De volledige Septemberverklaring

Minister-president Kris Peeters (CD&V) leest op dit ogenblik de Septemberverklaring voor in het Vlaams Parlement. Lees hier de volledige "verklaring betreffende de begrotingscontrole 2009 en de begrotingsopmaak 2010"

Mijnheer de Voorzitter,
Collega’s,

De Vlaamse regering heeft de besprekingen over de begrotingscontrole voor 2009 en de begrotingsopmaak voor 2010 afgelopen vrijdag in de ministerraad afgerond. Het is essentieel dat het Parlement geïnformeerd wordt over de belangrijke beslissingen die wij in dat verband hebben getroffen en dit nog voor de eigenlijke begrotingsdocumenten volgens de geëigende procedure en de geldende afspraken worden ingediend.

De Vlaamse regering maakt cruciale weken mee. Er moeten nu beslissingen genomen worden die belangrijk zijn voor de ganse regeerperiode. Ik durf zelfs te stellen dat deze beslissingen zeer belangrijk zijn voor de toekomst van Vlaanderen. Het gaat immers over : de verdere aanpak van de economische crisis, de begrotingsopmaak in moeilijke budgettaire omstandigheden, het uitwerken van beleidsnota’s met de beleidsopties voor de komende vijf jaar. Iedere overheid wordt nu met drie cruciale uitdagingen geconfronteerd : de crisis, de economie, het budget. Het zijn ook drie uitdagingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, die wederzijds op elkaar inhaken. Zo mag bijvoorbeeld de manier waarop men het budget onder controle houdt, de economische heropleving niet in de weg staan.

In feite zetten we nu de uitvoering van het regeerakkoord op de sporen en voorzien we daarvoor de nodige financiële middelen. Dit is geen gemakkelijke opgave niet het minst omdat we moeten besparen. We willen inderdaad minder uitgeven en efficiënter werken om te vermijden dat we nog meer rente moeten betalen op onze schuld en dat we geen middelen zouden hebben om de prioriteiten uit het regeerakkoord uit te voeren.

Sta me toe vooreerst de sociaal-economische context te schetsen waarin we deze begroting hebben opgemaakt. Zo krijgt u een beter zicht op de grote uitdagingen waarmee wij geconfronteerd werden bij deze begrotingsbesprekingen.

We zijn de eerste Vlaamse regering die bij haar aantreden geconfronteerd wordt met een grote financieel-economische crisis met belangrijke sociale gevolgen voor de mensen die hun werk verliezen en de bedrijven die moeten sluiten. Tegelijk zijn onze inkomsten, zowel de eigen gewestinkomsten als de dotaties fors gekrompen. We willen ons hoofd niet in het zand steken en zullen dus de tering naar de nering zetten.

De gezamenlijke welvaart in Vlaanderen zal tegen het einde van 2009 met 3,1% afgenomen zijn. Op een jaar tijd zijn er 4. 678 ondernemers die de boeken hebben moeten neerleggen. Eind augustus zaten 226.899 Vlamingen zonder werk. Dat zijn zware conclusies.

Toch zijn er ook signalen, prognoses waar we uiteraard voorzichtig moeten mee omgaan, die wijzen op een aantrekken van de economische activiteit. Uit macro-economische prognoses blijkt dat het BBP in 2010 opnieuw zal toenemen, de werkgelegenheid daarentegen zal tot einde 2010 afnemen en zich pas vanaf 2011 opnieuw herstellen.
De realiteit toont aan dat er ook nog steeds binnenkomende nieuwe vacatures en openstaande vacatures zijn in Vlaanderen. Als we kijken naar de binnengekomen vacatures dan kunnen we vaststellen dat er in augustus nog steeds meer dan 16.000 nieuwe vacatures aangemeld zijn bij de VDAB. Bovendien moeten we er mee rekening houden dat er vandaag nog steeds meer dan 36.000 vacatures open staan.

