1990: de Oost-Duitsers mochten vrij kiezen

Op 18 maart 1990 werden in het voormalige Oost-Duitsland de eerste vrije verkiezingen gehouden. Het zouden meteen ook de laatste zijn, want zes maanden later werd de DDR ontbonden en ging ze op in de Bondsrepubliek.

Sinds de val van de Berlijnse Muur eind '89 rommelde het stevig in het communistische Oost-Duitsland. De politieke eis om hervormingen kon niet langer genegeerd worden en de economie stond op de rand van de afgrond.

Enkele dagen na de val van de Muur had de regerende communistische partij SED het roer omgegooid. De SED benoemde de hervormer Hans Modrow (foto) tot premier en die ging op de Rondetafelconferentie in dialoog met de democratische oppositie.

Er kwamen tal van hervormingen, maar de belangrijkste was wel dat Modrow en de oppositie het eind januari 1990 eens werden om op 18 maart de eerste vrije verkiezingen te houden. 

Er was haast bij want de spanningen in de DDR bleven erg groot en het land had nood aan een stabiele regering met een brede legitimiteit. Modrow hoopte die door de verkiezingen te krijgen, want de campagne was erg kort en enkel zijn SED, nu omgevomd tot PDS (Partei des Demokratische Sozialismus), beschikte over een echte organisatie en een forse partijkas.

Het Westen mobiliseert

Het was dus niet ondenkbaar dat de hervormingsgezinde communisten van de PDS de verkiezingen zouden winnen. Een andere kandidaat in de peilingen was de socialistische SDP (later SPD),

Opvallend was dat de West-Duitse politieke partijen hun geloofsgenoten in het oosten openlijk kwamen steunen met geld, de uitbouw van lokale afdelingen persoonlijke tussenkomsten.. Dat gold voor de SPD's, maar evenzeer voor de andere grote partijen zoals de christendemocratische CDU/CSU en de liberale FDP.

Niemand deed dat beter dat de West-Duitse kanselier Helmut Kohl (CDU) die in februari een rondreis maakte langs een aantal Oost-Duitse steden en daar telkens 100.000 tot 200.000 enthousiaste mensen op de been kreeg. Niet slecht voor een buitenlandse regeringsleider.

Kohl's bezoek was een opsteker voor de Allianz für Deutschland die rond de CDU werd gevormd. De liberale partijen vormden blok in de Bund Freier Demokraten.

Het "Kohl-effect" ondermijnt de DDR

Op 18 maart beslisten de Oost-Duitsers en het resultaat was verrassend. De CDU haalde 40,8% van de stemmen en werd met de alliantiegenoten met voorsprong de grootste fractie. De socialistische SPD bleef steken op 21,9% en de liberalen op 5,3%.

Die drie partijen vormden op 12 april '90 de nieuwe regering met de christendemocraat Lothar de Maizière als premier. De voormalige machthebbers van de communistische PDS (vroeger SED) kregen slechts 16,4% van de stemmen en verzeilden in de oppositie. De verkiezingen leidden dan ook tot het definitieve einde van het communisme in de DDR.

Tweede opmerkelijk feit was dat de verkiezingen gewonnen waren door die partijen die een streep onder de DDR wilden trekken en voor de hereniging van Duitsland waren. De relevantie van de DDR als staat was onderuit gehaald, want er waren nu twee Duitslanden met een democratisch model en min of meer dezelfde regeringen.  

De nieuwe Oost-Duitse regering begon dan ook meteen onderhandelingen over een nauwere economische eenheid met West-Duitsland, waar bondskanselier Kohl maar al te graag mee instemde. Kohl en zijn liberale minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher, zelf een vluchteling uit de DDR, zagen nu een kans om Duitsland te verenigen. Voor het zover was, moesten ze nog wel tal van bezwaren in het buitenland overwinnen.

Jos De Greef