De NMBS en de voeten van de reiziger (3)

De spoorwegverbinding tussen Mechelen en Halle is een zorgenkind. En de spoorwegen laten er de reizigers deze dagen letterlijk in de kou staan.

Station Mechelen, woensdagochtend 10 over 9. Wanneer ik uitstap, valt mijn oog meteen op het rode cijfer 15 achter de trein naar Halle. Vijftien minuten vertraging. Collega van Grieken, die rapper van begrip is dan ik, springt fluks opnieuw op de trein naar Brussel waar hij net  uit is gestapt. Ik begeef mij naar spoor 6, waar de stationsomroepster van dienst meldt dat er tussen Vilvoorde en Haren sprake is van "seinstoringen".

Seinstoringen? Zijn die dan nog niet hersteld? Terug naar dinsdagochtend, zelfde tijd, zelfde plaats.

"Treinstoringen"

"Door seinstoringen tussen Vilvoorde en Schaarbeek is treinverkeer op de lijn Mechelen-Halle voorlopig onmogelijk. Wij houden u op de hoogte." Tja, wat doet de reiziger? Hij drinkt een espresso, hij drentelt wat rond in het stationsgebouw van Mechelen, hopend op goed nieuws. Maar goed nieuws is zeldzaam bij de NMBS.  Na twintig minuten is er nog altijd geen beterschap. Ik neem een trein naar Brussel.

In de volgende stopplaats, in Vilvoorde, weergalmt er een boodschap voor gestrande reizigers: voor het station staat een bus die de reizigers tot in station Bordet wil brengen. Bordet, dat is de stopplaats voor pendelaars die bij Roularta  en een paar grote Amerikaanse bedrijven werken. Maar voor wie bij de VRT werkt, of aan de VUB studeert, is Bordet de wildernis. Ik stap uit in Brussel Noord, neem tram 25 door diverse no go zones en arriveer dik te laat op mijn werk.

De verdwenen trein

Des avonds besluit ik vooruitziend te zijn: ik verlaat om 10 voor 5 de redactie, in de hoop een trein vroeger te halen. De trein die ik wil halen, meldt de stationsomroeper die een paar kilometer verder zit, in Etterbeek, heeft vertraging. Van een stroomstoring is geen sprake.

Ik wacht. Ik kijk naar het verlaten perron aan de overkant waar, om onnaspeurbare redenen, een dubbele pijpleiding is gelegd. Er wordt gewerkt aan het voorstadsnet, maar ik wist niet dat de reizigers via geperste lucht op hun bestemming zullen worden gebracht.

De trein met vertraging blijkt plots verdwenen te zijn in de communicatie van de NMBS. Er wordt een andere trein aangekondigd, de latere trein. Hij rijdt maar met een sukkeldrafje. Eenieder in de coupé is het erover eens dat dat geen goed teken is.

In station Haren worden onze bange vermoedens bewaarheid. We blijven voor een rood sein staan. En wel zolang dat de treinbestuurder uitstapt om eens een kijkje te gaan nemen. Dat is ook geen goed teken. Enfin, ik mis alle mogelijke aansluitingen en ben om 20 over 8 thuis, na een verplaatsing die  2,5 uur geduurd heeft. Wat dus neerkomt op een gemiddelde snelheid van 30 kilometer per uur.

Nog steeds seinstoring

Een volle dag later blijkt de seinstoring die de werkdag van vele honderden reizigers heeft vergald, nog steeds niet opgelost. De vertraging van een kwartier wordt een vertraging van 20 en daarna van 25 minuten. Uiteindelijk vertrekt de trein naar Halle met een half uur vertraging. Ik vraag aan de kaartjesknipper wat het euvel "seinstoring" nu precies betekent. De vriendelijke Franstalige man kent alleen maar "goedemorgen" en "reiskaartjes alstublieft".

Ik besluit mijn slechte humeur niet op de brave man uit te werken, hij kan er niets aan doen. Ik kijk uit het raam en zie tussen Bordet en Meiser overal kabels op de grond liggen, gewoon binnen handbereik voor eenieder met slechte bedoelingen.
 

Louis Van Dievel