Bewijzen voor kannibalisme in de steentijd

Archeologen hebben bewijs gevonden voor massaal kannibalisme op een 7.000 jaar oude begraafplaats in het zuidwesten van Duitsland. In het blad Antiquity schrijven ze dat hun ontdekkingen zeldzaam bewijs leveren voor kannibalisme tijdens het vroeg-neolithicum in Europa.

Tot vijfhonderd lichamen die opgegraven werden bij de stad Herxheim vertonen sporen van kannibalisme. Onder de resten zijn kinderen en zelfs ongeboren baby's, aldus de onderzoekers.

De Duitse site werd voor het eerst opgegraven in 1996 en tussen 2005 en 2008 opnieuw onderzocht. De teamleider van de Universiteit van Bordeaux vertelde dat hij en zijn collega's bewijs gevonden hebben dat de menselijke beenderen opzettelijk gesneden en gebroken waren, wat wijst op kannibalisme.

"Op de beenderen van dieren zien we sporen die aantonen dat ze boven vuur geroosterd werden", verduidelijkte hij. "Op de menselijke beenderen zien we dezelfde sporen." Hij benadrukte wel dat het moeilijk is een waterdicht bewijs te leveren voor het opzettelijk roosteren van de beenderen.

Sommige wetenschappers wijzen de theorie van kannibalisme van de hand en menen dat het verwijderen van vlees deel uitmaakte van een begrafenisritueel. Maar de teamleider repliceerde dat de resten "opzettelijk verminkt" werden en dat er bewijs is dat op vele beenderen gekauwd was.

Tijdens de vroeg-neolithische periode, de jonge steentijd, verspreidde de landbouw zich voor het eerst in Centraal-Europa. De onderzoekers menen dat kannibalisme in Europa uitzonderlijk was en mogelijk enkel in periodes van hongersnood voorkwam.