Tien procent werkende Brusselaars is arm

Bijna tien procent van de werkende Brusselaars leeft onder de armoedegrens. Dat schrijft De Standaard op basis van onderzoek van de Universiteit Antwerpen. Dat is vier keer meer dan in Vlaanderen.
Het fenomeen van de werkende armen bestaat ook in ons land. Het gaat om mensen die een baan hebben, maar toch te weinig verdienen om boven de armoedegrens te blijven.

Die grens is internationaal vastgelegd op 60 procent van het gemiddelde inkomen en dat gemiddelde varieert naargelang van de bevolkingsgroep:  voor een gezinshoofd gaat het om ongeveer 2.000 euro per maand, voor een alleenstaande om 1.000 euro.

Uit onderzoek door het Centrum voor Sociaal Beleid blijkt dat 9,7 procent van alle werkende Brusselaars te weinig verdient om boven de armoedegrens te blijven. In Vlaanderen is het aantal werkende armen veel kleiner: 2,5 procent. In Wallonië leeft 3,7 procent van de werknemers onder de armoedegrens.

Dat er in Brussel zoveel werkende armen zijn, heeft te maken met het feit dat er in Brussel veel alleenstaanden zijn met een heel laag inkomen, vaak laaggeschoolde jongeren. Ook het feit dat het aantal allochtone Brusselaars groter is dan in Vlaanderen of Wallonië speelt een rol.