De Perseïden: het regent weer vallende sterren

Wie in deze zwoele zomernachten in zijn tuin gaat liggen en de hemel bekijkt, heeft veel kans om vallende sterren te zien. Zoals elk jaar trekt de aarde nu immers door de Perseïden meteorenzwerm. Dat is een wolk van stofdeeltjes die achtergelaten is door de komeet Swift-Tuttle.
Die deeltjes volgen allemaal ongeveer dezelfde baan. Als de aarde die baan kruist, komen veel stofdeeltjes in de dampkring terecht en branden op, wat een kortstondige lichtstreep aan de hemel veroorzaakt, een vallende ster of meteoor.

De stofdeeltjes worden uitgestoten door de komeet Swift-Tuttle als die voorbij de zon komt en opgewarmd wordt. De meeste van de stofdeeltjes in de wolk zijn ongeveer 1.000 jaar oud, maar er is ook een jongere "draad", die in 1862 van de komeet is afgescheurd. Als de aarde door die draad trekt, zijn er veel meer meteoren te zien.
De Perseïden worden al zo'n 2.000 jaar geobserveerd, waarbij de oudste bewaarde informatie over de meteorenzwerm uit het Midden-Oosten stamt. In de vroege middeleeuwen stond de zwerm bekend als de "tranen van Sint-Laurentius" omdat de naamdag van die heilige op 10 augustus valt.

De naam "Perseïden" is afgeleid van het sterrenbeeld Perseus, dat rond middernacht aan de noordoostelijke sterrenhemel staat en dat het punt is van waaruit de meteoren lijken te komen, de zogenoemde radiant.

In werkelijkheid volgen de meteoren een parallelle baan, maar ze lijken uit één punt aan de hemel te komen. Dat komt door het perspectief-effect: net zoals de sporen van een lange rechte spoorweg in een verdwijnpunt lijken samen te komen, zo lijken de meteroren uit een verdwijnpunt tevoorschijn te komen.

De Perseïden zijn zichtbaar vanaf half juli, wanneer er slechts enkele vallende sterren per nacht te zien zijn, en het aantal waarnemingen neemt dan toe tot het hoogtepunt dat dit jaar in de nachten van 11 en 12 augustus valt. Tijdens die piek zijn er wel 60 of meer meteoren per uur te zien.

Daarvoor is geen telescoop of verrekijker nodig: het volstaat met het blote oog te kijken naar een willekeurige plaats in de hemel. Het beste kan men de vallende sterren waarnemen van op een donkere plaats in de tweede helft van de nacht.

Meteoren, meteoroïden en meteorieten

Een meteoroïde (of meteoride) is een stofdeeltje, stukje steen of stukje ijs dat door de ruimte zweeft. Het kan afkomstig zijn van een komeet of een overblijfsel zijn van het ontstaan van het zonnestelsel.

Als een meteoroïde de dampkring van de aarde bereikt, zijn er twee mogelijkheden. De eerste is dat een klein stofdeeltje met een enorme snelheid, tot tientallen kilometers per seconde, de atmosfeer binnenduikt en uiteengerukt wordt tot losse moleculen en als het ware verdampt. Dat is te zien als een kortstondig lichtspoor aan de hemel en dat noemen we een meteoor of  vallende ster (ook al heeft het niets met sterren te maken).
Een meteoor kan alleen voorkomen, of als onderdeel van een meteorenzwerm, meteorenstorm of sterrenregen. Naast de Perseïden zijn er nog andere bekende meteorenzwermen als de Leoniden, Geminiden, Draconiden en Quadrantiden.

Een deeltje ter grootte van een erwt geeft al een erg helder lichtspoor. Meteoroïden vallen 24 uur per dag de atmosfeer binnen, maar de lichteffecten zijn, behalve in zeer uitzonderlijke gevallen, alleen 's nachts te zien en met het blote oog alleen als het heel donker is.

Een tweede mogelijkheid is dat een deel van de meteoroïde de tocht door de dampkring overleeft en op de aarde inslaat. Dat noemen we dan een meteoriet (of ook meteoorsteen of meteoroliet, kleine foto). Ook meteorieten zijn uiteraard te zien als een lichtspoor en dus zijn het ook meteoren. Grotere stukken die niet volledig verbanden, geven een erg indrukwekkend schijnsel, dat zelfs overdag zeer duidelijk zichtbaar kan zijn. Een dergelijk zeer helder lichtspoor wordt ook een vuurbol of een bolide genoemd.