlijke combinaties uitstralen. Ook het kader van dit kasteel uit de twaalfde eeuw met een interieur uit de zeventiende eeuw, draagt in hoge mate bij tot een sprookjesachtige ervaring.

Een beeldenstorm

Daarnaast zijn er elf video’s waarvan de duur varieert van 9’ 52” tot 2 u 12’ en wie alle films wil bekijken moet zich wapenen met hangmat en proviandmand: ruim 10 u kijken. De oudste video dateert uit 1998 en werd gemaakt voor de 24e Biënnale van Sao Paolo en de jongste draaide hij dit jaar in Zuid-Korea.
In zijn video’s weet hij de kijker te bombarderen met beelden die op het eerste gezicht een gedesoriënteerde indruk laten, de kijker achterlatend in een chaos van impressies. Wie blijft kijken ontdekt dan een subtiele samenhang tussen alle beelden. Het ritme en het tempo van de montage verraden een strenge choreografie. De beeldenbrij blijkt een dans.

Elk beeld staat haarfijn in verband met het volgende en zo tot in het oneindige. Wij genoten vooral van de film die hij maakte rond de Verbeke Foundation in het Oost-Vlaamse Kemzeke. De camera staat op een honderden meter lange lijn die rakelings langs alle voorwerpen, objecten, installaties in het hectaren grote domein staan opgesteld. Het is een flux aan beelden: snel, verbluffend op gebied van licht en ritme.

Of een andere project: keien achtervolgen mekaar en storten zich in de rivier. Een heel banaal gegeven, een verrassende uitwerking. Het is dankzij Bart De Baere, sinds 2002 directeur van Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen, dat Honoré d’O internationaal op de kaart werd gezet.

Voor zijn directeurschap in de Scheldestad was De Baere werkzaam als curator voor het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent. Daar heeft hij verschillende tentoonstellingen met de in Gent werkende Honoré d’O georganiseerd. Toen De Baere in Antwerpen werd benoemd kwam er meteen een grote tentoonstelling in het Muhka. En het was ook De Baere die als curator optrad toen Honoré d’O werd geselecteerd voor de 51-ste Internationale Biënnale van Venetië in 2005

In de catalogus omschreef filosoof en curator Dieter Roelstraete het werk van Honoré d’O kernachtig: “ Achter zijn gekheid, zijn onbezonnenheid zit er wel degelijk een methode, en het omgekeerde is ook waar: achter zijn werkwijze, zijn methode schuilt er veel onbezonnenheid.”

Graag situeert Honoré d’O zijn werken in een open ruimte of in de natuur. En het is jammer dat hij het park, slotvijver en achterliggend weiland niet heeft geïntegreerd in zijn project. Enkele weken voor de opening van deze expo was de kunstenaar nog aan het werk in Zuid-Korea.

Wellicht heeft hij te weinig tijd genomen om deze tentoonstelling grondig voor te bereiken en heeft hij daarom - helaas gemakshalve - te snel en te veel teruggegrepen naar bestaande video’s. Jammer, want het prachtige kasteel en de omgeving zijn bijzonder inspirerend voor elke kunstenaar. En dat is meteen onze kritiek op deze manifestatie: te veel video, te weinig objecten en installaties.

Kunst en literatuur in Watou

Wie alleen voor Honoré d’O de lange trip naar de Westhoek maakt gaat zich enigszins bekocht voelen. Wie echter zijn daguitstap combineert met bijvoorbeeld een bezoek aan Watou voor de eerste aflevering van Tussen Taal en Beeld kan een mooie dag beleven.
Watou - deze keer zonder de bezieling van Gwy Maendelinck - is geen hoogvlieger maar ook geen echte tegenvaller. De tentoonstelling is onevenwichtig, kent te weinig samenhang en de poëzie is er gereduceerd tot een schaamlapje.

En toch zijn er een aantal sterke beelden. Museum Dhondt-Dhaenens uit Deurle kreeg het leegstaande rusthuis en wist daar enkele mooie installaties te plaatsen naast – helaas – erg voorspelbare. Een gedicht van Bart Moeyaert in het huisje naast de parochiezaal kreeg een mooie omkadering van Colin Waeghe, kandidaat van de Gentse kunstschool HISK.

Ondanks het feit dat de nieuwe ploeg kon beschikken over een veel groter budget dan Maendelinck met zijn schare vrijwilligers, blijkt dat( nog) niet uit het resultaat. De manifestatie kreunt onder de groeipijnen maar verdient wel een toekomst.

Wat er schort? Een gebrek aan liefde, eenduidige visie en wilskracht om een dergelijke manifestatie te maken tot wat het moet zijn: groots en onvergetelijk.
tekst Yves Jansen
foto Yannick Wijnants

Honoré d'O en Tussen Taal en Beeld