Groei en val van Dubai World

De staatsholding Dubai World werd in 2006 opgericht om de financiële tegoeden van de Arabische Golfstaat Dubai te beheren. DW ging van start als een raket, maar heeft zichzelf nu blijkbaar overschat.

Dubai is een van de zeven lidstaten van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), een federatie van Arabische Golfstaten die in 1971 werd opgericht, nadat die staten onafhankelijk werden van Groot-Brittannië.

Die kleine oliestaatjes (Abu Dhabi, Dubai, Al Fujairah, Ajman, Sharjah, Ras Al Khaimah en Umm Al Quwayn) sloten zich tegenover de buitenwereld aaneen, maar behielden intern hun eigen autonomie onder hun eigen erfelijke heersers, de emirs.

De oliestaat Abu Dhabi is het grootste van die emiraten en heeft ook de grootste olievoorraden. Dubai veel minder en daarom profileerde het staatje zich vooral als handelsknooppunt in het Nabije Oosten. Beide staten hebben als enige een vetorecht in de VAE.

Hoog, hoger, hoogst

De Al Maktoum-familie die Dubai regeert, heeft al die tijd geprobeerd om zich zo los mogelijk op te stellen tegenover Abu Dhabi. Er werd massaal geïnvesteerd in de eigen economie en ver buiten de grenzen.

Zo wou Dubai uitgroeien tot handelshub tussen Europa en India met een grote luchthaven, glitterende zaken- en winkelcentra en de stad was goed op weg om Antwerpen, Tel Aviv, New York en Mumbai naar de kroon te steken als diamantcentrum. Het Dubai International Finance Centre moest New York, Londen en Hongkong evenaren als zakencentrum.

Dubai wou ook het "nieuwe Monaco" worden voor de internationale jetset van rijke zakenlui, film- en mediasterren en anderen met veel geld in de zakken. Die verdrongen zich om luxevilla's te kopen in Palm Island en The World, vaak door Belgen opgebaggerde eilandjes voor de kust in de vorm van palmbomen of een wereldkaart. Alles uiteraard voorzien van een uiterst dure airco-installatie.

Aan land verrezen enorme wolkenkrabbers die het prestige in de verf moesten zetten zoals het Burj Al Arab-hotel in de vorm van een Arabisch zeilschip of dhow en de 818 meter hoge Burj Dubai, de hoogste wolkenkrabber ter wereld. Om het imago kracht bij te zetten, werden grote internationale tennis- en golfwedstrijden naar Dubai gehaald.

Al dat fraais leverde uiteraard miljardencontracten op voor grote buitenlandse bouwbedrijven, maar het vuile werk in de verschroeiende hitte werd gedaan door uitgebuite "slavenarbeiders" uit India, Bangladesj en de Filipijnen.

Dubai World is de sleutel

Ten einde al die investeringen in goede banen te leiden, werd in 2006 het staatsfonds Dubai World opgericht. Dat financierde niet enkel de binnenlandse projecten, maar investeerde massaal ook internationaal. Enkele jaren geleden nam DP World, het maritiem filiaal van Dubai World, het Britse P&O over en werd het meteen de grootste uitbater van haveninfrastructuur ter wereld.

Een ander filiaal, Istithmar, kocht grote belangen in allerlei industriële en financiële groepen, onder meer in de Britse bank Standard Chartered, in het spektakelbedrijf Cirque du Soleil en de Brits-Amerikaanse financiële dienstenleverancier Perella Weinberg Partners.

Een deel van die investeringen werden gefinancierd met oliedollars, maar vooral door geleend kapitaal bij buitenlandse banken. Zo werd bij Dubai World een schuld van 60 miljard dollar opgestapeld.

Door de wereldwijde crisis is de interne immobiliënmarkt in Dubai in elkaar gezakt en dat heeft een gat geslagen in Nakheel, het  immofiliaal van de groep en dat heeft tot een kettingreactie geleid in Dubai World en in de Verenigde Arabische Emiraten. De hoop dat Abu Dhabi een helpende hand zal reiken, is groot, maar dat zal wellicht ook zijn prijs hebben. Voor buitenlandse investereders en banken die in de droom van Dubai hebben geïnvesteerd, is het intussen afwachten.

Jos De Greef