Ardi is geen chimpansee en geen mens

Wetenschappers hebben na 17 jaar de studie van het skelet van de oudste bekende mensachtige, de Ardipithecus ramidus, gepubliceerd, en die bevat verrassingen. "Ardi" leek meer op een mens dan een chimpansee, liep rechtop en leefde in het regenwoud.

De Ardipithecus ramidus (Ardi betekent "grond" in de Afar-taal van de streek waar de resten gevonden werden, pithecus is "aap" en ramid betekent "wortel" in het Afar, een verwijzing naar de bossen waarin hij leefde) zou zo'n 4,4 miljoen jaar oud zijn. De resten werden al 17 jaar geleden gevonden. Dat gebeurde in de onherbergzame Afardriehoek in Ethiopië, waar ook het skelet van Lucy ontdekt werd.

Na 17 jaar van onderzoek worden de bevindingen van de geleerden nu gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science, dat er groot mee uitpakt. Niet minder dan 11 artikelen belichten elk een bepaald aspect van de vondst.

Rechtop lopend

Hoewel "Ardi" een brein en een lichaam had dat even groot was als dat van een chimpansee, liep hij rechtop, met een grote stijve voet en een kort en breed bekken, en liep hij niet op zijn knokkels of slingerde hij zich niet van tak tot tak zoals een aap.

Wetenschappers discussiëren al lang over de vraag of onze vroege voorouders een "mensapenfase" gekend hebben, waarin ze er uitzagen als chimpansees, met een korte rug, lange armen die aangepast waren aan het slingeren in de bomen en een bekken en ledematen die aangepast waren aan de knokkelgang van de chimpansees. Mensen zouden in de loop van hun evolutie dan die aanpassingen, die chimpansees, bonobo's (kleine foto) en gorilla's nog wel hebben, verloren zijn.

Het was echter moeilijk om daarvoor bewijzen te vinden, aangezien er bijna geen fossielen zijn van vroege chimpansees en gorilla's en slechts een zestal, meestal niet volledige, fossielen van vroege mensachtigen.

Ouder dan Lucy

Tot nu was Lucy het oudste bekende skelet van een menselijke voorouder. Lucy (kleine foto) is een Australopithecus afarensis (zuidelijke aap uit Afar) en "slechts" 3,2 miljoen jaar oud. Daarmee is ze te jong en al te mensachtig om nog veel informatie te verschaffen over de primitieve oorsprong van de mens. En dus vroegen de wetenschappers zich af, wat was er voor haar?

Die vraag wordt nu voor het eerst in detail beantwoord. In 1992 zag een student van Tim White, een van de ontdekkers van Lucy, een oude kies uit het zand steken, niet ver van de plaats waar ooit Lucy was gevonden. Dat het om een miljoenen jaar oude kies ging, bleek al dadelijk uit de staat ervan: bij de minste aanraking verkruimelde de kies. Vandaar dat de onderzoekers later in hun campagne grote blokken grond uitgroeven en die in hun geheel naar laboratoria in Addis Abeba, Tokio en Ohio stuurden. Daar begon dan het bijna eindeloze werk om de stukjes bot uit het sediment te halen en het skelet te reconstrueren.

In totaal werden er resten van het skelet van 35 individuen gevonden. Een schedel en een gedeeltelijk skelet bleken van een vrouwelijke mensachtige te zijn en die werd "Ardi" gedoopt. Belangrijk is dat ook de kaakbeenderen en het bekken, de handen en de voeten bewaard zijn.

Verrassingen

Het onderzoek van Ardi zorgde voor een aantal verrassingen. Zo bleek ze een tussenvorm van rechtop lopen te gebruiken. Ze had een bekken dat even breed was als dat van Lucy, die rechtop liep. Wel bezat Ardi een oportuneerbare grote teen (kleine foto: een reconstructie van de voet), wat haar toeliet takken te grijpen met haar poten. Waarschijnlijk liep ze dus wel rechtop maar bracht ze ook nog veel tijd door in bomen, om aan eten te geraken, te ontsnappen aan roofdieren en te slapen in een nest.

Dat is immers nog een verrassing: waar tot nog toe gedacht werd dat de mensachtigen rechtop zijn gaan lopen in een savanne, grasland met bomen, blijkt uit onderzoek van fossiele dieren en plantenresten die in de buurt van Ardi gevonden werden, dat het gebied waar de Ardipithecus ramidus leefde, een dicht regenwoud was.

Verder blijkt uit de basis van de schedel dat Ardi niet met het hoofd voor de schedel liep, zoals een moderne chimpansee maar dat het hoofd meer op de ruggestaat stond, zoals bij de mens. Ook haar tanden lijken niet op die van chimpansees, ze had geen scherpe bovenste hoektanden en de wetenschappers sluiten ook uit dat ze kon knokkellopen. Het ziet er dus naar uit dat de gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee veel minder op de chimpansee leek dan we tot nog toe dachten. "Het zou geweldig saai geweest zijn als ze er uit gezien had als een halve chimpansee", zei paleo-anthropoloog Alan Walker van de Pennsylvania State University.