De crisis is een mondiaal gegeven en heeft zich intussen uitgebreid naar alle sectoren en naar alle geledingen van de bevolking. De sterkst getroffen sector is de industrie, vooral de metaal- en de textielsector hebben harde klappen gekregen. Er zijn in deze sectoren minder aanwervingen en er is een grotere uitstoot van arbeidskrachten zichtbaar. Ook de bouwsector en de dienstverlenende bedrijven hebben te maken met jobverlies. De interim sector voelt eveneens de terugslag als gevolg van de terugvallende aanwervingen. Toch zijn er nog sectoren, zoals de voedings- en informaticasector, die het goed blijven doen.
 

Wat de regionale spreiding betreft, zijn de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen en Limburg het zwaarst getroffen. In de provincies Limburg en Antwerpen zien we trouwens ook een toename van de tijdelijke werkloosheid : Limburg +103%, Antwerpen +137%. Vooral mannen blijken sterker te zijn getroffen. Zij zijn ook diegenen die het meest werken in conjunctuurgevoelige sectoren. Opvallend is dat de crisis niet alleen de kortgeschoolden treft (stijging werkloosheid met 17,4%), maar ook de middengeschoolden (+23%) en de hooggeschoolden (+20%). Een zeer kwetsbare groep blijken onze jongeren, vooral de kortgeschoolde jongeren.

Niettegenstaande de crisis globaal is, is het dus ook een duale crisis. Sommige sectoren zijn meer getroffen dan andere en ook sommige bevolkingsgroepen zijn kwetsbaarder dan andere. Ook de gevolgen zijn niet voor iedereen dezelfde.

We moeten er rekening mee houden dat de moeilijke arbeidssituatie zich nog een tijd zal manifesteren. De arbeidsmarkt reageert immers met 6 maand vertraging op de economische situatie. De verwachting is dat tegen 2010 de werkloosheidsgraad zal toegenomen zijn tot 10,5%. In Vlaanderen gaat dit over – naar schatting – een totaal van 270.000 werkzoekenden, dus nog 50.000 meer werkzoekenden dan nu. Het aantal jobs zou in Vlaanderen nog met 1% afnemen. In 2009 en in 2010 samen zouden ongeveer 54.000 jobs verloren gaan.

We kunnen dus wel stellen dat , zelfs al begint de economische conjunctuur zich licht te herstellen, de impact van de crisis op de arbeidsmarkt nog tot eind 2010 zal voelbaar zijn.

In deze moeilijke en onzekere tijden heeft Vlaanderen meer dan ooit nood aan een realistische en daadkrachtige aanpak van de gevolgen van de crisis. Tegen begin volgend jaar zullen we klaarder kunnen zien in de evolutie van de economische toestand, maar vandaag zijn de uitdagingen voor de Vlaamse regering helder : we werken de anti crisismaatregelen verder uit en verfijnen ze. De steunmaatregelen die door de Vlaamse regering bij het uitbreken van de crisis werden genomen, zijn succesvol gebleken. De afgelopen maanden hebben we meer dan 10.000 dossiers voor overbruggingspremies goedgekeurd en zo heel wat ontslagen vermeden. Daarnaast bleken ook de maatregelen met betrekking tot de waarborgregeling voor investeringskredieten een groot succes. In de periode van 1 januari tot 31 augustus 2009 waarborgde de overheid bijna dubbel zoveel kredieten voor ondernemingen (+92%) als diezelfde periode in 2008. In termen van het aantal goedgekeurde dossiers betekent dit een stijging van 89%. Van 493 goedgekeurde dossiers in de periode 01/01 tot 31/08/2008 naar 933 goedgekeurde dossiers in de periode 01/01 tot 31/08/2009. Het waarborgbedrag is gestegen van 65,79 miljoen Euro tot 126,61 miljoen Euro, diezelfde periodes in beschouwing genomen. En ik hoef er u niet van te overtuigen hoezeer deze waarborgen van economisch belang zijn. Elke euro aan waarborg maakt 2,2 euro aan investeringen door bedrijven mogelijk.

