Peking 2008: de klok teruggedraaid?

Precies 1 jaar geleden, op 8 augustus 2008, werden de Olympische Spelen in Peking spectaculair geopend in het Vogelnest, meteen het meest bekeken tv-ogenblik aller tijden. Meer dan tien dagen lang toonde China dat het feilloos een internationaal topevenement kon organiseren. De wereldwijde reacties waren na afloop lovend, en IOC-voorzitter Jacques Rogge besloot dat "de wereld China beter had leren kennen, en dat China de wereld beter had leren kennen". VRT-correspondent Tom Van de Weghe zoekt uit wat er één jaar later overblijft van alle inspanningen en goede voornemens.
8 augustus is een dag die bij elke Chinees in het geheugen gegrift staat. Uit een rondvraag blijkt dat de meeste Chinezen dit als de dag beschouwen waarop China zich weer op het wereldtoneel plaatste, de dag die hen meer zelfvertrouwen schonk.
De Chinese overheid heeft 8 augustus uitgeroepen tot ‘nationale fitnessdag’ om de Chinezen tot meer sporten aan te zetten en het groeiende probleem van zwaarlijvigheid bij Chinezen te bestrijden.

Een bezoek aan de olympische stadions is een must voor elke Chinees. Het Vogelnest en de Watercube (foto links) zijn dé toeristische topattracties van Peking geworden. Miljoenen Chinezen hebben al 5 euro veil gehad om een kijkje te nemen op de plek waar het allemaal gebeurde.

Om de verjaardag te vieren, wordt het Vogelnest vanavond tijdelijk weer met topsporters gevuld in plaats van met toeristen. Inter Milaan en Lazio Roma spelen er de finale van de Italiaanse supercup. Buitenlands topvoetbal moet camoufleren dat het Vogelnest het voorbije jaar nauwelijks nog gebruikt is voor sportspektakel.

Een vies luchtje

Hét gespreksonderwerp in de aanloop naar en tijdens de Spelen is ook vandaag nog hét gespreksonderwerp in Peking: de luchtkwaliteit. Tijdens de Spelen zelf was die ondanks alle (buitenlandse) argwaan verbazend goed te noemen dankzij drastische, eenmalige maatregelen. De Chinezen spraken zelfs van de beste lucht in twintig jaar.
Vandaag denken de Pekinezen met heimwee terug aan die zalige periode van vorig jaar, toen ze eindelijk nog eens met de vensters open konden slapen. Want de luchtkwaliteit in Peking is de laatste tijd haast ondraaglijk te noemen. Al wekenlang zit de stad onder een dikke smoglaag. Gecombineerd met een temperatuur van boven de 30 graden en een vochtigheidsgraad van meer dan 80 procent geeft dat een verstikkend gevoel. De enige verademing komt er wanneer een fiks onweer alle vervuiling wegspoelt. Voor eventjes maar, want enkele uren later heeft de smog zich alweer opgestapeld.

Officieel spreken de Chinese milieu-instanties weliswaar van een verbetering van de luchtkwaliteit met ongeveer 10 percent, en dat dankzij allerlei maatregelen om bijvoorbeeld het autoverkeer te minderen, schadelijke uitlaatgassen te beperken en het openbaar vervoer te verbeteren.

Maar van al die inspanningen valt in de praktijk weinig te merken. Dagelijks komen er in Peking bijna 1.500 wagens bij, waardoor de files weer even lang lijken als vóór de Spelen. Met 4 miljoen voertuigen in een stad die zich razendsnel blijft ontwikkelen, zinken de maatregelen weg in het niets.

Groene erfenis

Een kritiek die de Chinese overheid vaak te horen krijgt, is dat ze minder strenge vervuilingsnormen hanteert dan internationaal aanvaard. Wat in Peking bijvoorbeeld als "goede lucht" wordt beschouwd, blijkt verschillende keren slechter dan de alarmdrempels van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Op een zaterdag als vandaag wordt de luchtkwaliteit in Peking trouwens als "goed" omschreven door Chinese meetinstallaties, terwijl volgens een installatie aan de Amerikaanse ambassade de lucht als “ongezond tot zelfs gevaarlijk” wordt bestempeld.

De Amerikaanse gegevens worden elk uur "getweet" op Twitter. De meting baseert zich op veel kleinere stofdeeltjes dan de Chinese, stofdeeltjes die meer schade aanrichten in de longen. China heeft die Amerikaanse metingen al eerder afgewezen als "niet precies", omdat de lucht maar op één enkele plaats gemeten wordt en niet op verschillende meetpunten zoals de Chinezen doen, verspreid over zowel drukke kruispunten als natuurparken. Maar als steekproef duwt de Amerikaanse meting de Chinese overheid wel dagelijks met de neus op de feiten, namelijk dat er nog een lange weg is af te leggen vooraleer de luchtkwaliteit in de stad weer internationaal aanvaardbaar wordt.

