Allemaal Beestjes in het Marc Sleenmuseum

In 1961 ging Marc Sleen de eerste keer op filmsafari naar Oost-Afrika. Een jaar later verscheen het eerste Neroverhaal dat zich in Afrika afspeelt: De Kille Man Djaro. En kon Sleen zijn fascinatie voor dieren eindelijk een plaats in zijn werk geven.

Het Marc Sleenmuseum (het kleine broertje en de overbuur van het Belgische Stripmuseum in de Brusselse Zandstraat) bezit alle 16.000 originele platen die de 87-jarige tekenaar ooit getekend heeft. Veel Nero, uiteraard, maar ook minder bekende strips, politieke cartoons en tekeningen die Sleen in de Ronde van Frankrijk maakte. Uiteraard is het geen doen om al dat materiaal in de kleine ruimte van het museum tentoon te stellen.

Daarom organiseert het Marc Sleenmuseum thematentoonstellingen, met aandacht voor een welbepaald thema. In dit geval: de fascinatie van Sleen voor dieren. "Allemaal Beestjes" is de naam van de expositie, en dat is toevallig ook de naam van een populair BRT-programma uit de vroege jaren 80.

De Kille Man Djaro

Met het Neroverhaal De Kille Man Djaro zette Marc Sleen meteen de toon. Afrika moest beschermd worden tegen plunderaars, stropers en zondagsjagers. De Kille Man Djaro is een oude, wijze man die de gelijknamige berg bewaakt tegen goudzoekers . Hij wordt geassisteerd door  Kombo de leeuw en de olifanten Theo en Djambo. Nero krijgt een lesje in ecologie.

 De liefde voor dieren én de liefde voor Afrika krijgt een logisch gevolg in tal van andere Neroverhalen.  Aboe Markoeb, de Lolifanten, Mama Kali, De Kakelende Kaketoe.

Allemaal Beestjes

In 1981 verschijnt het album Allemaal Beestjes, waarin de personages stuk voor stuk zelf in dieren veranderen. Nero wordt eerst kikker, dan leeuw. Adhemar wordt een panda. Tuizentfloot verandert in een wesp.

Het laatste album waarin de Afrikaanse dieren een hoofdrol spelen is De Vijfurenboom. Nero moet in Afrika op zoek naar een medicijn om zijn dodelijk zieke zoon Adhemar te genezen. Hij krijgt de hulp van een berggorilla, die hem redt uit de handen van Afrikaanse rebellen. Een kudde boze olifanten beslecht de strijd tegen het kwaad.

Tot 30 mei

In de bovenzaal (of liever het zaaltje) van het Sleenmuseum zijn  tot 30 mei de originele platen uit 11 Neroverhalen te bewonderen. Beneden, in de vroegere lokettenzaal van de (ter ziele gegane) socialistische krant Le Peuple, kan de bezoeker kennis maken met de veelzijdige tekenaar die Marc Sleen was. Overigens: met de opening van zijn eigen museum lijkt Sleen aan een derde of vierde jeugd begonnen. Hij is de enige nog levende pionier van het naoorlogse Belgische stripverhaal, dat met onder meer Hergé en Jacques Martin later de wereld veroverde.

Louis van Dievel

lees ook