We gaan nu nog een stap verder zetten met een duurzaam werkgelegenheids- en investeringsplan. Zoals aangekondigd in het Vlaams regeerakkoord zal de regering samen met de werkgeversorganisaties en vakbonden werk maken van een duurzaam werkgelegenheidsplan. Daarvoor leggen we een provisie aan in onze begroting van meer dan 20 miljoen Euro.

Het werkgelegenheidsplan moet een antwoord bieden op drie knelpunten. Ten eerste moet het een antwoord bieden op de gevolgen van de crisis en willen we nog grotere gevolgen voorkomen. De balans daarvan heb ik zonet geschetst : tot eind 2010 verwachten we nog eens een bijkomend verlies van 54.000 banen. Ten tweede moet het plan ook tegemoet komen aan de structurele verschuivingen op de arbeidsmarkt. Zo versnelt de crisis een proces dat al langer gaande is in Vlaanderen : met name de vermindering van de tewerkstelling in de secundaire bedrijfstakken, de industriële sector in tegenstelling tot de tertiaire bedrijfstakken, de dienstensector. Sectoraal gezien verwachten we vooral van werkgelegenheid in de gezondheids- en welzijnssector en de groene economie de grootste groei in de komende periode. Tegelijk moeten we werk maken van meer duurzame jobs in de sociale economie.

Daarnaast is er ook een demografische uitdaging : door de verzilvering van de beroepsbevolking zullen steeds minder mensen actief zijn op de arbeidsmarkt.

Ten derde moeten we ook rekening houden met de typische arbeidsmarktknelpunten. Hieronder verstaan we het groot aantal knelpuntvacatures maar ook de lage werkzaamheidsgraad van de kansengroepen. Ik denk daarbij aan de ondervertegenwoordiging van 50-plussers, van onze jongeren en ook van de kortgeschoolden, mensen van allochtone afkomst, mensen met een handicap.


In de komende weken en maanden zetten we alles op alles om meer activering mogelijk te maken. We zetten in op maatwerk, zowel aan de zijde van de vraag als van het aanbod. We voorzien in een structureel aanbod op maat van werkzoekenden die ver van de arbeidsmarkt staan. Elke werkloze verdient een aangepaste begeleiding naar een nieuwe job. Daarnaast bieden we ook een meer sluitende en efficiënte ondersteuning aan de werkgever. We zetten in op competentie-versterking en volledige mobilisatie van het menselijk innovatiepotentieel. Er is nog veel meer aandacht nodig voor vorming en opleiding. We doen dit onder meer in het kader van een betere loopbaanoriëntering en –begeleiding. We hebben daarbij aandacht voor de aansluiting van onderwijs en arbeidmarkt.

Naast het duurzaam werkgelegenheidsplan, is er ook nood aan een investeringsplan. We zullen investeren in sectoren met een toekomst en we zullen gezonde bedrijven stimuleren om uit de crisis te geraken. We zullen ook focussen op duurzame energie, zowel uit respect voor het milieu als om minder brandstoffen te moeten importeren uit het buitenland. We zullen ook onze kennis in onderzoek en ontwikkeling valoriseren, onder meer in de gezondheidszorg door middel van translationeel onderzoek, of door een versterkte introductie van ICT in de gezondheidszorg.


In de begroting voor 2010 is er – bovenop de reeds geplande kapitaalsparticipaties – nog eens 300 miljoen Euro voorzien voor het nemen van nieuwe kapitaalsparticipaties. Met dit voorziene budget kunnen belangrijke investeringen worden gefinancierd in tijden van schaarste op de kredietmarkten. We zetten daarbij sterk in op innovatie. We kiezen immers resoluut voor een innovatiegedreven economie. Via bestaande instrumenten en middelen ondersteunen we ondernemerschap en stimuleren we de economische en technologische speerpuntdomeinen. We zullen ook in deze moeilijke budgettaire tijden blijvende aandacht hebben voor innovatie. We zorgen eveneens voor de economische valorisatie van de innovatiespeerpunten.


