Klaus ondertekent Verdrag van Lissabon

De Tsjechische president Vaclav Klaus heeft vanmiddag om 15 uur plaatselijke tijd het Verdrag van Lissabon ondertekend. Vanmorgen had het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat er geen bezwaren tegen het Verdrag van Lissabon. Daarmee was de laatste hindernis voor Klaus om het verdrag te ondertekenen, uit de weg geruimd.

Een aantal Tsjechische senatoren was naar het Grondwettelijk Hof gestapt omdat het Verdrag van Lissabon in strijd zou zijn met de Tsjechische grondwet. Het wachten op de uitspraak was lange tijd een van de argumenten van de Tsjechische president Vaclav Klaus (foto bovenaan) om het verdrag niet te ondertekenen.

Het Grondwettelijk Hof heeft vanmorgen geoordeeld dat het Verdrag van Lissabon als geheel niet in strijd is met de Tsjechische grondwet  (foto: voorzitter van het Hof Pavel Rychetsy). Daardoor werd de laatste hindernis voor ondertekening van het verdrag weggenomen.

Eerder had president Klaus bij de andere EU-lidstaten ook al een uitzondering verkregen op het handvest van de mensenrechten, dat aan het verdrag is gekoppeld. Klaus maakte zich ongerust dat Sudetenduitsers die na de Tweede Wereldoorlog uit Tsjechië-Slovakije waren verdreven, door middel van het handvest schadeclaims zouden kunnen indienen.

Efficiëntere werking in het vooruitzicht

Tsjechië was het enige EU-land dat het verdrag nog niet ondertekend had. Het parlement had het verdrag al eerder geratificeerd, maar president Klaus bleef lange tijd dwarsliggen. Hij is tegen het verdrag omdat hij vreest dat te veel nationale macht naar Brussel zal worden doorgeschoven. Volgens sommigen gebruikte hij de uitzondering op het handvest en de klacht bij het Grondwettelijk Hof enkel en alleen om de ratificatie van het verdrag te vertragen. Nu alle obstakels echter weggenomen zijn, kon Klaus niet anders meer dan het Verdrag van Lissabon te ondertekenen.

Het verdrag stelt een efficiëntere werking van de Europese Unie in het vooruitzicht, nu die uit 27 lidstaten bestaat. Onder meer de unanimiteitsregel wordt bij bepaalde beslissingen afgeschaft. Het bepaalt ook de aanstelling van een permanente voorzitter van de Europese Raad (voor 2,5 tot 5 jaar), de zogenoemde "Europese president", en een Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands Beleid en Veiligheid, kortweg een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Voor die eerste job lijkt premier Herman Van Rompuy (CD&V) steeds meer in poleposition te staan.