Veel minder benzinewagens op onze wegen

Het aantal nieuwe benzinewagens is de afgelopen 20 jaar sterk gezakt. In 1990 koos nog 65% van de autokopers voor een benzinewagen, nu is dat nog geen 25%.

Nochtans is diesel aan de pomp relatief gezien duurder geworden. In 1990 was diesel 23 procent goedkoper dan benzine, nu is dat nog maar 19 procent. In absolute cijfers is het verschil wel groter geworden, 10 eurocent om precies te zijn. "Helaas denken de mensen in deze absolute cijfers", zegt Maarten Matienko van de VAB. "Daardoor denken veel mensen dat ze goedkoper rijden met een dieselwagen." Dat geldt in feite enkel voor automobilisten die veel de baan opgaan, omdat de aankoopprijs van een dieselwagen veel hoger is dan een benzinewagen.

Matienko vindt dat de overheid een antibenzine-beleid voert. "Nergens in Europa is het verschil aan de pomp tussen diesel en benzine zo groot", zegt hij in De Zondag. Ook de fiscale korting voor "groene auto's" vindt Matienko een verkeerd signaal. "Die is enkel gekoppeld aan CO2-uitstoot en niet aan fijn stof of NO2."

"Zo promoot de overheid de aankoop van kleine wagens zonder roetfilter", aldus Matienko, "en dat terwijl we de Europese normen voor fijn stof en NO2 niet halen." Ook de nieuwe Vlaamse maatregel om een roetfilter volledig terug te betalen, vindt Matienko misplaatst omdat het ook in de kaart speelt van de kleine auto's zonder filter. "Een vooraf ingebouwde roetfilter houdt tot 90% van de stofdeeltjes tegen, een achteraf geplaatste filter 30 tot 40%."