Het versterkt innovatiebeleid moet ons brengen naar een internationaal competitieve groene en ook witte economie. Een nieuw innovatiepact moet het vergroenen en verwitten van onze economie mee mogelijk maken. Met nieuwe milieuvriendelijke materialen en technologie voor slimme elektriciteitsnetten is Vlaanderen in staat het verschil te maken in de ecologische economie. Daarom zullen we de vergroening van onze KMO’s onder meer stimuleren met een efficiëntere ecologiepremie. Ook de performante gezondheidssector, de witte sector in Vlaanderen, bezit een enorm innovatiepotentieel.

Mijnheer de Voorzitter,
Collega’s,

Ik kom nu tot de concrete werkwijze van de Vlaamse regering bij deze begrotingscontrole en begrotingsopmaak.

Ons uitgangspunt is dat we nu willen besparen om de toekomst van de huidige en komende generaties te vrijwaren. Daartoe leveren we grote inspanningen. De Vlaamse regering wenst immers zo spoedig als mogelijk terug te keren naar een evenwicht om het broodnodige beleid te kunnen voeren. We willen dit evenwel doen zonder de economische heropleving in gevaar te brengen, het consumentenvertrouwen te verstoren en we willen absoluut de zwakkeren in onze samenleving ontzien. We stellen m.a.w. duidelijke prioriteiten en kiezen resoluut voor significante efficiëntiewinsten in het functioneren van het overheidsapparaat.

Hoe is de regering nu concreet te werk gegaan om de begrotingscontrole 2009 uit te voeren en de begroting 2010 op te stellen ?

Bij haar aantreden is de regering gestart met een bewarende maatregel teneinde te vermijden dat facultatieve uitgaven zouden worden versneld om zo een bijstelling van het jaar 2009 in de feiten onmogelijk te maken. Deze bewarende maatregel hield in dat voor uitgaven en engagementen waar Vlaanderen niet geschaad wordt door een vertraging op het betreffende krediet, maximaal 8/12 mocht worden benut. Deze maatregel bleek zeer nuttig om bij de departementen en agentschappen het besef te doen groeien dat er effectief moet nagedacht worden over minder uitgaven en efficiëntiewinsten. De regering waakte er wel over dat deze maatregel niet leidde tot het louter doorschuiven van facturen. Geen enkele factuur hoefde te blijven liggen na vervaldatum.

De administratie heeft een stuk parallel met de regeringsonderhandelingen de technische bilaterales uitgevoerd en de minister van begroting heeft daarover verslag uitgebracht op de vergadering van de Vlaamse regering van 5 september. Enerzijds bleek daaruit dat ten aanzien van de uitgangspunten bij de regeringsonderhandelingen, uitgavenverminderingen mogelijk waren en er bleven nog discussiepunten die op politiek niveau een bespreking vereisten. Er werden dan individuele gesprekken gevoerd met elke minister om zijn/haar bijkomende besparingsinspanningen en de problemen betreffende het tekort aan uitgavenmogelijkheden per beleidsdomein onder de loupe te nemen.

In de loop van de maand september heeft het Planbureau en het ministerie van financiën dan geactualiseerde cijfers bezorgd over de groeiramingen en inflatieverwachtingen en inzake de fiscale capaciteit en leerlingenaantallen. Deze gegevens waren een meevaller ten aanzien van de pessimistische uitgangspunten van het regeerakkoord. Anderzijds dienden we vast te stellen dat in tegenstelling tot de verwachtingen bij de regeringsvorming de federale overheid de negatieve afrekening van de gewestinkomsten pas in 2010 zal aanrekenen. Daarom leggen wij in 2009 een provisie aan van 500 miljoen euro.


