Het dagboek van Frank De Winne (12/08/09)

Frank De Winne werd op 27 mei aan boord van het ruimteschip Sojoez TMA-15 gelanceerd naar het International Space Station (ISS), waar hij op 29 mei aankwam. In het kader van de ruimtemissie OasISS leeft en werkt hij er zes maanden lang, samen met vijf andere kosmo- en astronauten. Tussen zijn drukke activiteiten door vindt hij af en toe nog een beetje tijd om via een dagboekverhaal over zijn ervaringen aan boord van het ruimtestation te vertellen.
Samen met NASA-astronaut Tim Kopra aan het werk in de module Unity
Ook in de ruimte kan er wel eens iets stuk gaan en dan moet het – zoals op de aarde – hersteld worden. Het toilet – iets officiëler aangeduid als Waste and Hygiene Compartment (WHC) - in de Amerikaanse module Destiny is verstopt geraakt tijdens het bezoek van zeven astronauten met de spaceshuttle Endeavour aan het internationaal ruimtestation ISS.
Samen met Mike Barratt en onze Russische gezagvoerder Gennadi Padalka heb ik het kunnen repareren. Gelukkig had ik daarvoor wat tijd vrij. We vervingen een pomp, een filter, een controlepaneel en een container die restvocht opvangt.

Aan boord van het ISS is er wel nog een tweede toilet in de Russische module Zvezda en er was er ook nog een aan boord van de shuttle. Een ruimtetoilet werkt hier uiteraard door de gewichtloosheid anders dan op de aarde en hier moet er worden gebruikgemaakt van een luchtstroom.
Het WHC scheidt vloeibare en vaste afvalstoffen van elkaar en het maakt ook deel uit van een uniek recyclageprogramma dat Water Recovery System (WRS) heet. Daarbij worden urine en ander afvalwater weer omgezet in drinkbaar water. Dergelijke recyclage zal heel belangrijk zijn wanneer we later bemande vluchten naar de planeet Mars gaan uitvoeren. Die kunnen niet onmiddellijk vanaf de aarde bevoorraad worden, zoals dat met het ISS wel het geval is.

 Zo koppelde de onbemande Russische ruimtecargo Progress M-67 nog op 29 juli met het ruimtestation. Het zal tot eind september aan het station vastgemaakt blijven en daarna als een kosmische vuilnisbak in de atmosfeer verbranden.

Een van de hoogtepunten van mijn activiteiten in de ruimte tot nu toe was het verplaatsen van de Pressurized Mating Adapter 3 (PMA 3) van een kant van de module Unity naar een andere op 7 augustus. Het ISS heeft drie van dergelijke PMA-adapters.
PMA 3 wordt in het bijzonder gebruikt om spaceshuttles met het ISS te koppelen. De eerste twee PMA-modules werden in 1998 gelanceerd, een derde volgde in 2000. Het verplaatsen van PMA 3 was nodig om plaats te maken voor de nieuwe ISS-module Tranquility, die in februari volgend jaar wordt gelanceerd.

Mijn Canadese reisgezel Bob Thirsk en ik gebruikten de zogenaamde Canadarm2 om dit ongeveer zes uur durende manoeuvre uit te voeren. Deze robotarm maakt deel uit van de Canadese bijdrage aan het ISS-programma. Hij ging in april 2001 de ruimte in en is een meer geavanceerde versie van de originele robotarm die voor de spaceshuttle werd gebouwd.

Volledig uitgevouwen is hij bijna 18 meter lang en de arm heeft zeven gemotoriseerde gewrichten. We zullen hem ook gebruiken wanneer in september de ruimtecargo HTV (H-II Transfer Vehicle) bij het ISS arriveert. We zullen dit bijzondere Japanse ruimtetuig met de robotarm vastgrabbelen en aan de module Harmony vastmaken.

Frank De Winne

lees meer op de site van de ESA