"Er moet een nieuw pact voor Brussel komen"

Voor Pascal Smet (SP.A), minister voor Brussel in de Vlaamse regering, is het duidelijk: Brussel mag geen Vlaams geld meer krijgen als de manier waarop de hoofdstad bestuurd wordt, niet herbekeken wordt. Hij zei dat gisteren in Terzake op Canvas.

Smet betreurt dat de discussie over het geweldprobleem in Brussel verzandt in communautair getouwtrek tussen de Vlamingen en de Franstaligen. "Het klassieke argument van Franstalige politici: als ze het debat ten gronde niet willen aangaan, maken ze er heel snel een communautair verhaal van: Vlamingen willen een putsch plegen op Brussel. Dat is natuurlijk onzin. Het gaat om de veiligheid, dat is geen institutioneel structurenverhaal."

De hele structuur van Brussel moet herbekeken worden, vindt Smet, want zoals het nu loopt, kan het niet verder. "Vlamingen en Franstaligen moeten samen met de Brusselaars rond de tafel zitten voor een nieuw pact over de hoofdstad, met nieuwe afspraken over hoe de stad bestuurd moet worden."

"Laat ons naar één politiezone gaan, één stad, één OCMW", klinkt het. "Iedereen weet dat het niet gaat met die 19 gemeenten, zowel bij de Franstaligen als bij de Nederlandstaligen." Smet pleit voor één politiemacht met aan het hoofd de Brusselse minister-president.

En als de Brusselse politici niet willen veranderen, dan krijgen ze gewoon geen geld meer. "Voor mij in de Vlaamse regering, dat is ook het standpunt van mijn partij, kan er maar nieuw geld naar Brussel gaan als we eerst een interne stadshervorming uitvoeren in Brussel. Want als we geld blijven steken in de huidige structuren, blijft dat maar voortgaan en verandert ten gronde niks."

Scherpe bewoordingen van Smet op de korrel

In Terzake haalde Pascal Smet ook uit naar Brussels minister-president Charles Picqué (PS). "Hij moet het initiatief nemen, maar ik heb het gevoel dat hij de boot afhoudt. Hij is niet op prépensioen hé. Hij moet actief iedereen rond de tafel krijgen." Uitspraken die Picqué niet kan smaken.

Volgens Picqué handelt Smet uit rancune omdat hij en zijn partij uit de Brusselse regerng zijn gevlogen. Smet is volgens hem zijn politieke functie "niet waardig", "haatdragend", "kent het Brusselse terrein niet" en "zou beter bescheiden blijven". Picqué ziet niets in een eengemaakte Brusselse politiezone. Hij wil wel extra geld voor de Brusselse politie.

Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) wil net als Smet één politiezone in Brussel, maar neemt afstand van diens scherpe woorden. Ook Sven Gatz (Open VLD) vindt de uitspraken van Smet geen goede zet. "Als je een gesprek wil met het Brussels Gewest en je dan de minister-president een luie geprepensioneerde noemt, dan ga je niet veel verder komen. Politici schofferen heeft geen enkele zin."

Gatz pleit voor oplossingen op lange termijn. "Het gaat niet louter om de eenmaking van alle Brusselse politiezones. Het is veel ruimer dan dat. Het gaat om veiligheid en het recht op veiligheid. Dat brengt je automatisch bij een veiligheidsconferentie, waarbij niet alleen politie aan bod komt, maar ook preventie, alles eromheen. Een oplossing uitdenken mag gerust wat tijd in beslag nemen."

Ook federaal vicepremier en Brusselaar Guy Vanhengel (Open VLD) gaf eerder al aan dat een eengemaakte Brusselse politiezone wél de oplossing is, maar hij dreigt er niet mee om de geldkraan voor Brussel dicht te draaien.