Anderzijds wees de administratie er op dat de gehanteerde cijfers inzake onderbenuttiging van de beschikbare kredieten in 2009 en 2010 wel eens veel lager zou zijn dan bij de regeringsonderhandelingen mee op basis van het SERV advies werd verondersteld. Vanuit voorzichtigheidsoogpunt hebben we de gehanteerde cijfers inzake onderbenuttiging dan ook fors naar beneden herraamd (- 230 miljoen euro in 2010).

In de begroting werden de extra uitgaven 2010 zoals afgesproken bij de regeringsonderhandelingen gehandhaafd, met name :
• 22,5 miljoen provisie voor het werkgelegenheidsplan,
• 10 miljoen extra voor kinderopvang,
• 22,5 miljoen extra voor de sector personen met een handicap,
• 22,5 miljoen extra voor investeringen.

Gelet op een aantal onvermijdbaar gebleken uitgaven tijdens de politieke bilaterale besprekingen werden de uitgaven voor 2009 nog verhoogd met 16 miljoen voor de renovatiepremie en 66 miljoen in 2010 voor de sectoren renovatiepremie, landbouw (VLIF) , inburgering (consequenties regularisatie ) en voor een aantal dringende investeringen in diverse sectoren. Specifiek voor de sociale huisvesting wordt in een extra investeringsvolume voorzien van 85 miljoen Euro.
Om in deze omstandigheden een begroting te kunnen presenteren die de tekortnormen van het regeerakkoord respecteert, hebben we dan nog een aantal punctuele maatregelen genomen in de sector van de waterzuivering waar het aligneren van de afbetalingstermijn aan de afschrijvingstermijn ons toelaat de uitgaven de komende jaren te drukken; wij wensen van de overheidsbedrijven ook een jaarlijks dividend te ontvangen en we hebben dan nog een bijkomende besparing opgelegd aan de beleidsdomeinen ten belope van in totaal 45 miljoen euro verdeeld naar draagkracht over de verschillende beleidsdomeinen. De details van deze besparingen tot op het niveau van de basisallocatie wordt afgestemd met de leidend ambtenaren.

Bij deze begrotingsopmaak heeft de Vlaamse regering zich blijvend laten leiden door de principes van het regeerakkoord: we oriënteren de besparingen naar maatregelen die tot een grotere efficiëntie van de overheid gericht op kerntaken moeten leiden; subsidies worden specifiek onder de loupe genomen in de mate dat ze effectief bijdragen tot de publieke doelstellingen; we nemen maatregelen zodat het prille herstel van de economie niet wordt geschaad en ontzien dus tewerkstelling en investeringen.

De leidend ambtenaren worden uitgenodigd om in overleg met de sociale partners mee te zoeken naar efficiëntiewinsten en kwaliteitsverbeteringen en zullen daartoe meer flexibiliteit krijgen. Dit kan dan vertaald worden bij de begrotingscontrole 2010. De begrotingsdoelstelling om opnieuw aan te knopen met het evenwicht in 2011 verliezen we daarbij echter niet uit het oog. En ten aanzien van diegenen in dit parlement die vinden dat we nog sneller kunnen aanknopen met het evenwicht wil ik zeggen dat wij voldoende zuurstof in de economie willen laten om het herstel niet te fnuiken. Wij creëren geen sociaal bloedbad.

