De teloorgang van een Scheldedorp

Op 1 september komt er een einde aan het zogenoemde woonrecht in het polderdorp Doel. Daarmee lijkt definitief het doek te vallen voor het dorp op de linker Scheldeoever. Het betekent ook het einde van tientallen jaren van onzekerheid, want al in de jaren 60 waren er concrete plannen om Doel op te offeren aan de expansiedrang van de Antwerpse haven.

"Wij zijn gedoemd te wachten"

Bijna een halve eeuw al leven de inwoners van Doel in onzekerheid over de toekomst van hun dorp.

"'We zitten hier maar te wachten, te wachten", klonk het in de jaren 70 en, het wachten beu, verwoordde een bewoner het in 1999 zo: "Er moet een beslissing vallen: Doel blijft, Doel gaat weg."

Leo Delwaide sr.: "Uitbreiding is volstrekt nodig"

Het begon allemaal in 1965: de Antwerpse haven, die toen uitsluitend op de rechteroever aanwezig was, breidde in de jaren 50 en 60 razendsnel uit. Dat had vooral te maken met de explosieve groei van de petrochemische industrie.

De Antwerpse haven wou zich ook op Linkeroever vestigen en in het Waasland 10.000 hectare inlijven.

Het ging om het volledige gebied ten noorden van de Expessweg Antwerpen-Knokke tot aan de Nederlandse grens en ten oosten van de weg Vrasene-Kieldrecht.

"Ik zag geen toekomst meer in Doel"

In 1968, nog vóór alle plannen voor de nieuwe haven en industrieterreinen op Linkeroever vastlagen, werd in het hele gebied, ook in Doel, een bouwverbod opgelegd. En dat zorgde voor twijfel en onzekerheid over de toekomst.

De Doelenaars wachtten op hun onteigening. Of zou de dorpskern toch behouden kunnen blijven?

Volgens een studie van de Intercommunale voor het Waasland kon Doel best helemaal verdwijnen. Dat was de enige "volwaardige menselijke oplossing". Maar een beslissing kwam er niet. Jarenlang gebeurde er niks.

Ondertussen werd er vlak bij de dorpskern een kerncentrale gebouwd. In 1975 werden de eerste reactoren in gebruik genomen en ten noorden van het dorp rezen enorme koeltorens op.

"Vruchtbare polders worden woestijn - STOP STOP"

Het verzet in het Waasland tegen de Antwerpse havenplannen groeide, zeker in de jaren 70, bij de landbouwers en in de dorpen. Volgens het gewestplan was Doel toen al gedoemd om te verdwijnen.Maar wanneer dat effectief moest gebeuren, wist niemand.

CVP-senator Ferdinand De Bondt uit Sint-Niklaas was het boegbeeld van de Wase strijd tegen de ongebreidelde havenexpansie. In een bewogen Panorama-uitzending uit 1976, de eerste liveuitzending ooit van het programma, nam hij het op tegen zijn partijgenoot en toenmalig Antwerps havenschepen Leo Delwaide.

Delwaide verraste vriend en vijand toen hij in de parochiekring van Doel stelde geen voorstander te zijn van de verdwijning van Doel. "Van Antwerpse zijde is die eis nooit geformuleerd geworden", klonk het.

Ook een vertegenwoordiger van Openbare Werken haastte zich te zeggen dat Doel "voor de realisatie van de industrieterreinen niet diende te verdwijnen".

Mark Eyskens: "Alle redenen om Doel te behouden"

En toen leek het tij te keren voor Doel. In 1978 kwam staatssecretaris voor Streekeconomie Mark Eyskens persoonlijk met een helikopter naar Doel.

Doel mocht voor altijd blijven bestaan, zo luidde zijn boodschap.

Door de economische crisis van de jaren 70 was gebleken dat de Antwerpse ambities veel te groot waren. Bovendien was Doel volgens Eyskens "een heel specifiek en waardevol dorp". Doel leek gered. Ondertussen waren de onteigeningen wel al begonnen.

"Doel wordt doodgedrukt"

Doel was tien jaar lang gedoemd om te verdwijnen en mocht dan toch plots blijven bestaan.

Maar dat betekende geenszins dat de problemen van de baan waren. Door de bouwstop was een langzaam verval ingezet.

In 1980 stonden tientallen huizen leeg. De meeste andere woningen waren hopeloos verouderd. Ook de bevolking verouderde en niemand was bereid om in Doel nog te investeren. Het dorp leek veroordeeld tot een zieltogend bestaan.

"Ge moet er de moed in houden", zei pastoor César De Cock, die in 1980 zelf afscheid nam van het polderdorp.

"Geen containerterminal in Doel!"

In het midden van de jaren 80 leek Doel dan toch opnieuw kansen te krijgen. Het dorp werd uitgeroepen tot herwaarderingsgebied en de gemeente Beveren, waarmee Doel intussen was gefuseerd, besliste om zwaar in het dorp te investeren.

Jonge gezinnen werden aangemoedigd om in Doel te komen wonen en er werden zelfs miljoenen geïnvesteerd in de restauratie van de dorpskerk.

Tien jaar lang verdween Doel zo goed als volledig uit het nieuws: geen nieuws is goed nieuws. Maar in 1995 stond Doel ineens weer in rep en roer.

Plannen lekten uit dat de Antwerpse haven vlak naast het dorp een groot containerdok wou bouwen. Opnieuw sloeg de onzekerheid toe.

En sindsdien duikt Doel weer met de regelmaat van een klok op in het nieuws: protestacties, onteigeningen en ook de sloophamer. In 2005 werd het Deurganckdok ingehuldigd. Er zijn plannen voor een tweede dok, het Saeftinghedok, maar  de bouw is nog niet voor morgen.

Vandaag heeft opnieuw een economische crisis toegeslagen, maar die zal deze keer het 800 jaar oude Scheldedorp niet redden.

1964: het einde van Lillo

Doel is niet het enige dorp dat is moeten wijken voor de uitbreiding van de Antwerpse haven.

Op de rechter Scheldeoever werden lang geleden al de dorpen Oosterweel, Oorderen, Wilmarsdonk en Lillo van de kaart geveegd.

In 1964 werden de inwoners van Lillo onteigend. Panorama maakte destijds een reportage over het einde van dat Scheldedorp.
Panorama, "Doel voorbij"  (Canvas, zo. 30/8, 20.10u)

Meest gelezen