1990: het jaar van de Duitse eenheid

Twintig jaar geleden sierde de Duitse hereniging de krantenkoppen. Sneller dan gelijk wie had verwacht, slaagde de West-Duitse kanselier Helmut Kohl in zijn streven om de twee Duitslanden samen te brengen.

Eind '89 waren de communistische regimes in Oost- en Centraal-Europa als domino's in elkaar gestort. De scheiding van Europa die sinds 1945 een feit was, loste in het niets op, maar zelfs toen durfde niemand te dromen van de eenmaking van de twee Duitslanden; behalve dan de West-Duitse kanselier Helmut Kohl.

In november, enkele dagen na de val van de Berlijnse Muur, had Kohl -zonder overleg met zijn regering- in het West-Duitse parlement zijn Tienpuntenplan voorgesteld. Daarin pleitte Kohl voor een confederatie van de Bondsrepubliek en de DDR.

Kohl had de stok in het hoenderhok gegooid, want in de DDR poogden hervormingsgezinde communisten toen nog hun staat en model in een "light-versie" te redden. Ook Sovjetleider Mikhail Gorbatsjov zag die hereniging niet zitten, evenmin als de Britse premier Margaret Thatcher en de Franse president François Mitterrand.

Toch zou Kohl minder dan een jaar later de buit binnenslepen en nog wel met de goedkeuring van Londen, Parijs en Moskou. Hij ging dan ook de geschiedenis in als de "kanselier van de hereniging" en stapte zo in de voetsporen van zijn verre voorganger, Otto von Bismarck die in 1871 de Duitse staten versmolten had tot het tweede Duitse keizerrijk. Anders dan Bismarck bereikte Kohl zijn ideaal echter wel op vreedzame wijze en deed hij af en toe wat water in zijn Rijnlandse wijn.  

In de voetsporen van Bismarck

Hoe Kohl en zijn geslepen minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher in dat huzarenstukje slaagden, leest u in een aantal bijdragen over de stappen die naar de "Deutsche Einheit" hebben geleid. 

Kohl en Genscher (foto) realiseerden die Duitse eenmaking bovendien binnen het kader van de Europese Gemeenschap en de NAVO. Dat viel slecht in Moskou, maar daar waren ze intussen al meer bezig met het laten overleven van hun eigen staat en model, eerder dan met hun buitenlandse invloedssfeer.

De Duitse eenmaking was een historisch feit en een voorafspiegeling van wat er met de rest van Oost- en Centraal-Europa zou gebeuren, al verliep die integratie in de EU en de NAVO wat trager. Net zoals onder Bismarck in 1871 zou het nieuwe Duitsland in 1990  de machtsverhoudingen hertekenen en een centrale scharnier worden tussen oost en west in Europa.  

Een minpunt was evenwel de hoge kostprijs van de eenmaking die Kohl fors onderschat had. De Bondsrepubliek werd dus groter, maar zou de economie van oost en west zou nog jaren te lijden hebben onder de volgens sommigen te snelle integratie van de DDR in het nieuwe Duitsland. Dat de hereniging een werk van lange adem zou worden en 20 jaar later nog niet geheel af is, zoals bondskanselier Angela Merkel onlangs stelde, realiseerde zich niemand in de euforie van oktober '90.

Jos De Greef