De Vlaamse regering heeft gewerkt met zeer nauwkeurige, realistische gegevens. Bijvoorbeeld wat de kapitaaloperaties in de financiële sector betreft. Op dit ogenblik zijn er gesprekken bezig met de Europese Commissie om de herstructureringsplannen van de drie betrokken financiële instellingen goedgekeurd te krijgen (KBC, Dexia en Ethias). Prioriteit is de goedkeuring door Europa en dan kan aan de uitvoering gewerkt worden inclusief de terugbetaling (van het geïnvesteerd kapitaal en dividenden). Voor de begroting 2010 blijven we terzake voorzichtig en voorzien we nog quasi geen inkomsten

We zijn zeer zorgvuldig te werk gegaan. De SERV, de Hoge Raad voor Financiën, de eigen Vlaamse administratie hebben allen de negatieve budgettaire ruimte voor de komende legislatuur geraamd. Wij houden rekening met de negatieve ruimte die door de SERV als volgt werd geraamd :
2009 : - 1.058.000
2010 : - 1.892.000
2011 : - 1.580.000
2012 : - 1. 280.000
2013 : - 798.000
2014 : - 268.000

Wij nemen bovenop deze SERV-raming, nog een voorzichtigheidsmarge in rekening voor de jaren 2010 en 2011 en verhogen de geraamde negatieve ruimte als volgt :
2010 : - 2.000.000
2011: - 1.700.000
Deze negatieve ruimte wordt daarenboven nog negatief beïnvloed door de previsies van het Planbureau van 24 juni 2009 :
2010 : - 55.941.000
2011 : - 160.931.000
2012 : - 168.532.000
2013 : - 175.658.000
2014 : - 183.141.000

De Vlaamse regering wenst niettegenstaande deze negatieve budgettaire ruimte toch nieuw beleid te initiëren. Dit nieuw beleid houdt uiteraard verband met de beleidsopties in ons regeerakkoord en die nu in eerste instantie gericht zijn op de bestrijding van de gevolgen van de gevolgen van de crisis, op het vernieuwen van het DNA van onze economie, op de zorgvragen die er zijn en op de uitbouw van een vernieuwd sociaal beleid.

Wij voorzien volgende middelen om nieuw beleid te initiëren :
2010: 80 miljoen
2011: 150 miljoen
2012: 350 miljoen
2013: 600 miljoen
2014: 1 miljard

Van daaruit werd afgeleid welke besparingsinspanning nodig was om zo snel als mogelijk een begroting in evenwicht te realiseren :
2009 : 1.058.000.000
2010 : 2.135.941.000
2011 : 2.010.931.000
2012 : 1.798.532.000
2013 : 1.573.000.000
2014 : 1.451.141.000

De recente parameters van het Federaal planbureau inzake groei en inflatie, evenals inzake fiscale capaciteit hebben de begrotingsoefening enigszins vergemakkelijkt, in die zin dat ten opzichte van de eerdere ramingen de gedeelde en samengevoegde belastingen konden worden verhoogd met 355.364.000 euro, maar ook dan nog stonden en staan we voor een gigantische oefening, die voor het jaar 2010 om en bij de 1,5 miljard bedraagt.


Omwille van de gedaalde BBP-groei- (van + 1,2% naar -3,1% in 2009 ) en inflatie- (van + 2,7% naar 0 % in 2009) ten opzichte van de initiële begroting 2009 en dus rekening gehouden met de recente opwaartse herzieningen van de groei- en inflatieparameters zal bovendien rekening moeten worden gehouden met een negatieve afrekening van de gedeelde en samengevoegde belastingen voor een bedrag van 378 miljoen in 2010. Om deze negatieve afrekening op te vangen wordt in 2009 een provisie aangelegd ten bedrage van 500 miljoen.

Zodoende respecteren we de tijdens de regeringsonderhandelingen afgesproken tekortnorm: een begroting in evenwicht tegen 2011, met nog een tekort van 1 miljard in 2009 en 500 miljoen in 2010.

Om die doelstelling te bereiken moet in 2009 ruim 200 miljoen en in 2010 ruim 1,5 miljard worden bespaard.

