"Een lompe vuile man, koppig en kleingeestig"

Kort na de dood van pater Damiaan barstte er een wereldwijde discussie los over zijn leven en werk op Molokaï. Vooral uit de hoek van de congregationalistische en de presbyteriaanse kerken op Hawaï, de religieuze rivalen van de katholieken, kwam er felle kritiek.

Pater Damiaan genoot ook tijdens zijn leven al een zekere bekendheid. De Hawaïaanse koning David Kalakaua had hem immers een hoge onderscheiding gegeven maar toen zijn zuster, prinses Kydia Liliuokalani, op Molokaï aankwam om de onderscheiding te overhandigen, was ze zo aangedaan door de ellendige omstandigheden dat ze niet in staat was haar speech te houden. De prinses maakte haar wedervaren bekend en ze loofde in alle toonaarden het werk van Damiaan.

Zo geraakte Damiaans naam bekend in de Verenigde Staten en Europa, en Amerikaanse protestanten zamelden geld in voor het werk van Damiaan. De anglicaanse kerk stuurde eten, geneesmiddelen, kleding en andere voorraden naar Molokaï.

Na zijn dood barstte er dan ook een wereldwijde discussie los over de verdiensten van Damiaan. Die werd vooral gevoed door de religieuze rivalen van Damiaan op Hawai, de Amerikaanse congregationalisten en presbyterianen. Er wordt al lang gezegd dat zij vooral stelling namen tegen Damiaan omdat ze vooringenomen waren tegen het katholicisme. Ze deden Damiaan af als een "valse herder" die niet zozeer gedreven werd door naastenliefde, maar vooral door persoonlijke ambitie en zijn grote ego.

Lompe vuile man

De meest bekende aanval op pater Damiaan komt van de presbyteriaanse geestelijke C.M. Hyde. Die schreef nog in het jaar van de dood van Damiaan, 1889, een brief aan zijn collega  H.B. Gage. Die speelde de brief daarop door aan een religieus tijdschrift in Australië.

In de brief schrijft Hyde dat "wij die de man kenden, verbaasd zijn over de extravagante lofbetuigingen in de kranten, alsof hij een zeer vrome filantroop was. De eenvoudige waarheid is dat hij een lompe vuile man was, koppig en kleingeestig".

Hyde schriijft ook nog dat Damiaan niet in de leprozenkolonie verbleef, maar zich vrij over het hele eiland (foto) rondbewoog en vaak naar Honolulu kwam. Volgens Hyde had Damiaan ook geen verdienste aan de "hervormingen en verbeteringen, die het werk waren van onze Gezondheidsraad".

Vervolgens lanceert Hyde zijn zwaarste aanval op Damiaan: "Hij was geen zuivere man in zijn betrekkingen met vrouwen, en de melaatsheid waaraan hij stierf moet worden toegeschreven aan zijn losbandigheid en onvoorzichtigheid". Hyde beweert dus niets meer of minder dan dat Damiaan melaatsheid heeft opgelopen door onkuise betrekkingen met melaatse vrouwen.

Hij besluit met de zin: "Anderen hebben veel gedaan voor de melaatsen, onze eigen geestelijken, de dokters van de regering en zo voorts, maar nooit met het katholieke idee zo het eeuwige leven te verdienen".

"Hyde is een snoeshaan"

De brief van eerwaarde Hyde zou al lang zijn vergeten, als niet de Schotse schrijver Robert Louis Stevenson (foto) er een lang antwoord op geschreven had waarin hij de brief in zijn geheel opnam.

Stevenson, de schrijver van "Schateiland" en "De zonderlinge geschiedenis van Dr. Jekyll en Mr. Hyde" en zelf een presbyteraan, maakte verschillende reizen naar Hawaï en raakte er zelfs bevriend met koning David Kalakaua. Hij bezocht na de dood van Damiaan ook Molokaï en sprak er met mensen die Damiaan gekend hadden.

De publicatie van de brief van eerwaarde Hyde schoot hem in het verkeerde keelgat en hij publiceerde een vlammende open brief aan Hyde, die hij een snoeshaan noemde. In de brief gaat hij gedetailleerd in op de beschuldigingen, die hij punt voor punt bespreekt.

Stevenson gaf ook blijk van een vooruitziende blik toen hij schreef in zijn open brief: "Als de wereld zich u überhaupt al zal herinneren, op de dag dat Damiaan van Molokaï tot heilige wordt uitgeroepen, zal het zijn op grond van een enkel werk: uw brief aan eerwaarde H.B. Gage". Zowel het punt dat Damiaan heilig wordt verklaard als het feit dat nagenoeg niemand nog weet wie de eerwaarde Hyde is, is achteraf waar gebleken.