"Mijn Latijns-Amerika": Essays van Vargas Llosa

De Peruaan Mario Vargas Llosa (°1936) behoort met Gabriel Garcia Marquez en Carlos Fuentes tot de generatie Latijns-Amerikaanse schrijvers die de roman nieuw leven heeft ingeblazen. Maar Vargas Llosa is ook een veelzijdige en meesterlijke essayist. Bij uitgeverij Atlas is een vertaling verschenen van zijn "Dictionario del amante de América latina", onder de neutrale titel "Mijn Latijns-Amerika".
In bijna 600 bladzijden alfabetisch gerangschikte getuigenissen en essays van wisselende lengte, belijdt Mario Vargas Llosa de verschroeiende liefde voor zijn continent en spaart hij zijn strenge kritiek niet op de politieke en economische ontwikkelingen.
“Mijn Latijns-Amerika” is een ongemeen rijk boek dat ons veel vertelt over een werelddeel en een schrijver. Het is een encyclopedie, een inventaris van persoonlijke ontmoetingen met schrijvers en kunstenaars, een uitklaring van artistieke en politiek-economische standpunten, autobiografie en kunstgeschiedenis in één.

Zijn intellectuele scherpte en groot bereik herinneren aan het essayistisch werk van de onlangs overleden John Updike. Toen Pizarro met een handvol Spanjaarden het goed georganiseerde Incarijk veroverde, zorgde deze krijgsman voor een wreedaardige ommekeer en eeuwenlange uitbuiting waarvan de rampzalige gevolgen zichtbaar blijven. Maar deze avonturiers waren ook individualisten.

De erfenis van het westerse individualisme en vrijheidstreven en de compenserende kwaliteiten van de oorspronkelijke Indiaanse cultuur moeten, schrijft Vargas Llosa, samen in een geest van vrijheid van denken en van onderneming, “die grandioze en onomkeerbare mars van de mensheid naar een universele beschaving” bepalen.

Boeiende portretten van schrijvers en kunstenaars

Het oudste stuk in “Mijn Latijns-Amerika” dateert van 1952, het meest recente werd in 2005 geschreven. Mario Vargas Llosa heeft wijselijk niets veranderd, maar de afzonderlijke hoofdstukken wel nauwkeurig gedateerd.
De lezer vindt deze data vooraan in de inhoudstafel en niet onder elk stuk. Jammer, want de marxistische jonge schrijver uit de jaren 50 en de liberale presidentskandidaat van 1997 zijn niet dezelfde.

“El sartrecillo valiente” (het dappere Sartretje) werd hij in zijn Parijse jaren genoemd, maar deze officierszoon met een lucide kijk op gewelddadige dictaturen, verkoos uiteindelijk de hachelijke vrijheid boven de dwingende utopie.

Tegelijk persoonlijk en informatief, indringend en toelichtend, schetst Vargas Llosa boeiende portretten van schrijvers en kunstenaars. Wordt dit continent nog verscheurd door nationalisme en particularisme, volgens Vargas Llosa is er wel degelijk sprake van een Latijns-Amerikaanse cultuur.

"Volmaaktheid zoeken in creatieve schepping"

Voor Mario Vargas Llosa is vrijheid de toetssteen van alles. Alleen de politieke democratie en het economische liberalisme zullen de nodige welvaart en vrede brengen. Het lijkt of het denken en de praktijk van de schrijver erop gericht zijn een universalistische democratie en het particularisme van kleine en kwetsbare culturen naast en uit elkaar te houden.
Dat is boeiend maar roept ook vragen op. En zo komt bij deze Peruaanse schrijver (afstammeling van een conquistador) een interessante tegenstelling aan de oppervlakte. Er is de rationele en anti-utopische politicus die met lede ogen ziet hoe zijn continent onder irrationele verwachtingen gebukt gaat. En er is de schrijver die het “primitieve” en magische bewustzijn waarin fictie en werkelijkheid niet te scheiden zijn, als een bron van creatieve rijkdom koestert.

Toch is hij duidelijk.“We moeten de volmaaktheid zoeken in de creatieve schepping, in de roeping, in de liefde, in het plezier. Maar alleen op het individuele vlak. Niet op het collectieve, niet proberen de hele samenleving gelukkig te maken. Het paradijs is niet voor iedereen hetzelfde.”

Johan De Haes

Lees ook de blog van Johan De Haes

Mijn Latijns-Amerika

vertaling Marga Greuter en Margriet Muris
uitgeverij Atlas