De NMBS en de voeten van de reiziger (2)

Ondanks eerdere ervaringen blijft collega Louis Van Dievel zweren bij de trein. Ook vandaag heeft dat weer tal van avonturen opgeleverd.

“Jos (fictieve naam), waar is de trein naar Halle gebleven?”

Het is woensdagochtend. De onderstationschef van Mechelen spreekt in zijn walkietalkie.

“Ik sta hier tussen de reizigers die niet weten waar ze naartoe moeten.”

De aangesproken Jos is de man die de reizigers per luidspreker toespreekt en de elektronische borden op de perrons bedient. Zonet heeft hij zonder boe of ba de trein naar Halle doen verdwijnen en die naar Gent en Kortrijk in de plaats gezet. Wat later deelt een lijzige stem, die van Jos, mee dat we op perron 5 moeten zijn voor onze vertraagde trein.

“We”, dat zijn voor het merendeel personeelsleden van de VRT en van Roularta en VUB-studenten die hun voordeel doen met het treintje tussen Mechelen en Halle.

Voordeel = nadeel

Na veel protest tegen de slechte service – nog maar 2 treinen per uur – was de dienstregeling sinds maandag 4 januari verbeterd tot 4 treinen per uur in de spits. Maar ieder voordeel heb zijn nadeel, zei de bekende voetballer. Defecte en dus vertraagde trein op dinsdagavond. Aansluiting kwijt. Dat soort dingen.

Stipte trein op woensdagavond. Welaan. Maar die stipte trein stopt ergens voor station Haren, in the middle of nowhere. Er wordt maar over 1 spoor gereden, legt de treinwachter uit aan onze volgepakte coupé, en wij moeten voor een rood sein wachten op een tegenligger.

Maar als de tegenligger gepasseerd is, blijven we nog staan. Ook de passage van een 2e tegenligger brengt geen beterschap. Dan komt het slechte nieuws: omdat we al zo lang stilstaan (een half uur), rijdt onze trein maar tot in Vilvoorde.

Vilvoorde weet van niks

In Vilvoorde moet de gestrande reiziger zijn plan trekken, er zijn geen elektronische borden. Ik trek mijn stoute schoenen aan en stap het bureau van een chef binnen: “Naar Kalmthout, welke trein?” “Hier op spoor 1,” zegt de chef, “ de vertraagde trein naar Antwerpen nemen, en dan..” Ja, dan, dat weet de chef ook niet. Hij is wel zo vriendelijk om me achterna te lopen want ik heb mijn handschoenen in zijn bureau laten vallen. Een minuut later zegt een stem in de luidspreker dat ik niet op spoor 1 maar op spoor 3 moet zijn. Rennen maar! Ik ben een uur onderweg en ik heb in vogelvlucht nog maar 10 kilometers afgelegd.

Ik heb een goed boek bij – Dorpsleven van Amos Oz, ik kan het u aanraden – en dus gaat de tijd goed voorbij.

De machinist is moe

Verrassing! In Berchem blijft de trein verdacht lang staan. Tot er een boodschap door de intercom schalt: de machinist heeft lang genoeg gereden, vindt hij, en er is geen vervanger voorhanden. En dat laatste stukje naar Antwerpen Centraal Station kan er echt niet meer bij. We wurmen ons op een andere trein die al vertrokken had moeten zijn.

Nadeel = voordeel

Ik ben te laat voor de boemeltrein en veel te vroeg voor de IC naar Essen, denk ik. Maar ieder nadeel heb ook zijn voordeel, zei diezelfde voetballer. De boemel heeft 15 minuten vertraging en ik haal ‘m nog. Ik heb ruim de tijd om dit verslag te schrijven. Om vijf voor half acht ben ik thuis in Kalmthout. Ik heb vier treinen genomen.

Collega Eric vertelt mij een kras verhaal. Maandagochtend, zegt hij, is hij in Mechelen op een trein gestapt waarover het elektronische bord “Niet instappen” vermeldde. Hij klopte op het raampje van de machinist en het mocht. Hij is als enige reiziger meegereden tot in Meiser. Een privétrein. Moeilijk te geloven, zegt u? Bij de NMBS is alles mogelijk.

Louis Van Dievel

lees ook