Eerste Wereldoorlog in een notendop

De Eerste Wereldoorlog viel niet zomaar uit de lucht. Er gingen jarenlange wrijvingen tussen de grote mogendheden aan vooraf. Dit alles mondde op 28 juni 1914 uit in de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn echtgenote in Sarajevo.

De dader was een Servische student en na weken van diplomatieke spanningen kwam het uiteindelijk op 28 juli 1914 tot de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië, een paar dagen later gevolgd door die van Duitsland aan Frankrijk.

Op 4 augustus 1914 vielen Duitse troepen het neutrale België binnen om zo Frankrijk te bereiken. Daardoor geraakten ook de Britten, de beschermers van onze neutraliteit, betrokken bij de aanval die als gevolg van allerlei internationale verdragen uitgroeide tot een ware wereldoorlog. De grootmachten sleurden de kolonies mee in het conflict waardoor meer dan 50 nationaliteiten in de strijd betrokken werden. Ons land was absoluut niet voorbereid en had het volste vertrouwen in zijn neutraliteitsstatuut. Na een paar dagen sloeg die sfeer evenwel om in de grootste chaos.

Een week na de inval kwam het tot bloedige gevechten in het Limburgse Halen. Op 12 augustus 1914 sloegen Belgische troepen er een aanval van de Duitse cavalerie af. Daarbij sneuvelden honderden Duitsers.

Het slecht uitgeruste Belgische leger wilde vooral tijd winnen tot de komst van de geallieerden en trok zich in de vesting Antwerpen terug. Vanuit dit steunpunt voerde het nog een paar verrassende aanvallen uit op de Duitse troepen op weg naar de Marne. Getraumatiseerd door ervaringen uit de Frans-Duitse oorlog van 1870-‘71 begingen de Duitse invallers gruwelijke wreedheden in Dinant, Tamines, Aarschot, Leuven, Dendermonde en vele andere plaatsen. Daardoor ontstond er in de hele wereld een golf van sympathie voor het arme België. Na de val van Antwerpen trok koning Albert zijn troepen terug achter de IJzer en na een ingenieuze onderwaterzetting kwam de Duitse opmars begin november 1914 uiteindelijk tot stilstand.

De Westhoek werd het desolate terrein waar de geallieerde troepen de vijand probeerden terug te dringen en waar in april 1915 voor het eerst gas als massavernietigingswapen werd ingezet. De jarenlange stellingenoorlog werd alleen onderbroken door bloedige veldslagen in Ieper, Mesen, Passendale en op de Kemmelberg.

De Eerste Wereldoorlog was vooral een internationaal conflict. Niet alleen aan het westelijk front, met de Somme en Verdun, werd er gevochten maar ook in Italië, Rusland, Turkije, zelfs in Oost-Afrika. Op 6 februari 1917 versterkten de Amerikanen het geallieerde kamp en trad de oorlog in een beslissend stadium.

Vier jaar en negen miljoen doden later klonken op 11 november 1918 om 11 uur aan beide fronten de bevrijdende klaroenen die het einde van de oorlog aankondigden: het is gedaan.

Veertigduizend Belgen waren gesneuveld voor het vaderland. Nog meer landgenoten gingen voortaan door het leven als oorlogsinvalide, oorlogsweduwe of wees. Door de moderne oorlogswapens waren de verwondingen nog gruwelijker dan in vroegere oorlogen.

Vele militairen overleden ook aan opgelopen ziekten als gevolg van de erbarmelijke omstandigheden aan het front. En in 1918-1919 bezweken op wereldschaal nog honderdduizenden aan de Spaanse griep, zowel burgers als soldaten, verzwakt door de oorlog.

De wederopbouw, niet alleen van huizen, kerken en scholen, maar vooral van de samenleving kon beginnen. Het collectieve trauma moest worden verwerkt: overal rezen oorlogsmonumenten op voor de gesneuvelden, de materiële sporen van het bloedige conflict. Pas in 1919 werd het leger gedemobiliseerd na de ondertekening van het Verdrag van Versailles. België kreeg er de Oostkantons en het neutraal gebied van Moresnet bij. Bovendien kreeg ons land ook het protectoraat over Ruanda-Urundi toegewezen. De opgelegde herstelbetalingen hielden de Duitse economie in een wurggreep: de kiem voor de volgende wereldoorlog, amper 20 jaar later, was gelegd.

lees ook