Meest recent

    Opel: van naaimachines tot auto's

    De geschiedenis van het Duitse automerk Opel gaat terug tot 1862. Toen begon de jonge Adam Opel naaimachines te produceren. Opel belandde in 1929 bij het Amerikaanse General Motors, maar dat wil nu af van de verlieslatende dochter.

    Adam Opel was nauwelijks 25 toen hij in 1862 van een lange rondreis door Europa terugkeerde naar Rüsselsheim. In een oude koeienstal begon hij met de productie van naaimachines, die volgens hem een grote toekomst hadden in de Industriële Revolutie.

    Bij een van zijn eerste klanten werd Opel weggejaagd door woedende naaisters die vreesden voor hun baan. Opel en zijn broers gaven evenwel niet zo gauw op en breidden in de loop van de 19e eeuw hun productie snel uit.

    In 1886 sprong Opel (foto) op de kar van een nieuwe en succesvolle rage: die van de productie van fietsen.

    In 1899 -na de dood van Adam Opel- stapten zijn zonen in de auto-industrie (eerste model links), die met vallen en opstaan de hoofdmoot van het bedrijf zou gaan vormen.

    Zo sterk zelfs dat de naaimachine-afdeling in 1911 verkocht werd en de fietsenfabriek in 1936. Opel koos voortaan resoluut voor de auto met bekende modellen als de Olympia.

    General Motors stapt in Opel

    Opel werd al snel de grootste Duitse autoproducent en om de groei verder te financieren, verwierf het Amerikaanse General Motors in 1929 zowat 80% van de aandelen. Enkele jaren later nam GM Opel zowat geheel over.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Opel in handen van het naziregime, dat het zou inschakelen in de oorlogsindustrie.

    Dat maakte de Opel-fabrieken tot het doelwit van geallieerde bombardementen. Na de oorlog waren de meeste vestigingen dan ook vernield en wat overbleef van de Opel-fabrieken in het oosten werd door Russische troepen geroofd.

    Na moeilijke jaren verrees Opel als leverancier van vrachtwagens voor het Amerikaanse leger. In '47 startte de productie van de eerste naoorlogse personenauto, de Kapitan (foto), en een jaar later werd Opel terug geïntegreerd in General Motors.

    Van toen af ging het snel: met modellen als de Olympia, Rekord en Kadett en nadien Astra en Vectra (foto) profiteerde Opel van de naoorlogse welvaart en de explosie van de Europese automarkt in de jaren 60 en 70.

    Opel werd de spil van GM Europe, dat naast het Britse Vauxhall ook het Zweedse Saab omvatte. Dat was de achillespees, want toen de financiële crisis van 2008 in de VS ook General Motors aantastte, besliste Detroit om de Europese afdelingen af te stoten.

    Saab is intussen verkocht en ten onder gegaan en ook de Opel-fabriek in Antwerpen is al jaren gesloten. Een eerste poging tot verkoop van Opel en Vauxhall aan de Canadese onderdelenproducent Magna ging niet door, maar nu lijkt GM de Duitse en Britse dochters toch te kunnen slijten aan PSA, het moederbedrijf van Peugeot en Citroën. Opel is een erg grote werkgever in Duitsland, Spanje en onder de naam Vauxhall in het Verenigd Koninkrijk.

    Vauxhall: het Britse broertje

    In 1857 opende de Brit Alexander Wilson in Vauxhall, een buitenwijk van Londen, een fabriek voor waterpompen en ander ijzerwerk. Pas in 1903 zou Vauxhall, zoals het bedrijf intussen was gaan heten, ook auto's beginnen te maken.

    Vauxhall bracht erg snelle sportwagens op de markt en domineerde de racemarkt voor de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de oorlog leverde het stafauto's voor Britse officieren.

    Na de oorlog was de markt voor blitse sportwagens fors gekrompen en in 1925 werd Vauxhall overgenomen door General Motors. Onder de naam Bedford begon Vauxhall meteen ook vrachtwagens te bouwen en tijdens de Tweede Wereldoorlog ook Churchill-tanks.

    In de jaren 60 scheerde Vauxhall hoge toppen met de modellen Victor en Viva. Nadien begon moederbedrijf GM met het "opeliseren" van Vauxhall. Dat bouwde voortaan Opel-modellen die een andere naam (Nova=Corsa, Cavalier=Vectra) en een ander logo en radiatorrooster kregen.

    Sinds de jaren 90 bouwt Vauxhall in Groot-Brittannië enkel nog omgebouwde Opels in de fabrieken van Luton en Ellesmere Port. Toch blijft het koppige Vauxhall een van de grootste autoproducenten op de eigen Britse markt.

    Jos De Greef

    Grote werkgever in Europa

    Bij Opel en Vauxhall werken meer dan 35.000 mensen. In Duitsland werken er 19.000 personeelsleden in de fabrieken van Rüsselsheim, Kaiserslautern en Eisenach.

    In Spanje heeft Opel een grote fabriek in Zaragoza, waar 5.200 werknemers aan de slag zijn. De twee Britse vestigingen van Vauxhall zijn goed voor nog eens 2.700 personeelsleden. Elders in Europa heeft Opel nog vestingen voor logistiek en onderdelen.