Gewonden bij zware rellen in Zuid-Italië

In de Zuid-Italiaanse regio Calabrië is het gisteren voor de tweede dag op rij tot zware rellen gekomen tussen migranten en de politie. Minstens 37 mensen raakten daarbij gewond.

Elk jaar worden in Calabrië duizenden Afrikaanse seizoensarbeiders ingeschakeld om te werken in de landbouw, vooral in de tomaten- en fruitpluk. Calabrië is een van de armste regio's van Italië, met een erg hoge werkloosheid, maar veel Italianen zien het het niet zitten om op het veld te werken. In hun plaats worden seizoensarbeiders aangenomen. Velen werken en leven in illegale omstandigheden en zijn onderbetaald.

Donderdag werden twee Afrikaanse migranten, uit Nigeria en Togo, na hun werkdag op het veld beschoten met een luchtdrukgeweer door enkele jonge Italianen. De Afrikaanse gemeenschap reageerde woedend en verweet de plaatselijke bevolking racisme. Er werd een betoging georganiseerd, maar die ontaardde in zware rellen. Er werd met stenen gegooid, bewoners werden aangevallen en ramen van auto's en winkels werden ingeslagen.

Gisteren bleef de toestand de hele dag gespannen. De meeste winkels en scholen in Rosarno bleven dicht en bewoners bleven in hun huizen. De plaatselijke bevolking reageerde op het geweld van de nacht ervoor en organiseerde een tegenbetoging. Daarop kwam het in de straten van Rosarno opnieuw tot geweld tussen migranten, de politie en de plaatselijke bevolking. Minstens 37 mensen zijn gewond geraakt, 18 politie-agenten, 14 inwoners en 5 migranten.

Agazio Loiero, de gouverneur van Calabrië, verklaarde in de media dat het geweld in Rosarno "onaanvaardbaar" was, maar dat de Afrikaanse gemeenschap "sterk geprovoceerd" was. Minister van Binnenlandse Zaken Roberto Maroni belegde een speciale vergadering over de situatie. Afgesproken werd om een task force op te richten om het geweld, de illegale arbeid en de uitbuiting van de arbeiders aan te pakken.