"Plots leek het of we met zijn allen op die wei zaten"

De zomer van 1969 was niet alleen die van Eddy Merckx en Neil Armstrong. Het was ook de zomer van honderdduizenden hippies die het rockfestival van Woodstock bijwoonden. We vroegen onze lezers welke indruk de beelden van Woodstock op hen maakten. Dit zijn enkele enthousiaste reacties van mensen die toen tieners waren.
  • Woodstock: een magisch woord. Als achttienjarige was ik overdonderd en stond ik met open mond naar al dat moois te kijken en te luisteren. De elpee werd grijsgedraaid en we waanden ons eventjes de Belgische hippies. Op de deuren van mijn kevertje schilderde ik het Woodstockembleem, de bekende witte duif op de gitaarhals, tot groot ongeloof van mijn ouders. Love, peace and understanding: pure nostalgie. Make love, not war! Keep on dreaming. (Rudi Zaman)
  • Ik was zestien toen ik dit mocht beleven. Woodstock was voor mij het symbool van de nieuwe generatie, een nieuwe episode in onze cultuur. Het was de periode van vele veranderingen en vooral het bewustzijn van jonge mensen, maatschappijkritisch, maar ook naïef. Ik heb genoten van o.a. Joe Cocker, Santana, Janis Joplin, Jimi Hendrix, Ten Years After en The Who, voor mij de beste rockband aller tijden. (Brigitte Rey-Robert)
  • Woodstock in Cinema Rubens in de Carnotstraat in Antwerpen in 1970. Ik was veertien. Na het eerste optreden was er onmiddellijk applaus in de zaal en het leek plots of we met zijn allen op die weide zaten. Voor mij was het festival een ware muzikale, maatschappelijke openbaring. Voorheen was er Mungo Jerrys "In the summertime", maar nu was er Joe Cocker (foto), Ten Years After, Jimi Hendrix, The Who en al die andere instant-iconen. De maanlanding deed me natuurlijk ook veel. Maar Woodstock was toch een keerpunt. (François Moons)
  • Woodstock en de hippiecultuur was een reactie tegen de oorlog in Vietnam en de dienstplicht. Men werd verplicht om voor een appel en een ei te sterven voor zijn land en in een oorlog te vechten waar men het niet mee eens was. Liever muziek beleven en spelen dan vechten en sterven. (Bruno Pinkhof)
  • Woodstock was het festival van jongeren met ballen aan hun lijf, niet de commerciële popsterren van vandaag die geen twee woorden na elkaar kunnen uitbrengen. Toen was de fantasie aan de macht, nu het nihilisme. (Marc De Backer)