Toch hebben de Olympische Spelen getoond dat het anders kan. Volgens de milieuorganisatie Greenpeace is een groeiend milieubewustzijn bij de Pekinezen dan ook de belangrijkste erfenis van Peking 2008. Maar Peking is China niet natuurlijk. De vervuiling in het hele land blijft een gigantische uitdaging.

Mensenrechten verslechterd”

Toen China de organisatie van de Olympische Spelen kreeg toegewezen, werd wereldwijd gehoopt dat daardoor ook de mensenrechten in het land zouden verbeteren.
Eén jaar na de Spelen is de balans op dat vlak minder positief. In een interview met de VRT bevestigt de Chinese mensenrechtenactivist Zhang Yaojie dat de toestand ronduit verslechterd is sinds de Spelen: de onderdrukking is veel harder geworden.”

De voorbije maanden zijn verschillende bekende Chinese activisten opgepakt en veroordeeld omdat ze voor hun mening uitkwamen. De beperkte vrijheid op het internet in de aanloop naar en tijdens de Spelen is intussen ook teruggedraaid. Sociale netwerksites zoals Facebook en Twitter zijn niet meer toegankelijk voor Chinezen, bepaalde blogs en buitenlandse nieuwskanalen zijn geblokkeerd.

"Toch valt het op dat de stem van het volk ondanks alle onderdrukkingsmaatregelen steeds luider is beginnen klinken", zegt Zhang. “Dat is een positief gevolg van de Olympische Spelen. Het verklaart ook de houding van de Chinese overheid. Op 1 oktober viert de Communistische Partij de stichting van de volksrepubliek China 60 jaar geleden, en die verjaardag moet echt feilloos verlopen.

Zhang zelf is duidelijk gemaakt om zich in die periode niet in Peking te vertonen, tenzij hij wil worden opgepakt.

Een nieuwe communicatiestrategie

In de aanloop naar de Spelen kregen buitenlandse journalisten meer bewegingsvrijheid in China. Deze maatregel werd ook na de Spelen verlengd. Alleen in Tibet blijft het onmogelijk voor buitenlandse pers om ongehinderd verslag uit te brengen.
Het is duidelijk dat de Chinese overheid sinds de rellen in Tibet, de aardbeving in Sichuan en de Spelen lessen geleerd heeft over hoe ze moet omgaan met de buitenlandse media. Ze hanteert een nieuwe, meer open communicatiestrategie.

Dat bleek duidelijk tijdens de rellen tussen Oeigoeren en Han-Chinezen in de westelijke provincie Xinjiang, begin vorige maand. Buitenlandse journalisten werden tegen alle verwachtingen in uitgenodigd naar Urumqi en konden met eigen ogen de gebeurtenissen volgen vanuit een hotel dat speciaal voor de pers was ingericht.

Met busjes werden de hordes journalisten rondgevoerd door de stad, we mochten bijvoorbeeld interviews afnemen in ziekenhuizen met Oeigoeren en Han-Chinezen. We kregen overvloedig beeldmateriaal in handen gestopt die hoofdzakelijk de Chinese versie van de feiten weergaf, netjes op dvd gebrand.

Toch heeft ook deze nieuwe strategie beperkingen: journalisten werden in Urumqi geacht enkel "harmonieuze" vragen” te stellen, en geen vragen die als "provocatief" konden worden bestempeld. Journalisten die zich te veel voor de Oeigoerse kant van de feiten interesseerden werden lastiggevallen, sommigen werden opgepakt.

De Chinese overheid is er zich van bewust dat ze de buitenlandse berichtgeving over het land niet kan controleren. Toch is ze vastberaden om de buitenlandse opinie over China zoveel mogelijk te "sturen" met eigen, meer positieve nieuwsberichten en informatie. Zo is er de voorbije maanden massaal geïnvesteerd in internationale versies van de staatstelevisie CCTV en het staatspersbureau Xinhua. Daarvoor werden heel wat niet-Chinese journalisten en media-experts aangetrokken. Ook buitenlandse omroepen, waaronder de VRT, werden recent gepolst of ze zendtijd wilden vrijmaken voor CCTV-berichtgeving over China.
Tom Van de Weghe is VRT-correspondent in China