"Ik voel mij als een waterplas"

De regularisatiecampagne voor vluchtelingen is nu twee weken geleden bezig. In tegenstelling tot wat was verwacht, is er tot nu toe geen sprake van een overrompeling, ook niet in Gent, waar het stadsbestuur een hele organisatie op poten had gezet om iedereen vlot te kunnen helpen. Rik Arnoudt ging vorige week poolshoogte nemen.

Donderdagmorgen 7.30 uur: er staan al heel wat mensen aan te schuiven aan de loketten van het Administratief Centrum aan het Gentse Zuid. Hier moet je als burger zijn om bijvoorbeeld de geboorte van je zoon of je dochter aan te geven, een bouwaanvraag in te dienen of een reispas te komen ophalen. Sinds 15 september kunnen vluchtelingen hier ook terecht om een regularisatiedossier in te dienen. Nu denkt u ongetwijfeld aan drommen illegale vluchtelingen of "mensen zonder papieren" die staan te dringen om definitief in ons Belgische paradijs te kunnen blijven, "om te profiteren", zoals sommigen luidkeels verkondigen.

Maar volgens schepen van Burgerzaken Catharina Segers (Open VLD) ziet de realiteit er enigszins anders uit. Zij schat het aantal mensen in Gent dat in aanmerking komt voor een regularisatie op 10.000. Ze onderscheidt drie categorieën: mensen die in het land verblijven met een tijdelijke vergunning, mensen die al sinds geruime tijd een asielaanvraag hebben ingediend maar nog geen antwoord hebben gekregen en ten slotte de "illegalen". Voor wat die laatste groep betreft, schat ze het aantal dossiers in de Arteveldestad op 3.500. Daarvoor baseert ze zich op cijfers van het OCMW.

En wie zijn die "gelukzoekers" dan wel die ons onze rijkdom komen afsnoepen? "Stop de islamisering", hoor ik sommigen onder u al denken. Maar die islamitische mensengolf blijkt een mythe: volgens Segers zijn de meeste vluchtelingen die in aanmerking komen voor een regularisatie Roma-zigeuners, Russen, Bulgaren, Indiërs en Pakistanen. De immigratiegolf vanuit Noord-Afrika of zwart Afrika is hier blijkbaar niet zo groot zoals sommigen beweren.

Wie zijn ze? Vanwaar komen ze?

Op het eerste zicht zijn hier niet veel "illegalen" te bespeuren. Wie een dossier wil indienen, wordt discreet naar de achterkant van het Administratief Centrum geleid. Daar heeft het stadsbestuur een hele infrastructuur opgebouwd om de vluchtelingen zo vlot mogelijk te bedienen. Aan een houten kraampje, dat anders dienstdoet op de jaarlijkse kerstmarkt, worden nummers uitgedeeld waarmee de gegadigden terechtkunnen aan een loket. Vandaag is het kraampje echter gesloten: te weinig volk. Wie gisteren een nummer heeft gekregen, kan vanmorgen wel nog terecht om zijn dossier in te dienen.

Op deze druilerige ochtend is het hier verlaten. Geen massa's donkere medemensen die wanhopig de zo geliefde verblijfsvergunning proberen te bekomen. Neenee, de meeste "nieuwe" vluchtelingen zien er blijkbaar uit zoals u en ik: niet echt herkenbaar dus.

Na een tijdje zie ik een man met een muts diep over zijn hoofd getrokken. Hassan komt uit Marokko en woont al acht jaar in ons land. Hij heeft vast werk - hij is verantwoordelijk voor kwaliteitscontrole in een bedrijf -, spreekt vlot Nederlands, maar heeft slechts een voorlopige verblijfsvergunning. "Ik zoek een betere toekomst, ook voor mijn vrouw en kind die hier wonen", zegt hij. Zijn regularisatieaanvraag beschouwt hij als een zoveelste poging om een stabiel leven op te bouwen. Maar echt spraakzaam is Hassan niet, wellicht wantrouwt hij die blanke man die hem vragen stelt over zijn privéleven. Ik wens hem succes en ga op zoek naar andere gesprekspartners.

Af en toe zie ik iemand het B-gebouw binnenglippen. Is die vrouw nu een asielzoekster of werkt ze gewoon bij de stad Gent? Het is niet altijd even duidelijk, en ik vind het ook onbeleefd om zomaar op iemand af te stappen en te vragen of zijn papieren wel in orde zijn, ik ben geen politieagent. En die mannen en vrouwen die geregeld aan de ingang staan roken, hoef ik ook al niets te vragen: dat zijn bedienden die gewoon hun rookpauze houden. "De donderdag is een kalme dag", zegt een van hen. Waarom weet hij niet, maar ik kan niet anders dan zijn vaststelling beamen.

"Als 't God belieft"

Laten we het dan toch maar bij een zwarte medemens proberen. Abraham, een 20-jarige jongen uit Liberia, heeft net inlichtingen ingewonnen over hoe hij een regularisatiedossier moet indienen. Hij praat Engels met een zwaar West-Afrikaans accent - ik begrijp hem nauwelijks - maar zegt dat hij nu ook Nederlands leert. Hij woont al twee jaar in Gent en is per schip naar hier gekomen: "Meer dan een week varen van Monrovia naar Antwerpen."

