De terugkeer van het potlood

De verslagenheid was groot toen Disney in 2004 besloot om zijn klassieke animatieafdeling op te doeken. Zes jaar, een verandering van regime en "The princess and the frog" later, is de traditionele tekenstijl weer helemaal terug.

Het kwam hard aan toen Michael Eisner, de CEO van de Walt Disney Company, in 2004 het verdict velde. De tegenvallende resultaten van de meest recente animatiefilms hadden in zijn ogen uitgewezen dat klassieke animatie (getekend met een potlood) voorgoed tot het verleden behoorde. Voortaan zou Disney alles zetten op computeranimatie, het medium van de toekomst. De cijfers spraken voor zich, vond hij.

"Treasure planet" had amper 109 miljoen dollar opgebracht, "Brother bear" 250 miljoen en "Home on the range" 103 miljoen. Leg daar de resultaten naast van de computeranimatiefilms uit die periode en de conclusie was snel getrokken: "Shrek" 484 miljoen dollar, "Monsters, Inc." 525 miljoen, "Ice age" 383 miljoen, "Finding Nemo" 864 miljoen en "Shrek 2" maar liefst 919 miljoen. Pixar en DreamWorks deden het onnoemelijk beter dan Disney en dat kon Eisner niet over zijn kant laten gaan.

De vele tekenaars die de studio rijk was, waren het uiteraard niet eens met Eisners diagnose maar er viel niets tegen in te brengen. De traditionele animatie, geproduceerd met potlood en papier, behoorde voorgoed tot het verleden. Althans was Disney betrof, want in de rest van de wereld (de Japanse Ghibli-studio voorop) bleef de klassieke aanpak wel degelijk in zwang.

Pixar breekt lans voor het potlood

De redding kwam ironisch genoeg vanuit de hoek die in Eisners ogen het lot van Disneys tekenstudio bezegeld had: Pixar. In 2006 kocht Disney de bejubelde computeranimatiestudio over voor 7,4 miljard dollar, nauwelijks een paar maanden nadat Eisner gedwongen werd om af te treden als CEO. John Lasseter en Ed Cadmull, de kopstukken van Pixar, kregen de taak om de volledige animatie-afdeling van Disney te beheren.

En tijdens zijn allereerste speech aan de werknemers maakte Lasseter meteen een kostbare belofte: Disney zou terug traditionele animatiefilms maken. "Ik heb nooit begrepen waarom studiohoofden beweerden dat het publiek niet meer geïnteresseerd was in echte tekenfilms," zei Lasseter achteraf. "Wat het publiek niet wil zien, is een slechte film."

De taak om de allereerste tekenfilm onder het nieuwe regime te produceren, viel te beurt aan Ron Clements en John Musker, samen verantwoordelijk voor een van Disneys grootste hits ("Aladdin") en een van zijn grootste flops ("Treasure planet"). Zij besloten twee bestaande projecten samen te gooien. Het eerste baseerde zich op het bekende Grimm-sprookje over de prinses die de kikker kust en zo een vervloekte prins redt. Het tweede nam een kinderboek van E.D. Baker als basis, "The frog princess", over een prinses die een kikker kust en zelf in een amfibie verandert.

Om het nieuwe project, dat "The princess and the frog" werd gedoopt, nog meer originaliteit te verlenen, maakten ze van het hoofdpersonage, Tiana, de allereerste gekleurde prinses uit de geschiedenis van Disney. De resultaten van de film mogen dan misschien niet helemaal de hoge toppen scheren waar de makers op hoopten, de verkoop van merchandising liep ook in deze harde economische tijden op rolletjes en "The princess and the frog" werd door het weekblad TIME zelfs uitgeroepen tot film van het jaar.

Het ziet er dus niet naar uit dat het bij deze ene poging zal blijven. Voortaan wil Disney elke twee jaar een nieuwe tekenfilm van de band laten rollen. Staan al op stapel: een volgende "Winnie the pooh", het sprookje "The snow queen" en een vooralsnog geheime nieuwe film van Clements en Musker.

Ruben Nollet