Op bezoek bij aidswezen Sara, Nthabiseng en Maria

Aidswezen. In Zuid-Afrika zijn er 1,6 miljoen. Daarvan zijn beide ouders aan de gevolgen van aids overleden. Onder deze aidswezen zijn er een paar honderdduizend die ook nog eens voor zichzelf moeten zorgen omdat er nauwelijks meer familie om hen heen is. Dit zijn de zogeheten "child headed households".

Sara (15) en haar zusjes Nthabiseng (9) en Maria (6) wonen, sinds hun moeder in 2004 aan de gevolgen van aids overleed, alleen in Elandsdoorn, een klein dorpje in de plattelandsprovincie Mpumalanga.

Sara zag alle aandacht eigenlijk helemaal niet zitten. Op een bloedhete middag legden een cameraman en journalist ineens beslag op haar huis en haar privéleven. In het begin knikte ze een beetje op onze vragen, zonder erop in te gaan. Het was vooral aan de meegekomen jeugdwerker te danken dat we uiteindelijk een indringende kijk kregen in het leven van de drie zusjes.

De hulpverleners zijn de enigen die deze kinderen in Elandsdoorn steun geven. Buurtbewoners willen niks met de kinderen te maken hebben; een familie met een aidsverleden, daar moet je bij uit de buurt blijven. De acceptatie is op het Zuid-Afrikaanse platteland nog altijd de eerste stap in de strijd tegen aids.

Sara laat ons binnen zien hoe een dag er voor de meisjes uitziet. In de piepkleine badkamer – van anderhalf bij anderhalf - wast ze elke ochtend haar zusjes. Er staat een wc, met daarop een grote wastobbe. Stromend water hebben ze niet. Daardoor moeten de zusjes elke ochtend een paar honderd meter lopen om water te halen, met de priemende ogen van de buren in de rug.

Aan het einde van de dag hoopt Sara voldoende voedsel te hebben om de drie kindermonden te voeden. Maïspap staat er bijna elke avond op het menu, de hulpverleners leveren de meel en soms wat groenten. Ze kookt op een piepklein elektrisch kookstelletje, dat rust op een stapel bakstenen. Ze heeft één houten lepel, één pan en drie kommetjes. De kinderen eten altijd met hun handen.

En er is elke avond weer die donkere, pikzwarte nacht. Dan is er angst bij Sara dat haar of vooral haar zusjes iets vreselijks overkomt. Er zijn al twee keer mannen het huis binnengekomen. Sindskort heeft ze een goed slot op de deur en tralies voor de ramen. Dat moet indringers buitenhouden. Sara slaapt sindsdien beter.

Hoe meer Sara vertelt, hoe onbegrijpelijker en oneerlijker het aanvoelt. Als ik mijn ogen dicht doe, zit ik niet naar een kind, maar naar een vrouw van 35 te luisteren. Maar als ik mijn ogen weer open doe, zie ik echt een meisje van 15. Met zusjes van 9 en 6. Zonder ouders.

Tim de Wit