Bij zijn aankomst heeft Abraham een asielaanvraag ingediend, maar die is afgewezen. Nu zit hij in een beroepsprocedure, maar omdat een antwoord op zich laat wachten, zoekt hij nu soelaas in de regularisatieprocedure. Waarom in België? "Omdat ik problemen had in Liberia." Zijn ouders zijn gevlucht naar Ghana, hij naar België. Hij heeft hier een oudere broer wonen die de Belgische nationaliteit heeft, maar dat is hij pas te weten gekomen toen hij hier al was gearriveerd, zegt hij. Werk heeft hij hier nog niet gevonden. "Maar ik ben ingeschreven bij de VDAB", zegt hij in een Nederlands dat nog moeilijker te begrijpen is dan zijn Engels. En welke job wil hij? "Ik heb gestudeerd voor modeontwerper", klinkt het fiere antwoord. Ik vind toch dat hij er opvallend sjofel uitziet voor een modeontwerper in spe... "Als 't God belieft, zal ik mijn papieren wel krijgen", weet Abraham.

De 35-jarige Charles klinkt minder fatalistisch. Nochtans verblijft deze Ghanees al tien jaar illegaal in het land. "Ik ben helemaal vanuit Ghana naar hier gekomen", vertelt hij. "Vooral de tocht door de Sahara was erg zwaar." Maar over wat hij tijdens die tocht heeft meegemaakt, zwijgt hij liever. Hier knoopt hij al die jaren al de eindjes aan elkaar als kapper. "Wij Afrikanen helpen elkaar in moeilijke tijden", geeft hij me nog mee. Maar heeft dat allemaal wel zin, zo ver reizen om gewoon te overleven? Charles gaat nu voor alle zekerheid toch vragen om te worden geregulariseerd. "Ik ben nogal gelukkig. Ik heb een doel, dus kan ik leven met mijn huidige situatie."

Hamid, een 28-jarige vluchteling uit Pakistan, is hier nog maar zeven maanden. "Ik heb problemen in mijn land en ben daar niet meer veilig", zegt hij. Hij is via Afghanistan, Iran en Turkije naar Europa gereisd, heeft hier asiel aangevraagd en heeft nu een voorlopige verblijfsvergunning. Hij volgt een cursus Nederlands en is ingeschreven bij de VDAB. Hij hoopt werk te vinden als technicus. "Het leven is goed hier: geen corruptie, geen illegaal werk,...", verkondigt hij. Deze man woont hier duidelijk nog niet zo lang, denk ik. Hij probeert zich nu te laten regulariseren, maar of dat zal lukken, weet hij niet.

"Niet voor het amusement"

Die onzekerheid, die twijfel: dat vreet duidelijk aan Dashi, een 38-jarige Iraanse Koerd die geboren is in Irak. Dashi woont hier al tien jaar en heeft verschillende procedures doorlopen. Aanvankelijk verbleef hij hier legaal. Hij werkte zelfs twee jaar lang in een fabriek, maar moest zijn werk drie jaar geleden stopzetten omdat zijn asielaanvraag was afgewezen. Daarop diende hij een regularisatieaanvraag in, waardoor hij pas sinds kort weer een voorlopige verblijfsverguning heeft. Maar een antwoord op zijn regularisatieaanvraag heeft hij tot nu toe niet gekregen. Daarom probeert hij het nu nog eens.

"Ik ben hier echt niet voor mijn plezier hoor", klaagt hij. "Als een in Irak geboren Koerd voelde ik me vreemdeling in mijn eigen land. Ik heb zo'n 8.000 euro betaald om naar hier te komen, en mijn vrouw en zoon zitten nog altijd in Iran. Ik zou ze graag naar hier laten overkomen, maar waarvan moeten we hier leven? Door mijn onzekere situatie vind ik maar moeilijk werk en ik heb financiële problemen, waardoor ik soms de huishuur of de energiefactuur niet kan betalen." In tegenstelling tot mijn andere gesprekspartners is Dashi een spraakwaterval.

In Iran was hij niet onbemiddeld. "Als autoverkoper verdiende ik vaak meer dan 100 euro per dag. Dat was echt geen probleem, maar als je voortdurend wordt uitgesloten omdat je zogezegd een Irakees bent, gaat dat toch wel op je wegen." Uiteindelijk vluchtte Dashi naar België, maar sindsdien heeft het leven hem duidelijk weinig goeds gebracht. "Na al die jaren verlies je je mentale kracht. Aan de ene kant vind ik dat ik een goede beslissing heb genomen door te vluchten - want wie weet wat zou er sindsdien met mij zijn gebeurd in Iran - maar anderzijds mis mijn vrouw en mijn kind, en bovendien stellen sommige familieleden het vandaag materieel wel goed in Iran. Ik voel mij als een waterplas: aan de bovenkant verdamp ik en aan de onderkant loopt er water weg in de grond." Hoeveel water houdt Dashi nog over?

Rik Arnoudt

lees ook