ANTWERPEN mij NEEMT MIJ ZIET MIJ

In het Antwerpse letterenhuis bepaalt grafisch vormgever Gert Dooreman (°1958) het mooie weer. Hij is de man achter de meeste covers van de romans, kritieken en toneelstukken van Tom Lanoye (°1958).

Gert Dooreman werd geboren in het Kempische slaapstadje Herentals. Hij komt uit een geslacht van drukkers. De loden letters en de verslavende geur van inkt zijn hem lief.

"Als kind mocht ik bij mijn grootouders met de letters spelen. Ik tekende toen ook letters. In typografie kan ik gevoelens kwijt waarmee ik niet weg kan in tekeningen. Letters en bladspiegels kunnen me ontroeren vanwege de perfectie die erin zit", zei hij vier jaar geleden in De Standaard.

En toch studeerde Dooreman - zoals hij zich laat noemen, alleen de familienaam, geen voornaam - niet voor het vak van vormgever. Hij volgde drie jaar kunsthumaniora als voorbereiding op een architectuurstudie, één jaar animatiefilm, om te eindigen in drie jaar vrije grafiek aan Sint-Lucas in Gent. Daarom dat hij zichzelf omschrijft als autodidact.

In Gent bleef hij hangen. Hij woont er nog steeds. Begin jaren tachtig was de vruchtbaarste en creatiefste periode die de Arteveldestad in de vorige eeuw heeft gekend. Er was behoorlijk wat rumoer over het mogelijke verdwijnen van de Vooruit, de redactie van De Morgen hokte in Gent en nam zonder verpinken deel aan het maatschappelijke en culturele debat, theater- en muziekgroepen braken met de traditie en door de stad beende een gedreven Jan Hoet die met Chambres d’Amis (kunstinstallaties bij de mensen thuis) in 1986 Gent definitief op de internationale kunstkaart zette.

Hier moest Dooreman wel gedijen. Begin jaren tachtig tekende hij voor de toen nog progressieve De Morgen en drie jaar later vroeg Tom Lanoye hem de cover te maken van zijn eerste officieel uitgegeven boek bij Kritak ( KRITiek en AKtie), de uitgeverij van André Van Halewijck en Rik Coolsaet, de nu zo bekende hoogleraar internationale betrekkingen aan de Gentse Universiteit.

"Rozegeur en Maneschijn" was de titel van dit boekje met helse kritieken. Op de cover een treurige plant en een kitscherig beeldje van een "blote madame" en op de achterflap een sanseveria. Dooreman was er met zijn fototoestel op uit getrokken om typisch Vlaamse vensterbanken te fotograferen.

Drie kenmerken

Een eerste kenmerk: Dooreman wil zich documenteren, hij wil alles zien, hij wil informatie vergaren en daarom leest hij veel, hij is een boeken- en beeldenfreak en melomaan. Wat het beeld betreft: spoedig ontmoette hij fotograaf Michiel Hendryckx (°1951). Die samenwerking zou tot het begin deze eeuw standhouden.

Het tweede kenmerk: Dooreman beschouwt zich niet als een artiest. Hij staat ten dienste van en dat vindt hij helemaal niet onprettig. Hij aanvaardt een opdracht met zijn beperkingen maar ook met zijn vrijheden. Daarom wil hij ook niet horen van een Dooreman stijl: "Ik heb geen stijl. Ik ben dienstbaar; ik breng maatwerk." Als er dan al geen Dooreman stijl zou zijn - dat mag worden betwijfeld - dan zijn er toch wel kenmerken, eigenheden, en de "Dooreman authenticiteit".

Derde kenmerk: Dooreman lijdt aan een zachte vorm van kleurenblindheid. "Toch weet ik hoe ik kleuren moet maken. Omdat ik zeer vertrouwd ben met de grijswaarden ken ik de uitstraling van de kleuren heel goed. Ik kan echter geen twaalf kleuren combineren. Ik houd het bij drie kleuren. En dat werd ook mijn regel: als mijn ontwerp daarmee niet overeind blijft, deugt het niet", lichtte Dooreman in een kranteninterview toe.

Drie kleuren: wit, zwart en rood ( soms aangevuld met groen). En daar gaat hij mee aan de slag, niet als illustrator, maar wel als typograaf of letterzetter. Zijn maniakale zoektocht naar die ene letter: nu gemakkelijk te vinden en te bewerken met de computer, vroeger was het speuren en graaien in internationale catalogi en letterdozen.

En zo herontdekte hij Gill Sans en de Perpetua van de Engelse ontwerper Eric Gill. Met beide lettertypes maakte Dooreman furore. Maar een letter mag geen dode materie, geen object op zich zijn. Daarom jongleert Dooreman met letters. Frivool speelt hij met grootte, plaatsing, kleur en dat geeft ritme. Het dwingt tot muzikaal lezen.

Een van zijn mooiste realisaties blijft het gedicht van Tom Lanoye: twee immens grote banieren met daarop verzen, een afscheidszoen aan Antwerpen van Lanoye, die in 2004 zijn periode als eerste stadsdichter afsloot.

Als niemand anders tilt Dooreman de letter op tot een icoon zodat de letters het halen van het beeld, de visual.

Maar nu hebben we het alleen maar gehad over de cover, het affiche, de banier, het spandoek. Het uiterlijke. Maar de grafisch vormgever bepaalt ook in hoge mate hoe het boek er binnenin uitziet. Hij zorgt voor het binnenwerk: lettertype, de grootte van het korps en de marges. "Je moet een bladspiegel kunnen opmaken die zo voor de hand liggend is dat hij zichzelf onzichtbaar maakt. Typografie is voor een groot deel: ontwerpen proberen te vermijden", aldus Dooreman in de fraai vormgezette catalogus met boeiende en heldere bijdragen.

En de tekenaar: waar blijft hij?

En wat jammer, er dreigt wel degelijk een groot tekenaar verloren te gaan. Dooreman tekende voor De Morgen en De Standaard. En die laatste krant schrapte in 1997 zijn bijdragen. De marketeers hadden de directie ingefluisterd dat de lezers geen pap lustten van tekeningen.

En de goede smaak moest het weeral afleggen tegen het gekonkel en geritsel van de marktonderzoekers. Dooreman borg zijn tekencahiers op. Het was dankzij Tom Lanoye dat hij in 2002 enkele illustraties en soldatenportretten maakte voor een dichtbundel over de gesneuvelde soldaten van de groote oorlog. En ooit, begin jaren tachtig, zaten Lanoye en Dooreman te broeden op een stripverhaal. De eerste ontwerpen van de figuurtjes bestaan.

Misschien moeten beide heren maar eens terug de werktafel opzoeken.

Yves Jansen

DOOREMAN naar de LETTER

In het letterenhuis - Antwerpen - tot 3 januari

www.letterenhuis.be