We hebben een akkoord bereikt over goed uitgekiende besparingen en zijn daarbij vertrokken van een aantal belangrijke uitgangspunten :

• Besparingen in de vitale sectoren van onze samenleving worden uitgesloten. Zo worden geen besparingen doorgevoerd in de gesubsidieerde sectoren waar de regering belangrijke beleidsimpulsen wil blijven geven, zoals beschutte en sociale werkplaatsen, voorzieningen en uitkeringen voor personen met een handicap, kinderopvang, jongerenwelzijn, thuiszorg en huursubsidies.

• Besparingen op het overheidsapparaat als gevolg van te realiseren efficiëntiewinsten mogen niet leiden tot ontslagen.


• De gemiddelde omkadering in het onderwijs zal niet dalen.

• Besparingen op investeringen worden uitgesloten. Zij zijn immers noodzakelijk voor ons economisch herstel.

• Het gaat om reële besparingen die zoveel mogelijk recurrent zijn. Bij eenmalige maatregelen wordt geen beroep gedaan op technieken zoals sale and lease back.

Hierbij kan ik u een overzicht geven van de besparingen die in 2010 zullen doorgevoerd worden :

• selectieve verdeling indexprovisie : 100 miljoen;

• nulindexatie in 2009 en 2010 van niet-loongebonden kredieten : 120 miljoen;

• efficiëntieverhoging apparaat (2,5% op het loonaandeel en 5% op het functioneringsaandeel) : 133 miljoen;

• efficiëntiewinst facultatieve subsidies (5%) : 45 miljoen;

• besparing gereglementeerde subsidies (2%) : 28 miljoen;

• communicatie en consultancybudgetten (-20%) : 8,5 miljoen;

• het selectiever maken van de jobkorting : 635 miljoen;

• punctuele maatregelen (zoals Hermesfonds, kabinetskredieten, herraming van de rente, optrekken van de eigen ontvangsten van het Minafonds, verlenging van de afbetalingstermijn Aquafin, vertraging van de loonindexering…) : 150 miljoen.;


• er worden een beperkt aantal eenmalige maatregelen genomen. De voornaamste zijn: verkoop gronden VMM : 125 miljoen, activeren van de aanwezige reserves bij de VMSW en het Woningfonds : 95 miljoen.

 

Mijnheer de Voorzitter,
Collega’s,

Deze besparingsoperatie is niet gemakkelijk maar we zijn er van overtuigd dat dit essentieel is voor de toekomst van Vlaanderen en de Vlamingen veilig te stellen. Het geeft ons ook de mogelijkheid om na deze begrotingsoperatie budgettaire ruimte te creëren voor belangrijk nieuw beleid. Nieuw beleid dat gericht is op de grote doelstellingen van ons regeerakkoord : een vernieuwende, duurzame en warme samenleving tot stand brengen. We rekenen op de verantwoordelijkheid van velen om de door ons vooropgezette besparingen door te voeren, tot een goed einde te brengen en dit in het belang van het nieuw beleid dat we voor ogen hebben.

Reeds in 2010 voorzien we immers, zoals vooropgesteld tijdens de regeringsonderhandelingen, ruimte voor nieuw beleid : voor kinderopvang in het kader van het vernieuwd sociaal beleid, voor investeringen, voor werk, voor welzijn.
De welzijns- en gezondheidssector, waar er enorme uitdagingen zijn, krijgt een aanzienlijk deel van de beleidsmarge. De Vlaamse regering zal sterk inzetten op de zorgvragen van personen met een handicap en dit vijf jaar lang. Het vernieuwd sociaal beleid krijgt het voorziene deel van de beleidsmarge en vereist nu ook veel overleg en juridisch-technisch denkwerk voor de praktische uitwerking ervan.

Wij zijn een sociale regering en een investeringsregering. We voorzien de nodige middelen voor investeringen waar grote noden zijn (openbare werken, cultuur, VIPA….). De middelen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds worden verhoogd met 15,5 miljoen.

