Cubanen kunnen meer kopen met hun pesos

In verschillende Cubaanse steden zijn winkels geopend waar een groot gamma aan producten te koop is en waar in "peso nacional" kan worden betaald. De maatregel past in de plannen van de Cubaanse regering om het systeem met twee munteenheden in het land geleidelijk uit te faseren.

Cuba heeft eigenlijk twee munteenheden: de "peso nacional", waarover elke burger beschikt, en de "peso convertible" (CUC), die gekoppeld is aan de koers van de Amerikaanse dollar. De peso convertible is alleen beschikbaar voor Cubanen die een deel van hun inkomen in dollar verdienen, bijvoorbeeld via geld dat ze opgestuurd krijgen van familieleden in de Verenigde Staten of via fooien in internationale hotels.

In de zogenoemde "dollar shops" kon je alles kopen wat je maar wilde, maar daar moest je wel betalen met de peso convertible of met dollars. Zowat de helft van de Cubanen heeft geen toegang tot dollars en moet zich dan ook tevreden stellen met een veel beperkter aanbod aan producten. Dat leidde de afgelopen decennia tot heel wat frustratie bij tal van Cubanen.

In de nieuwe winkels is nu ook een uitgebreid gamma te koop en kan er in de lokale peso worden betaald. Toch blijven de producten erg duur voor veel Cubanen, die hun loon in peso nacional krijgen.

De gemiddelde Cubaan verdient 440 pesos (18 CUC) per maand. Dan is een pizza van zo'n 20 peso natuurlijk wel erg duur.

Cuba voerde de dollar als betaalmiddel in in 1991. Het communistische land was toen in een diepe economische crisis terechtgekomen nadat de Sovjet-Unie, de belangrijkste geldschieter van het regime van Fidel Castro, was ineengestort. Havana wilde op die manier geld in de Cubaanse economie pompen. De dollar werd uiteindelijk vervangen door de peso convertible.

De nieuwe president Raul Castro onderneemt voorzichtige pogingen om de Cubaanse economie te hervormen. Hij heeft al gezegd dat hij het systeem van de dubbele munteenheid wil afschaffen.