Kinderen willen griezelen, niet gruwelen

Lezende kinderen vinden griezelen fijn, maar gruwelen niet. Het verschil tussen griezel en gruwel hangt af van kenmerken van een tekst. Dat is de conclusie van doctoraatsstudie psychologie van Gert Jan Bekenkamp.

Gert Jan Bekenkamp analyseerde jeugdverhalen van Roald Dahl en Marc De Bel (foto). Volgens het woordenboek en taalanalyse zijn de gevoelens "griezelen" en "gruwelen" sterk verwant, maar dat is volgens Bekenkamp niet het geval bij kinderen die verhalen lezen.

"Bij griezelen voelt men zich weliswaar een beetje angstig, maar tegelijk vindt men het verhaal spannend, wat resulteert in een aangenaam gevoel. Gruwelen daarentegen is een onaangenaam gevoel en gaat gepaard met verdriet en kwaadheid.

Griezelen komt volgens het onderzoek vaker voor, als er in het verhaal onrealistische, verrassende of humoristische elementen schuilen. Bij gruwelen ontbreken die ingrediënten en lijkt het onheil niet af te wenden.

"Als een auteur kinderen wil laten griezelen in plaats van gruwelen, moet hij ervoor zorgen dat de afloop van het verhaal onzeker blijft en er enige afstand is tot het gebeuren", besluit de onderzoeker.