Voor de renovatiepremie wordt in 2009 bijkomend 16 miljoen uitgetrokken en in 2010 36 miljoen. De mogelijkheid tot integratie van de verschillende premies wordt onderzocht, dit ook in het kader van de efficiëntie van ons beleid.

Het grond- en pandendecreet wordt verder uitgevoerd. Het investeringsprogramma in de koop- en huursector en voor infrastructuur wordt verhoogd met 85 miljoen waarbij koop en huur gefinancierd zal worden via rentesubsidies en infrastructuur via kapitaalsubsidies. Tevens worden de nodige middelen voorzien ter uitvoering van de Vlaamse wooncode.

We voorzien bijkomende middelen voor inburgering gelet op de consequenties van de regularisatie.
De inspanningen voor de bestrijding van de armoede worden onverkort verder gezet.


Mijnheer de Parlementsvoorzitter,
Collega’s,

Uit dit overzicht blijkt duidelijk dat de Vlaamse regering ondanks de besparingen nu al concrete, duidelijke stappen zet voor de uitvoering van de doelstellingen van het regeerakkoord.

Met deze begroting doet de Vlaamse overheid wat ze afgesproken heeft in het regeerakkoord : de tekorten terugdringen naar 0 in 2011. De inspanning die we leveren, biedt ook ruimte aan de gemeenten om zich voor te bereiden op een ESR-boekhouding vanaf de volgende gemeentelijke legislatuur. De Vlaamse regering heeft in de lijn van haar regeerakkoord deze keuze gemaakt omdat we ervan overtuigd zijn dat we er alle belang bij hebben rentelasten te vermijden. Op die manier kunnen we immers snel opnieuw aanknopen met de noodzakelijke maatregelen uit het regeerakkoord om Vlaanderen verder te ontwikkelen tot een warme en vooruitstrevende samenleving. Vlaanderen voldoet met deze begroting ook aan de afspraken die gemaakt zijn in het Overlegcomité m.b.t. het Stabiliteitspact.


Onze regering is immers een regering met ambitie, een regering met ambitie voor Vlaanderen. Wij geloven in de kracht van ons uitstekend onderwijs, in het innovatievermogen van ons bedrijfsleven, in het potentieel van ons pluriform medialandschap, in de talenten en de werkkracht van onze mensen, in de troeven van onze centrale ligging, enz. Zelfs in deze budgettair moeilijke tijden blijven we middelen voorzien om deze troeven te versterken. Dat zal concreet blijken uit de begrotingsdocumenten die hier in het Parlement uitvoerig zullen kunnen besproken worden.

Daarbij hebben we ons maatschappelijk en politiek gedragen toekomstplan Vlaanderen in Actie voor ogen, dat zijn vertaling heeft gekregen in het regeerakkoord. De regering heeft vrijdag jongstleden trouwens een nieuw monitoringinstrument goedgekeurd dat de uitvoering van de doelstellingen van het Pact 2020 en de realisatie van de doorbraken van Vlaanderen in Actie in beeld brengt. Dit nieuwe instrument zal toelaten om zowel de voortgang van het regeerakkoord als van Vlaanderen in Actie en het Pact 2020 te monitoren. Tijdens de komende maanden zullen de grote strategische projecten en doelstellingen uit het regeerakkoord, de beleidsnota’s van de Vlaamse ministers en uit Vlaanderen in Actie worden geïdentificeerd en via concrete jaarlijkse tussenstappen worden opgevolgd.
Op die manier komen we ook tegemoet aan de wens die hieromtrent op het einde van vorige legislatuur in dit Parlement werd geformuleerd.


Want ook dat is onze ambitie : in goede samenspraak met het Parlement, ieder vanuit zijn verantwoordelijkheid, een efficiënt en doortastend beleid voeren dat nauwgezet wordt opgevolgd en bijgestuurd indien nodig. Ik denk dat dit een goed voornemen is aan het begin van dit parlementair jaar.

Ik dank u voor uw aandacht.